is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Nog één keer dan, over de dood van de Don. Gefluit van vogels begeleidde hem naar het eeuwige veld van rust, tijdens monumentale minuten stilte in de stadions. Overal was ‘Don’ Leo Beenhakker geliefd, al stierf hij dan in eenzaamheid.
Professor, zei de Don altijd tegen mij. Dat had te maken met een brilletje en soms met bijdehand gedrag met vragen waarbij een zekere mate van moeilijk kijken hoort. Bij de Don, meester in taal en mimiek, moest je ook bijdehand zijn, anders kon je het vergeten. ‘Professor, was het voetbal goed zo, of valt er weer wat te zeiken?’
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vroeger was lang niet alles beter, maar sommige zaken wel, zoals het feit dat verslaggevers in hetzelfde vliegtuig met het elftal naar verre wedstrijden reisden. Dat kon ook makkelijk met mannen als Beenhakker, die het spel zagen als amusement. Zo kon je in het vliegtuig rustig tussen Ulrich van Gobbel en Jean-Paul van Gastel op rij vier belanden, al was dat voor de jongens lastig met kaarten.
Dan vroeg de Don aan de professor of die al een goede vraag had bedacht voor de persconferentie. Mocht dat zo zijn, dan was het misschien handig als de Don die vraag al stante pede kreeg voorgelegd, zodat hij in zijn oneindige wijsheid tijd had om een antwoord te bedenken waarmee de heren (vooral heren) van de pers een stuk konden schrijven dat beklijfde, waar de lieve lezers nog wijzer van werden.
De Don heeft in zekere zin zelfs mijn plezier in het werk teruggebracht, onbedoeld overigens. Mijn zus was vrij plotseling overleden, op 7 februari 1994, en het hoefde niet meer zo met dat stukjes tikken. Maar goed, de avonddienst bij het persbureau ANP wachtte op niemand, ook niet bij dat bericht uit Saoedi-Arabië, op een late avond. ‘Beenhakker limogé’ als bondscoach, luidde de melding. Nog opgezocht wat dat betekende. Ontslagen dus. Gebeld met familie, voor het nummer van de Don.
Nooit zal ik vergeten hoe dat ging. ‘Meneer Beenhakker’, u bent ontslagen. Het was nog voor mijn promotie tot het professorschap. ‘Ontslagen, ik? Heb je gezopen of zo? We hebben net getraind en veel gelachen.’ Het was tijdens de Ramadan. ‘Nou ja, het staat hier, en zo’n Frans persbureau schrijft ook niet zomaar wat.’
Daarop stelde de Don dat hij het even ging vragen aan een prins die de baas was van het voetbal, dat ik de volgende dag maar moest terugbellen. Het nieuws klopte. Hij vertelde hoe het was afgelopen, dat iemand van de bond de zaal was binnengelopen waar hij met zijn assistenten Wim Jansen en Monne de Wit zat te klaverjassen. ‘You are fired’, riep de Arabier. Beenhakker: ‘Wim zat met de rug naar die Arabier toe. Wimpie kijkt op naar mij, draait zich om en zegt: effe wachten met dat ontslag, want ik heb net heel goede kaarten.’
In één zin de hele Don te pakken. Humor, relativering. Het ontslag was jammer voor hem, hoewel hij een pak geld meekreeg. En hij was de eerste die me na de zwartste dag van mijn leven weer een opkontje gaf.
Source: Volkskrant