De stormram waarmee president Donald Trump de verhoudingen in de VS en de wereld overhoop haalt, raakt ook het Amerikaanse culturele veld. Hier staat Trump een verbouwing voor ogen, want: het Witte Huis ziet de kunsten als een verzamelplaats van onpatriottisch radicaal-links, die snel moet worden aangepakt.
is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
Zes dagen voor de beëdiging van Donald Trump als 47ste president van de Verenigde Staten kreeg het Criminal Queerness Festival goed nieuws van het Amerikaanse fonds voor de kunsten. Het festival in New York biedt sinds 2019 een podium aan theatermakers uit landen als Syrië, Oeganda, Pakistan en Venezuela, waar hun werk over queers en trans personen cultureel onacceptabel of ronduit strafbaar is. Het fonds onderstreepte het belang daarvan met een subsidie van 20 duizend dollar.
Maar een week na het aantreden van Trump sloeg de stemming bij de New Yorkse queer theatermakers om. Met presidentieel decreet 14168 deed hij ‘gender ideologie’ in de ban. De Amerikaanse overheid erkent sindsdien alleen nog vrouwen en mannen, en ontkent het bestaan van non-binaire en trans personen.
‘De bittere ironie is ons niet ontgaan’, zegt Adam Odsess-Rubin, oprichter van het National Queer Theater, dat het festival jaarlijks organiseert. ‘Het is in Amerika nog niet zover als in Oeganda, waar je alleen al om het feit dat je lhbti bent in de gevangenis kunt belanden. Maar iemand suggereerde al wel dat we volgend jaar ook Amerikaanse queer toneelstukken met het stempel ‘bedreigd’ op het programma kunnen zetten.’
De stormram waarmee Trump de verhoudingen in Amerika en de wereld overhoop haalt – overheidsdiensten opheffen, migranten deporteren, importheffingen opleggen, et cetera – raakt ook de Amerikaanse culturele wereld. Ook hier staat Trump een verbouwing voor ogen, waarvan de eerste contouren zich aftekenen.
Het Witte Huis ziet de kunsten als een verzamelplaats van onpatriottische, woke of ‘radicaal-linkse gekken’. Het is een ideaal strijdperk voor Trump en zijn Republikeinen om af te rekenen met het door hen verafschuwde streven naar diversiteit. De aandacht voor ieders afkomst, identiteit en vergeten geschiedenis heeft het heroïsche zelfbeeld van het witte, mannelijke, pionierende Amerika namelijk in perspectief gezet. Zeker sinds het presidentschap van Barack Obama, en de Democratische presidentskandidaten Hillary Clinton en Kamala Harris.
In zijn eerste honderd dagen heeft Trump vier nationale instituten voor Amerikaanse kunst en cultuur op de korrel genomen. Het gaat om, aan de ene kant, het grote Kennedy Center voor de podiumkunsten, van teksttoneel en hiphop tot opera, en het Smithsonian met zijn 21 nationale musea voor geschiedenis en kunst. Aan de andere kant gaat het om de minder zichtbare overheidsfondsen die subsidies verstrekken voor de kunsten en voor letteren en erfgoed: de National Endowment for the Arts (NEA) en de National Endowment for the Humanities (NEH), die elk in 2025 een budget van 200 miljoen dollar hebben.
De hardste ingreep is gedaan bij het erfgoedfonds NEH. Het ‘team voor overheidsefficiëntie’ Doge van Elon Musk heeft er twee weken geleden 80 procent van het personeel naar huis gestuurd, nadat directeur Shelly Lowe in maart al onder druk van Trump was vertrokken. De door de Democratische president Joe Biden benoemde Lowe was de eerste NEH-directeur van inheemse komaf: ze is een Navajo. De opvolger is nog niet bekendgemaakt, maar Trump heeft straks met die benoeming invloed op de koers van het instituut.
De NEH speelt een belangrijke rol bij het toegankelijk maken van vondsten en onderzoek die de Amerikaanse geschiedenis kleur geven. In januari verstrekte de NEH bijvoorbeeld subsidie voor het opstellen van protocollen om museumobjecten die ‘onethisch’ waren verkregen terug te geven aan gemeenschappen van wie ze ooit zijn geroofd.
