Het Rijk stort volgend jaar ruim 2,5 miljard euro minder in het Gemeentefonds. Elke gemeente zal dus voor vele miljoenen moeten gaan bezuinigen. Dat leidt nu al tot pijnlijke keuzen. Of bindt het kabinet toch nog in? Dinsdag loopt een ultimatum af.
‘Het kabinet wist al maanden dat ze met iets moesten komen. Maar ze kwamen met niets.’ Zo bondig kon Sharon Dijksma, burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), haar leden eind maart bijpraten over het laatste onderhoud met een afvaardiging van de regering.
Maandag praten de gemeenten en het Rijk verder, en nu is het wat Dijksma betreft ‘buigen of barsten’. ‘We moeten een grens stellen.’ Komt het kabinet voor dinsdag niet alsnog over de brug met extra geld, dan is de volgende stap er een naar de rechter.
Nederland had een traditie van eenheid van bestuur. Maar de afgelopen jaren staan overheden geregeld tegenover elkaar. Met name als het over geld gaat.
Volgend jaar stort het Rijk alle 342 gemeenten in een ravijn. Althans, zo voelen de colleges van B & W, gemeenteraden en -ambtenaren dat. Het is een geldkwestie: in 2026 gaat er wat het kabinet betreft bijna 6 procent af van het Gemeentefonds van 45 miljard euro. Dat is veruit de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten: het beslaat gemiddeld zo’n 60 procent van hun begrotingen.
Volgens de VNG valt daardoor driekwart van de gemeenten in de afgrond van de rode cijfers. Zaken als jeugdzorg, woningbouw en armoedebeleid lopen acuut gevaar – terwijl de gemeentefinanciën zeker sinds het overnemen van rijkstaken in 2015 al een aanhoudende bron van zorg zijn.
‘We zijn niet meer in staat het beste te doen voor onze inwoners. Wij moeten lasten verhogen, terwijl het kabinet lastenverlichting belooft. Niemand zal dat begrijpen’, aldus Dijksma.
Het ravijnjaar is een gevolg van een aanpassing van het Gemeentefonds. Dat moest niet langer meebewegen met de rijksuitgaven, besloot het vorige kabinet, maar met de economie.
Het oude systeem geldt tot dit jaar en de koppeling met het bruto binnenlands product (bbp) zou in 2027 beginnen. Het huidige kabinet heeft dat nog niet uitgewerkt en begroot het Gemeentefonds tot 2029 jaarlijks op 42 miljard euro.
Blijft over 2026. Daarvoor is niets geregeld, behalve een jaren geleden al vastgestelde bezuiniging van 2,5 miljard – een ravijn, vinden alle gemeenten. Ondanks hun verzet moeten ze zich erop voorbereiden en meerdere jaren vooruitplannen om hun begroting sluitend te krijgen – wat verplicht is.
Hun onzekerheid is groot, temeer omdat ze nog niet weten hoe het er vanaf 2027 aan toe gaat aan de inkomstenkant van hun begroting. Over de uitgaven maken ze zich weinig illusies: die lopen in een stijgende lijn op. Gemeenten blijven immers gehouden aan hun taken: zorgen voor jeugd, ouderen, veiligheid, uitkeringen. Kleine bezuinigingen zetten te weinig zoden aan de dijk; gemeenten ontkomen bijna niet aan fundamentele keuzen om hun komende financiële problemen het hoofd te bieden. Een puzzel die de wethouders financiën moeten leggen. Hoe denken ze dat te doen?
‘Het ons gelukt om te zeggen: van cultuur blijven we af’, begint Carla Kranenborg, wethouder van financiën van Breda, haar opsomming over de begroting over 2025. ‘Veiligheid, het economisch klimaat en de verbetering van de stad: blijven we af.’ Maar of dat ook gaat lukken met de begroting van ravijnjaar 2026? ‘Dat durf ik oprecht niet te zeggen.’
‘We hebben het dan over zo’n 25 miljoen euro minder
inkomsten.’ Veel te veel om met de kaasschaaf bij elkaar te schrapen. Kranenborg stelt er bovendien eer in strak te begroten, waardoor één of twee bezuinigingsklappers nodig zijn om het verlies aan Rijksbijdragen te compenseren.
