Home

Tegenwind: de Europese windsector moet weer gaan draaien, maar hoe? ‘Wind geeft in deze onrustige tijden energiezekerheid’

In de Europese windsector is de belangrijkste vraag: hoe kunnen we de kwakkelende offshore windproductie weer op gang brengen? Een nieuw type contract moet soelaas bieden. Ook in Nederland.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Al zeventien minuten is de openingsceremonie gaande, en pas dan valt voor het eerst het woord klimaat. Tot dat moment hebben de sprekers op het podium in de reusachtige conferentiehal in Kopenhagen het over energiezekerheid, energie-onafhankelijkheid, concurrentiekracht en betaalbaarheid. Het klimaat, tot enkele jaren geleden hét argument voor windstroom, lijkt ineens van minder belang.

Nu Europa in een geopolitieke storm verzeild is geraakt, heeft de windsector er een belangrijk argument bij gekregen om zichzelf te promoten bij Europese politici en burgers: wil het continent veiliger worden, dan is windenergie hiertoe de sleutel. De ministers, Eurocommissarissen en CEO’s van grote windbedrijven houden het de aanwezigen en zichzelf voor in het auditorium. Veel meer windenergie graag, liefst op de Noordzee, de beoogde Europese groene energiecentrale.

‘Het klimaat is natuurlijk nog steeds van belang’, zegt Giles Dickson, de baas van WindEurope, organisator van het enorme windevenement in de Deense hoofdstad. ‘Maar burgers zijn bezorgd om hun banen. Om hun energierekening. Om de nationale veiligheid. Daarom moet je ze helpen te begrijpen waarom meer windenergie in hun belang is.’

Windenergie van de Noordzee is goedkoop én het is er potentieel in overvloed. Het biedt Europa de kans minder afhankelijk te worden van staten die het mogelijk minder goed met ons voor hebben, zegt Dickson. Dus draagt de sector, vorige week met ruim 15 duizend zielen en vijfhonderd bedrijven bijeen, de nieuwe boodschap met verve uit: meer windenergie voor een beter Europa. En o ja, voor een beter klimaat.

Precaire situatie

De sector kan een nieuwe impuls goed gebruiken, want ze gaat na eerdere jubeljaren nu door een lastige fase. Eerst kregen producenten van turbines rake klappen. Als gevolg van corona en de inval in Oekraïne liep de inflatie op, stegen de lonen, de rente en de prijzen voor staal. Producenten als Vestas en Siemens Gamesa konden de oplopende kosten niet doorberekenen aan afnemers, waardoor ze forse verliezen boekten.

Inmiddels worden er weer mondjesmaat zwarte cijfers geschreven, maar is het probleem verschoven naar ontwikkelaars van windparken op zee. Die worden nu geconfronteerd met hogere kosten en een groeiende onzekerheid over de afname van elektriciteit van hun windparken.

Hoe precair de situatie is, blijkt onder meer uit de recente mislukking van een aanbesteding van een groot kavel in het Deense deel van de Noordzee. Daarvoor meldden zich nul gegadigden.

Ook in Nederland zijn de vooruitzichten somber. De aanbesteding voor kavels voor grote windparken die voor september gepland staat, dreigt hier ook te mislukken wegens gebrek aan interesse, meldde het FD onlangs. Vorig jaar haakte Eneco, een van de grote partijen voor Nederlandse wind op zee, af voor een eerdere veiling. Reden: de risico’s zijn te groot.

Wurggreep

Door deze afwachtende houding komen niet alleen de ambitieuze doelen in gevaar voor offshore windproductie van landen rond de Noordzee, ook lijkt de hele sector opnieuw in een wurggreep te raken. Door de groeiende onzekerheid dreigen toeleveranciers op zoek te gaan naar andere klanten, misschien wel in de offshore olie-industrie, die wereldwijd de wind juist in de zeilen heeft. Een ontwikkeling waar ze in Kopenhagen liever niet aan denken.

Voor werken op zee geldt dat er een lange adem nodig is; planning en uitvoering vergen jaren en als er onzekerheid ontstaat, gaan partijen verder kijken, waarschuwt Jan Vos, voorzitter van de Nederlandse windkoepel NedZero, die op de Deense beurs een flinke Nederlandse hoek heeft ingericht. Eenmaal vertrokken, zegt hij, betekent dit zonder meer extra vertraging voor eventuele toekomstige projecten. Want mensen en materieel zijn kostbaar en schaars in de offshorewereld.

‘Als het misgaat, is het kostbaar om de zaak weer te repareren’, zegt hij. ‘Het is maatschappelijk duur, het is duur voor hoogspanningsbeheerder Tennet, en het is duur voor de sector, die financiële klappen krijgt.’ Stel dat Tennet nu de stopcontacten op zee bouwt en de kabels trekt, maar er is straks geen windpark om erop aan te sluiten, dan moet er wel op worden afgeschreven en onderhoud worden gepleegd, terwijl de inkomsten uitblijven.

Dat leidt tot nog hogere netkosten, zegt Vos. Die dreigen toch al de pan uit te rijzen; een ambtelijke werkgroep berekende onlangs dat verzwaring van het net bijna 200 miljard euro gaat kosten, waarbij een flink deel voor het stroomnet op zee komt.

Werkpaard

Er moet dus iets gebeuren om ‘het werkpaard van de energietransitie’ in de woorden van Vos, weer aan het galopperen te krijgen. Tijdens de crisis die volgde op de inval in Oekraïne, heeft Brussel de sector al een keer gered. ‘De Europese Commissie heeft toen onderkend dat we het moeilijk hadden en we voor Europa een industrie van strategisch belang zijn’, schetst Dickson van WindEurope. ‘Tijdens haar State of the Union in 2023 sprak Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het meeste over ons. Ze zei: die jongens hebben het moeilijk, dat kunnen we niet hebben.’

Waar Brussel actie ondernam, lijken sommige lidstaten te twijfelen. De grootste problemen zitten vooral in de manier waarop de aanbestedingen nu zijn ingericht door Nederland, Denemarken en Duitsland – de belangrijkste offshore windlanden in de Europese Unie.

Om een kavel te kunnen winnen, moeten deelnemers in Nederland door allerlei hoepels springen. Zo zijn er ecologische eisen en eisen aan systeemintegratie; hoe zorg je ervoor dat windstroom een optimaal onderdeel vormt in het energiesysteem. Dit kan bijvoorbeeld door niet alleen stroom te produceren, maar ook groene waterstof, waardoor het elektriciteitsnet minder zwaar belast wordt. Of door drijvende zonnevelden aan te leggen, omdat zon en wind elkaar vaak aanvullen en zo beter gebruikgemaakt wordt van de dure stroomkabels op de zeebodem.

Delen van risico’s

Stuk voor stuk belangrijke zaken, zegt Joël Meggelaars van het Deense groene- energiebedrijf Ørsted, maar ze maken aanbestedingen ook ingewikkelder. Hij pleit voor de invoering van een zogenoemd ‘contract for difference’ (cfd). Zo’n contract met de overheid garandeert een ontwikkelaar een minimale stroomprijs voor een periode van vijftien jaar.

Zakt de prijs onder het afgesproken niveau, dan legt de overheid het verschil bij. Stijgt de prijs boven de overeengekomen bandbreedte, dan betaalt de ontwikkelaar de overwinst terug aan de overheid. Zo worden de risico’s gedeeld.

Volgens een berekening van Ørsted kan een relatief klein pakket cfd’s de sector het zetje geven om uit het dal te klimmen. Als er tussen 2030 en 2040 jaarlijks voor 10 gigawatt aan windvermogen onder cfd’s wordt gebouwd (Europa wil tot halverwege de eeuw 350 tot 450 gigawatt aan offshore wind), kunnen de stroomkosten in 2040 tot wel 30 procent lager uitvallen dan nu.

Cfd’s zijn vooral belangrijk, zegt ook Dickson van WindEurope, omdat ze de financieringskosten sterk verlagen. ‘Banken kijken naar de inkomsten van ontwikkelaars. Als die voor vijftien jaar zijn gegarandeerd, zullen ze tegen veel gunstiger voorwaarden financieren. Banken zijn dol op dit systeem, omdat ze zeker weten dat ze hun geld terugkrijgen.’

Op de miljardenprojecten die offshore windparken zijn, betekent een paar procentpunt lagere rente dat de uiteindelijke kosten veel lager zullen uitvallen. Dat drukt de stroomprijs. Als er meer offshore windprojecten komen, kan de hele keten efficiënter werken, waardoor de prijs van turbines daalt, en dus ook weer de stroomprijs.

Vliegwiel weer op gang

Zo komt het vliegwiel weer op gang, is het idee, net als in de jaren tien, toen de prijs van offshore windelektriciteit spectaculair daalde. De afgelopen jaren is die prijs juist weer met 50 procent gestegen, door onder meer inflatie en stijgende rente.

Cfd’s kunnen deze ongunstige trend keren, luidt de repeterende boodschap in Kopenhagen. En waag het niet te spreken van nieuwe subsidies. ‘Dat is het niet’, reageert Dickson als door een wesp gestoken. ‘Het is een inkomstenstabilisatiemechanisme. Wij betalen terug aan de overheid als de elektriciteitsprijs hoger is dan de afgesproken bandbreedte.’

De tegenwerping dat dit alleen gebeurt als Rusland Oekraïne binnenvalt en er een energiecrisis ontstaat, weerspreekt de voorman van WindEurope. ‘We betalen nu al vaak. In het Verenigd Koninkrijk, waar het contract for difference is uitgevonden, heeft het ministerie van Financiën er een bijzonder klein budget voor opzijgezet. Het systeem werkt daar prima.’

Nederland moet daarom ook cfd’s invoeren, vindt Dickson. ‘Doe je dat niet, dan gaan de kosten enorm omhoog. Die de samenleving uiteindelijk moeten betalen. Jij, ik, de industrie, iedereen.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next