Home

Hoewel je je aan alles kunt ergeren, ja, óók aan cowboylaarzen, is dat nog niet altijd even eenvoudig

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Wat ik dus heel lekker vind, is om één keer per week ergens in de zon te gaan zitten met een kop koffie en me dan helemaal kapot te ergeren. Ik probeer op die manier mijn ergernissen te isoleren, zodat ze de rest van de tijd minder aanwezig zijn. Dit werkt overigens niet, maar ik blijf het doen.

Het mooie van ergernissen is dat je je aan alles kunt ergeren (zie alle podcasts). Zo erger ik me deze prachtige ochtend – terwijl ik op een houten bankje zit bij de markt en uitkijk op een groente- en fruitkraam – aan de zon die hinderlijk op mijn rechterwang brandt en aan een lege stroopwafelverpakking die over straat dwarrelt. Ook erger ik me met terugwerkende kracht aan de film die ik gisteravond heb gezien. Het was een nieuwe film op Amazon, G20, over een groep cryptoterroristen die de G20 gijzelt, maar daarbij niet gerekend heeft op de president van Amerika, een zwarte vrouw met een verleden als militair, die de terroristen een voor een uitschakelt met extreem geweld. Als ik 1 uur en 48 minuten naar een hoop stront had gekeken had ik me beter vermaakt.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een knappe jongen struikelt half over me heen. Als ik opkijk zie ik dat hij een lange witte stok en een jonge zwarte labrador vastheeft. Ik help hem te gaan zitten en terwijl ik in de ogen kijk van de lieve geleidehond, overweeg ik of dit het moment is om te stoppen met me te ergeren. Welnee. Kort daarna loopt een aantrekkelijke jonge vrouw langs. Ze draagt een strakke bruine legging van Lululemon en cowboylaarzen. Cowboylaarzen, het is toch godgeklaagd! (Hoewel je je aan alles kunt ergeren, is het niet altijd even eenvoudig.) Ik zie een man voorbijfietsen. Hij heeft een hoge haarlijn en daarboven wappert zijn lange, grijze haar in de wind. Hij draagt zo’n flitsende wielrenzonnebril. Heel irritant.

Een andere man, in het gezelschap van een plastic Albert Heijn-tas, wurmt zich tussen mij en de blinde jongen op het bankje en knuffelt met de labrador. Afblijven, met je plastic tas. Het bankje zit nu vol, ook omdat aan de andere kant van de blinde jongen een vrouw is gaan zitten. Ze telefoneert en heeft een stem als een scheepshoorn. ‘Ik heb je net een persbericht gestuurd. Wil je daar met je AI-vriendin naar kijken?’ Als het een goede AI-vriendin is, zal die weten dat een persbericht altijd oprolbaar moet zijn, zodat je het makkelijk in je reet kunt stoppen en niemand het ooit hoeft te lezen.

Als hij zijn koffie op heeft staat de man naast me op. Even later kiest ook de AI-vriendin het ruime sop. De blinde jongen klapt zijn stok uit, doet het tuigje weer om bij zijn hond en vertrekt. Zo blijf ik achter, alleen met mijn onuitstaanbare zelf.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next