Breda koos onder meer voor bezuinigingen op jeugdzorg. ‘Maar wel zo dat we aan onze wettelijke verplichtingen voldoen.’ Jongeren krijgen een minder individuele en meer groepsgerichte benadering. Kranenborg zou liever wat verder gaan. ‘Is voor elk probleem wel jeugdzorg nodig? Mijn handen zijn echter gebonden.’
Om de zorguitgaven verder omlaag te brengen, schafte Breda de collectieve zorgverzekering voor lagere inkomens af. ‘Dat is geen kerntaak van de gemeente.’ Minder bankjes en vuilnisbakken in de openbare ruimte scheelt ook wat aan de uitgavenkant. Net als het bevriezen van het aantal gemeenteambtenaren, goed voor 2.300 fte. ‘Breda groeit, dus als je gelijk blijft doe je met minder mensen meer.’ Met AI, automatisering en robotica hoopt Kranenborg dat de productiviteit ‘van onze mensen’ vergroot kan worden ‘zonder ze over de kling te jagen’.
Aan de inkomstenkant van de begroting moest de onroerendezaakbelasting (ozb) eraan geloven: die ging met 6 procent omhoog. ‘Voor Breda een flinke stap: we hebben dat hier tien, vijftien jaar niet gedaan.’ Ook gingen de parkeertarieven omhoog. ‘Gelukkig maar licht, maar zonder ravijnjaar hadden we alles makkelijker kunnen opvangen.’
Kranenborg (40), die twaalf jaar strategisch adviseur was van Rijkswaterstaat, is sinds drie jaar wethouder en locoburgemeester. Om haar VVD-partijgenoten in Den Haag te doordringen van het geldtekort van alle gemeenten, nam ze namens vijftig VVD-wethouders het initiatief voor een brandbrief – ‘de maat is vol’. Haar portefeuille financiën gaat haar aan het hart. ‘Aan de ene kant heel technisch en tegelijkertijd sturend voor de keuzen die je met elkaar moet maken.’
Die keuzen gelden volgens de wethouder voor slechts een kwart van de ruim 900 miljoen grote begroting. Driekwart ligt vast omdat de gemeente een taak heeft uit te voeren ‘namens of samen met het Rijk’. ‘Denk aan opvang van vluchtelingen, de arbeidsmarkt, woningbouw; je kunt het zo gek niet bedenken.’
Meer en meer voelen gemeenten zich slechts de uitvoerders van rijksoverheidsbeleid. ‘Terwijl we juist moeten samenwerken.’ Dat doet zich het sterkst voelen op de veruit grootste post aan de uitgavenkant van de Bredase begroting: de 136 miljoen euro voor ‘Jeugd/WMO’.
Door sterk stijgende tarieven en groeiende vraag vliegen de kosten voor jeugdzorg omhoog. ‘Die blijven in de toekomst maar stijgen en de vraag neemt ook niet af.’ De uitgaven voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kunnen ook alleen maar stijgen. ‘De doelgroep van de Wmo wordt immers demografisch groter en ouder.’
Probleem: het geld dat Breda vanuit Den Haag krijgt, was al steeds minder dan nodig is voor de uitvoering van die taken en daar komt het ravijnjaar nog bij. Om haar begroting sluitend te krijgen, moet Kranenborg bezuinigen op het ‘eigen’, beïnvloedbare kwart ervan. ‘Daarop staan echter precies de dingen die vrijwel alle inwoners treffen: onderhoud van wegen, van de openbare ruimte, buurthuizen, allerlei voorzieningen bij sportverenigingen, enzovoort. Dus we moeten uitgerekend bezuinigen op zaken waarvoor inwoners naar de stembus gaan bij gemeenteraadsverkiezingen.’
Voor waar dat toe leidt, gebruikt Kranenborg bewust zware woorden: ‘Door ons minder te geven en meer van ons te vragen ondermijnt het Rijk de democratische legitimiteit van de gemeente.’
