Home

Een geboren actrice die uitblonk in memorabele moederrollen

Petra Laseur was in de wieg gelegd om actrice te worden: ze was de dochter van een bekend acteursechtpaar. Ze won twee keer een Theo d’Or voor de beste vrouwelijke hoofdrol. Ze was een kleurrijke actrice met een combinatie van passie, gereserveerdheid, ironie en een tikkeltje bijtende humor.

schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.

‘Ik hou niet van ouder worden. Al vinden mijn kinderen het vervelend als ik dat zeg, ze willen liever dat ik vrolijk door het leven ga. En dat gá ik ook. Maar er zijn periodes dat ik denk: nou, moet je luisteren - doei!.’ Dat zei actrice Petra Laseur ooit in een interview - 75 jaar vond ze mooi genoeg. Toch is ze, met vallen en opstaan en ogenschijnlijk opgewekt gemoed, 85 geworden.

Zondag werd bekend dat de actrice aan de gevolgen van kanker is overleden. Toen die ziekte in het voorjaar van 2024 werd geconstateerd, besloot ze zich niet meer te laten behandelen. ‘Ik voel mij kiplekker op dit moment. Als ik me nu laat behandelen, word ik daarvan minder dan wat ik op dit moment ben’, zei ze daarover in de podcast Lang zal ze leven’.

Ze had nog één wens: de 60ste verjaardag van haar zoon én het huwelijk van haar kleinkind meemaken. In dat gesprek zei ze ook dat ze het zelfdodingsmiddel X in huis had om desgewenst zelf haar leven te kunnen beëindigen.

Als dochter van het theaterechtpaar Mary Dresselhuys en Cees Laseur was Petra Laseur van jongs af aan voorbestemd voor het theater. Dresselhuys behoorde tot de bekendste en populairste actrices van haar generatie, Cees Laseur was acteur en werd later een gezichtsbepalend toneelleider; in 1947 richtte hij de Haagsche Comedie op, waarvan hij lange tijd samen met Paul Steenbergen artistiek leider was. Dat dochter Petra actrice werd is dus niet verwonderlijk, hoewel het voor haar ook niet bepaald een roeping was.

Tuinarchitect

Zelf zei ze daarover: ‘Dat ik aan het toneel zou gaan, is nooit zo’n punt geweest. Dat was gewoon zo. Een blauwe maandag wilde ik tuinarchitect worden, maar dat was over toen er iets heel erg mis ging met bloembollen in de tuin van mijn tante. Ik zat op mijn 16de op de toneelschool, en kwam er op mijn 19de af.’

Vanaf dat moment kwam ze, zoals toen gebruikelijk was, meteen bij een groot gezelschap terecht; in haar geval was dat bij De Nederlandse Comedie, in 1959. Haar eerste rol was in Geleerde Dames (Les femmes savantes) van Molière, in regie van Fons Rademakers, haar moeder speelde daarin de hoofdrol.

Ze bleef tot 1967 bij het Amsterdamse gezelschap, waarna ze in dienst kwam bij Zuidelijk Toneel Globe in Eindhoven. Toen in 1973 Het Publiektheater werd opgericht, als vaste bespeler van Stadsschouwburg Amsterdam, keerde ze terug naar de hoofdstad en speelde daar haar grote en beste rollen. Het repertoire varieerde van Tsjechov tot Molière, en van Brecht tot Gerben Hellinga.

Zelf beschouwde ze de rol van Lotte in Groot & Klein van Botho Strauss als een van haar beste. In dit portret van een eenzelvige vrouw, ronddolend in het naoorlogse Duitsland, toonde ze heel haar talent. ‘Dat was zo’n rol die maar één keer in je leven langskomt - als je geluk hebt. Ik weet nog dat ik door het park liep met de hond en dacht: als er nou nooit meer iets komt, kan ik toch tevreden zijn met wat ik nu heb bereikt. Was natuurlijk niet zo, maar zo denk je dan.’

Theo d’Or

Lotte leverde haar in 1981 de Theo d’Or op, de prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol van het seizoen, een onderscheiding die ze ook in 1973 al kreeg voor Hedda Gabler.

Toen Laseur daar de juiste leeftijd voor had, speelde ze ook een paar memorabele moederrollen. In Spoken van Ibsen was ze de genadeloos harde vrouw die haar kinderen traineerde, maar ze speelde ook Hecabe, in een productie van De Toneelschuur in Haarlem, in regie van de toen jonge Koos Terpstra. ‘Ik had al anderhalf jaar geen werk en dan ineens Koos Terpstra op de stoep, van wie ik nog nooit had gehoord.’

Memorabel is ook haar moederrol in Familie van Maria Goos, waarvan later ook een filmversie werd gemaakt. Hoe een onsympathieke moeder te spelen, en haar toch begrijpen – dat was wat ze in die rol liet zien. ‘Zij is in alles een antiheldin: hard, cynisch, meedogenloos, maar ook onuitsprekelijk eenzaam’, aldus destijds de recensie in de Volkskrant.

Koningin Wilhelmina

Laseur heeft dertig jaar vast bij een gezelschap gewerkt, daarna werd ze freelance actrice. Zo was ze samen met haar moeder Mary Dresselhuys te zien in de vrije productie Een bijzonder prettig vergezicht, geschreven door Paul Haenen. In 2011 speelde ze nog de rol van Koningin Wilhelmina in de musical Soldaat van Oranje.

Samen met het onder anderen Trudy de Jong en Theo de Groot richtte ze Toneelgroep Dorst op, speciaal voor acteurs op leeftijd. Had u op dit op uw 40ste ook willen doen?, luidde toen de vraag. Laseur: ‘Nee, natuurlijk niet! Daarom zijn wij, van die frisse dames op leeftijd die nog golfen, uitgaan of op een koor zitten, en - niet onbelangrijk - weduwe zijn, zo’n goede doelgroep voor deze ingreep.’

In 2017 was Laseur te gast in Een Leven Lang Theater in de Amsterdamse Stadschouwburg, waar ze voor een live publiek uitgebreid sprak over haar leven en carrière. Ook toen viel het weer op: die eigenzinnige combinatie van passie, gereserveerdheid, ironie en een tikkeltje bijtende humor af en toe. In diezelfde schouwburg hangt een levensgroot portret van de actrice, kleurrijk gekleed, met rode kralenketting. Het is de plek waar zij het publiek in haar lange loopbaan zoveel moois heeft laten zien.

‘Ik word erg treurig bij het idee dat kinderen die nu geboren worden misschien wel 120 moeten worden’’, zei ze ooit. Petra Laseur is uiteindelijk dus 85 geworden; het afgelopen jaar heeft zij zich omringd door haar kinderen en kleinkinderen, familie en vrienden, op de dood kunnen voorbereiden. Ze had er uiteindelijk vrede mee.

Klaar? Vergeet de doorleessuggesties niet!

Source: Volkskrant

Previous

Next