De overheid speelt in de VS een veel kleinere rol als financier van de kunsten dan in Europa: de grote musea, orkesten, ballet- en operagezelschappen draaien op giften en vaak jarenlange relaties met filantropen. De overheidsfondsen verdelen hun subsidie vooral over kleinere culturele projecten in alle vijftig staten, en ze voeden daarmee de Amerikaanse cultuur aan de basis.
Het personeel van het kunstfonds NEA is nog niet naar huis gestuurd. Wel heeft de top de presidentiële decreten van Trump goed gelezen. Het fonds wil bijvoorbeeld subsidieaanvragers voortaan laten beloven ‘geen genderideologie te verspreiden’.
Het National Queer Theater spande daarop samen met andere theatergroepen een proces aan tegen NEA, omdat het met die voorwaarde hun vrijheid van meningsuiting zou inperken. ‘We verwerpen natuurlijk de term genderideologie als karakterisering van ons werk’, zegt oprichter Odsess-Rubin aan de telefoon. ‘Maar het is duidelijk dat onze volgende subsidieaanvragen hierop kunnen worden afgewezen.’
Het is een van de voorbeelden van Amerikaanse maatschappelijke organisaties die het beleid van Trump juridisch bestrijden. De gang naar de rechter is taai en heeft een eigen dynamiek. Het NEA schortte de invoering van de voorwaarde over de ‘genderideologie’ na de aanklacht op tot het fonds op 30 april een nieuw subsidiebeleid bekend maakt. De rechter oordeelde intussen dat de eis waarschijnlijk in strijd is met de vrijheid van meningsuiting, maar dat de groepen dat dan volgende maand opnieuw moeten aanvechten.
‘De redenering van de advocaten van de NEA liet wel zien hoe ze denken’, zegt Odsess-Rubin. ‘Ze zeiden dat alles wat door de overheid wordt gesubsidieerd zich moet bedienen van de taal van de regering. Het betekent dat ze kunstenaars propaganda willen laten maken. Maar dat is niet hoe we dat in Amerika doen. We zijn geen Rusland of China. Onze advocaten betoogden daarom dat de overheid in een vrije democratie kunstenaars steunt zodat ze kunnen zeggen wat ze willen zeggen.’
Nog geen drie weken na zijn inauguratie kondigde Trump al aan dat hij zich opwierp als nieuwe voorzitter van het Kennedy Center, het in 1971 geopende nationale centrum voor de podiumkunsten in het regeringscentrum Washington. Hij beloofde dat er voortaan ‘geen dragqueenshows of andere anti-Amerikaanse propaganda’ meer te zien zal zijn in het complex aan de Potomac-rivier.
Het Kennedy Center ligt nog geen half uur lopen bij het Witte Huis vandaan en telt een concertzaal, theater, operahuis en nog een tiental kleine zalen. Het bestuur, dat vanouds evenwichtig was verdeeld tussen Republikeinen en Democraten, heeft hij gevuld met getrouwen zoals zijn chef-staf Susie Wiles. De dagelijkse leiding is in handen gelegd van Richard Grenell, die tijdens de eerste termijn van Trump onder meer zijn ambassadeur in Berlijn was en nu de opvattingen van de president hartstochtelijk verdedigt op sociaal medium X.
Uit protest tegen Trumps machtsovername hebben allerlei artiesten optredens afgezegd, zoals operazangeres Renée Fleming en folkartiest Rhiannon Giddens. De makers van de musical Hamilton zien af van een geplande reeks voorstellingen in 2026. De succesproductie uit de Obama-jaren had als motto ‘het Amerika van toen, verteld door het Amerika van nu’. Het levensverhaal van founding father Alexander Hamilton kreeg een soundtrack met hiphop en een acteurscast van kleur.
De kaartverkoop bij het Kennedy Center is sinds februari gehalveerd, schreef het weekblad The New Yorker afgelopen week op basis van ingewijden. Het is een aderlating voor het instituut. De begroting wordt voor maar 16 procent met subsidie gedekt: de overheid verstrekt 45 miljoen dollar voor het onderhoud van het gebouw. Tijdens zijn eerste bezoek als voorzitter zag Trump in maart dan ook vooral kansen om her en der marmer aan te brengen. Artistiek inhoudelijk hield hij het bij een lofrede op de musical Cats.
Met decreet 14253 nam Trump eind maart uiteindelijk ook het in 1849 opgerichte Smithsonian Institution in het vizier, dat ‘de afgelopen jaren is beïnvloed door een ideologie die ras centraal stelt en verdeeldheid zaait’. Het Smithsonian is met een overheidsbegroting van een miljard dollar bijna een ministaatje in Washington met zijn 157 miljoen objecten verdeeld over tientallen musea en bibliotheken.