Natuurlijk wisten ze ook in Noord-Groningen dat het ‘ravijn’ eraan zat te komen. ‘We hoopten dat de lobby meer resultaat zou hebben’, zegt wethouder Eltjo Dijkhuis van financiën. ‘Met de kennis van nu was dat naïef: er is niet veel van terechtgekomen. En dus hebben we huiswerk.’
Normaliter begint Dijkhuis, van de lokale partij Gemeentebelangen, aanzienlijk later in het jaar na te denken over de voorjaarsbegroting, die in het najaar wordt opgesteld. Maar gelet op de gevoelige keuzen die dit jaar onvermijdelijk zijn, heeft de gemeenteraad bedongen eerder betrokken te worden.
Het gat waar Dijkhuis mee zit, is ‘enorm’: op een begroting van 223 miljoen euro moet Het Hogeland 12- tot 17 miljoen euro bezuinigen – een beetje afhankelijk van prijs- en loonontwikkelingen, en mogelijk toch enige compensatie. ‘We willen eigenlijk het tekort van het Rijk niet oplossen. Maar nu beginnen we daar toch mee.’
Tegelijkertijd moet er geïnvesteerd worden. Wegenonderhoud staat voor 2026 al voor 1,7 miljoen in de boeken, het onderhoud aan schoolgebouwen in de uitgestrekte gemeente (907 vierkante kilometer) met tientallen dorpskernen loopt ook flink in de papieren. En het renoveren van het pand van het werkbedrijf in Uithuizen, dat werkzoekenden helpt, is ook onvermijdelijk. ‘Dat is oude meuk, dat kan echt niet meer’, zegt Dijkhuis.
De wethouder wil maar zeggen: zoveel te kiezen, valt er nu ook weer niet. Van zijn begroting is op papier de helft beïnvloedbaar, maar in de praktijk nog veel minder. Zo staat er 60 miljoen euro aan uitkeringen ingeboekt, die hij niet even een jaartje kan korten.
De principiële keuze in Het Hogeland: inwoners zoveel mogelijk buiten schot houden. Dus niet: een zwembad sluiten, of de belastingen flink omhoog. Dan zit er weinig anders op dan flink in eigen vlees te snijden. En daar ziet wethouder Dijkhuis best mogelijkheden toe.
Het Hogeland ontstond in 2019 uit een fusie van de gemeenten Bedum, Eemsmond, De Marne en Winsum. De erfenis bestaat - ondanks natuurlijk verloop - uit een flink personeelsbestand, van 600 voltijdsbanen. De loonkosten bedragen zo’n 60 miljoen euro.
‘We kunnen echt wel doelmatiger werken’, gelooft de wethouder. Maar hij weet ook: ‘10 procent eraf klinkt weinig, maar is heel veel.’
Nog een complicatie: Het Hogeland is aardbevingsgebied. De versterkingsoperatie en de besteding van geld uit het compensatieprogramma Nij Begun vragen juist veel extra personeelsinzet, legt Dijkhuis uit. ‘We hebben honderd vacatures.’
Gaten in de begroting mag Dijkhuis echter niet stoppen met het compensatiegeld. Dat is soms dubbel, vindt hij. Zo is onderdeel van Nij Begun dat elke school een bieb krijgt. ‘Maar we moeten zoeken naar geld om onze eigen bibliotheken open te houden.’
Gemeenten hebben weliswaar samen 40 miljard euro op de bank. Maar die zijn volgens strikte begrotingsregels maar beperkt inzetbaar. ‘Hooguit als sluitpost.’
Eén ding wil Dijkhuis zeker niet: het erop aan laten komen. ‘We hebben al een brief gehad van onze toezichthouder, de provincie, dat onze begroting sluitend moet zijn.’ Het doembeeld is het lot van Stadskanaal. Dat weigerde enkele jaren geleden, en werd vervolgens gedwongen snoeihard te bezuinigen.
‘Wij willen zelf de regie houden’, zegt Dijkhuis. En dus wordt nu onderzocht waar in het ambtelijk apparaat te snoeien valt. Anders wacht alsnog de kaasschaaf. ‘Maar we weten: die is hartstikke bot.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant