Home

Mathieu van der Poel voor derde keer op rij beste in Parijs-Roubaix, Pogacar stuitert uit bocht

Mathieu van der Poel heeft voor de derde keer op rij Parijs-Roubaix gewonnen. ‘Drie keer winnen in een koers waar je zo veel geluk nodig hebt, is exceptioneel.’

is sportverslaggever van de Volkskrant. Verslag vanuit Roubaix.

Mathieu van der Poel draait zijn hoofd naar rechts en kijkt naar de entree van het Velodrome André Petrieux in Roubaix. De weg is leeg. Er komt nog niemand aan. Pas als hij zijn fiets net na de eindstreep in de lucht steekt, als ultiem zegegebaar, komt Tadej Pogacar de legendarische baan op.

Doodop is de Sloveense wereldkampioen, die niets anders meer wilde dan zo snel mogelijk naar de finish en de warme douche. Het is het gevoel dat alle renners die na 259 kilometer de eindstreep hebben. Het hotsen en botsen over ruim 55 kilometer aan kasseien zuigt alle energie uit de lijven. En dat geldt ook voor winnaar Van der Poel, die de afgelopen weken met verkoudheid te kampen had en het nog nooit zo zwaar had in deze klassieker.

Moeizaam stappend, bijna mank, loopt hij even later over het middenterrein van de onoverdekte wielerbaan naar zijn moeder, die hem in armen sluit. Hij is even gelukkig als gesloopt. ‘Ik had het echt heel zwaar aan het eind’, vertelt de 30-jarige Nederlander ruim een uur na de finish met de vermoeidheid nog op zijn gelaat. ‘Vandaag, met de wind op kop in de finale, botste ik tegen elke kei. Normaal, als je echt heel goed gaat, heb je het gevoel eroverheen te vliegen. Dat had ik vandaag niet.’

Afgrijselijke keienwegen

Er zijn zo veel klinkende kasseistroken in Parijs-Roubaix. Van Trouée d’Arenberg tot Carrefour de l’Arbre en Mons-en-Pévèle. En ook deze editie stelden die afgrijselijke keienwegen niet teleur. Elke passage leverde strijd op, maar het werkelijke kantelpunt was de vrij anonieme ‘secteur 9’ in het routeboek: Pont-Thibault à Ennevelin.

Drie sterren heeft de strook, wat staat voor difficile: lastig dus. Het kan nog twee sterren moeilijker, maar toch is dit de plek waar Van der Poel de wedstrijd wint en Pogacar de koers verliest. De Sloveen schat een bocht naar rechts verkeerd in terwijl Van der Poel, die in zijn wiel zit, net de controle weet te behouden en plots alleen op pad is. ‘Ik zag dat Pogacar de bocht niet kon houden, maar ik wist niet dat hij gevallen was’, vertelde Van der Poel na afloop.

Als het tot hem doordringt dat Pogacar onderuit is gegaan,wacht Van der Poel niet. Het is nog maar 38 kilometer tot de finish. En Pogacar, die zeker 20 seconden staat te hannesen met zijn fiets voordat hij verder kan, is zelf de fout ingegaan. Gefocust blijven, sturen en parcourskennis zijn een onvervreemdbaar onderdeel van deze wedstrijd.

Inschattingsfout

Debutant Pogacar richtte zich op de motor die voor hem reed. Die stuurde de bocht niet in, maar bleef vlak ervoor stilstaan om de renners voorbij te laten. Toen pas besefte Pogacar dat er wel degelijk een bocht opdoemde. Remmen mocht niet meer baten. ‘Shit happens’, zei de wereldkampioen na afloop met de nuchterheid die hem kenmerkt.

Zo gek was die inschattingsfout niet. Met een fikse bries in de rug trok de Sloveen, die vorige week nog met overmacht de Ronde van Vlaanderen won, vlak voor die bocht de snelheid tot boven de 60 kilometer per uur op. Een waanzinnig tempo op de hobbelige keien. Zeker in de wetenschap dat na de ochtendlijke regen en de doorgebroken zon de grip op elke vierkante centimeter anders kan zijn.

Dat is al de hele dag duidelijk. Vanaf het eerste moment dat ze de kasseien op sturen ligt het tempo hoog en is er die voortdurende spanning van een aanval, lekke banden of valpartijen die zo bij Parijs-Roubaix hoort. Wout van Aert is al vroeg het slachtoffer van een valpartij. Veel later in de koers wordt de sterk rijdende Mads Pedersen uit de kopgroep geworpen door een lekke band. De Deen sprint uiteindelijk nog wel naar de derde plaats, vlak voor Van Aert.

Twee tegen één

Na het lekrijden van Pedersen belandt Van der Poel in een groepje met zijn ploeggenoot Jasper Philipsen en Pogacar. Twee tegen één is lastige wiskunde in het wielrennen. De teammaats kunnen elkaar helpen, maar Pogacar hoeft volgens de wielerwetten niet al te veel werk te verrichten. Maar Philipsen, die na een vroege val last van zijn rug heeft, voelt allang dat hij het met deze twee giganten niet lang zal uithouden. Als Van der Poel op de strook van Mons-en-Pévèle demarreert en de Sloveen mee schuift, breekt de Belgische sprinter.

Een sprint à deux wordt het niet, dankzij die ene bocht op 38 kilometer van de finish. Maar spannend blijft het wel, omdat het gat lang op 20 seconden blijft steken. Wie van de twee heeft de langste adem? Pogacar is er aanvankelijk van overtuigd dat hij het gat kan dichten. Dat gevoel verdwijnt als hij merkt dat zijn voorrem aanloopt. Het gaat in zijn hoofd zitten. En dus wisselt hij van rijwiel. Dan blijkt dat het niet de rem was, maar zijn benen die hem hinderen in de achtervolging. ‘Dit was een van de zwaarste races die ik ooit heb gereden.’

Bidon in gezicht

Ook Van der Poel kent nog tegenslagen in de laatste kilometers. Hij krijgt op kasseistrook Templeuve vanuit het publiek een bidon in zijn gezicht geworpen. ‘Het was als een steen die mijn gezicht raakte. Dit is niet acceptabel. Hier moet echt juridische actie op ondernomen worden.’ En op ruim 15 kilometer van de finish dwingt een lekke band hem tot een fietswissel.

Het maakt allemaal niets meer uit: zijn voorsprong is al zo groot dat hij het makkelijk hebben kan. De derde zege is al zeker en Van der Poel treedt in de voetsporen van Octave Lapize (1909-1911) en Francesco Moser (1978-1980). Het zijn de enige twee coureurs die hem voorgingen met drie overwinningen op rij in Roubaix.

Van der Poel weet wel wat dat betekent, juist hier. ‘Drie keer winnen in een koers waar je zo veel geluk nodig hebt, is exceptioneel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next