Vicepresident Vance heeft, met zijn zetel in de ‘raad van regenten’, van Trump opdracht gekregen het instituut ‘te redden’. Hij moet erop toezien dat ‘ideologische indoctrinatie’ stopt en van het Smithsonian weer ‘een symbool van Amerikaanse grootsheid’ maken.
De eerste rij gebouwen langs The Mall, het langgerekte park dat uitkomt bij het Congres, bestaat opvallend genoeg niet uit ministeries, maar uit musea. Het zijn de hoeders van de nationale geschiedenis. Naast trotse ruimten voor de Amerikaanse ruimtevaart en de beeldende kunst is er ook aandacht voor koloniale misdaden, onder meer voor de slavernij in het Nationaal Museum voor Afro-Amerikaanse Geschiedenis en Cultuur.
‘Het laat zien hoe belangrijk de stichters van het Smithsonian het delen van kennis vonden’, zegt de Nederlandse etnomusicoloog Huib Schippers, die tot 2020 vier jaar directeur was van Folkways Recordings. Het aan het Smithsonian verbonden, non-profit platenlabel brengt sinds 1948 vooral historische opnamen van Amerikaanse muziekcultuur uit. ‘Het is een catalogus met subversieve kanten: het bevat de protestsongs uit de jaren zestig van Woody Guthrie en Pete Seeger. Bob Dylan droomde er in 1961 van om zijn muziek op Folkways te laten uitbrengen, maar het label was toentertijd niet geïnteresseerd.’
De top van het Smithsonian heeft sterke politieke antennes, zegt Schippers, omdat de directeur regelmatig verantwoording moet afleggen aan het Congres. Kleine controverses kunnen daar tot grote kwesties oplaaien. ‘Bij elke uitgave die we bij Folkways deden, moesten we een formulier invullen voor The Castle, zoals het gebouw heet waar de top zetelt. Daar moesten we aangeven of er gedoe te verwachten was. Gelukkig hebben we dat nooit gehad.’
De druk op directeur Lonnie Bunch is groot – in een e-mail aan het personeel liet hij weten dat er wat hem betreft niets aan de missie en werkwijze van het Smithsonian verandert. Bunch is de eerste zwarte directeur van het Smithsonian. Hij maakte naam als wegbereider van het Museum voor Afro-Amerikaanse Geschiedenis en Cultuur. Met veel tact had hij de Republikeinse president George W. Bush voor de oprichting laten tekenen.
In de machtsstrijd om het Smithsonian gaat de ‘raad van regenten’ waarschijnlijk een hoofdrol spelen. Behalve Vance zitten daar statutair ook de opperrechter van Hooggerechtshof in en drie leden van het Huis van Afgevaardigden en drie van de Senaat. Daarnaast zitten er negen burgers in. ‘Normaal zijn dat prominente denkers of captains of industry’, zegt Schippers. ‘Het zou me niet verbazen als de regering-Trump gaat proberen conservatieven op die plekken benoemd te krijgen. Dan kunnen ze de koers bepalen, en Bunch er eventueel uitwerken als die vasthoudt aan zijn principes.’
Het was Bunch zelf die in 2017 Trump in zijn eerste termijn rondleidde door het museum over de slavernij. Twee jaar later schreef hij erover in zijn memoires over de totstandkoming ervan, riep The New York Times twee weken geleden in herinnering. Bunch stopte onder meer bij een opstelling over de rol die Portugal, Engeland en Nederland in de slavenhandel hebben gespeeld. Het enige dat Trump zei nadat hij de begeleidende tekst had gelezen was: ‘Weet je, ze houden van me in Nederland.’
Na het Smithsonian-decreet vroeg de krant het Witte Huis of de beschrijving van de rondleiding uit 2017 klopte en of Bunch het vertrouwen geniet van Trump. ‘Lonnie Bunch is donor van de Democratische partij en rabiaat partijdig’, verklaarde Steven Cheung, hoofd communicatie van het Witte Huis en voorheen woordvoerder van een organisator van worstelwedstrijden in Las Vegas. ‘Hij heeft leugens verzonnen om de verkoop van zijn slechte boek op te stuwen. Gelukkig zijn hij en zijn rommelboek totale mislukkingen.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant