Home

‘Power Slap’ is een klap in het gezicht van de televisiekijker, als er tenminste iemand zou kijken

Er zijn weekenden waarin ik denk dat ik alles wel heb gezien. Van die weekenden waarin je in De alleskunner duo’s ziet hoe twee mensen samen een bal moeten laten balanceren met hun heupen in een springveer. Van die weekenden waarin Harry Mens ineens optreedt als dragqueen Indy Sky in Make Up Your Mind. Van die weekenden waarin je het interieur ziet van Gerard Jolings huis in Only Joling en denkt: zo’n levensgrote ijsbeer in de woonkamer, waarom ook eigenlijk niet?

Maar niets had me kunnen voorbereiden op dat wat ik vrijdagavond zag op Veronica, waar de eerste aflevering van Power Slap werd uitgezonden. In dit programma zien we hoe deelnemers elkaar met de vlakke hand een pets in het gezicht geven, zonder dat iemand zichzelf mag verdedigen. Presentator Mark Schaaf sprak van een ‘sensationele sport’, maar analist en kickbokslegende Remy Bonjasky wilde daar niet aan. ‘Je kan gewoon een klap geven en klaar.’

Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie en is eens in de vijf weken tv-recensent.

Na een uitgebreide aanloop vol Rocky-achtige montages van de Amerikaanse deelnemers (‘Ik heb vijf zoons en een vrouw. Hun toekomst ligt in mijn handen’) kregen we het eerste ‘gevecht’ voorgeschoteld. En ja hoor, zul je altijd zien: ‘ko’ Christapher sloeg tegenstander Jesus meteen knock-out met zijn vlakke hand. En dat was het dan.

Gelukkig was er de analyse na afloop, met uitspraken als: ‘Je ziet meteen hoeveel de toss uitmaakt. Het kwartje moet de goede kant uitvallen.’ Of: ‘Je geeft een klap, je krijgt een klap, je moet incasseren.’

Liefhebbers van matige metaforen zouden kunnen spreken van een klap in het gezicht van de televisiekijker, maar helaas keek er helemaal niemand, behalve een verveelde televisierecensent die op dat moment volledig in de ban was van de betere petsanalyses. Het spektakel zelf was dan misschien geen reet aan, het napraten over het grote, nihilistische niets bleek een absolute traktatie.

Diezelfde vrijdagavond zagen we ook een wonderlijk midden tussen serieuze sportbeleving en uit de hand gelopen hobbyisme in Koers van de kameraden, waarin negen Nederlandse wielerclubjes worden gevolgd. Genoeg spanning dus, al was het maar omdat iedereen altijd wel een mening heeft over wielrenners.

Verrassend genoeg bleek het programma (waar ook vrijwel niemand naar kijkt) vooral een slaapverwekkende aangelegenheid. Omroep Max blinkt uit in slow tv, maar zelfs in dat universum bestaan blijkbaar grenzen. Ook bij hobbysport-tv is een vleugje gestoordheid blijkbaar toch de sleutel, en dan red je het niet met uitspraken als ‘Het fietsen is om lekker bezig te zijn’, of ‘Ik vind het gewoon leuk om samen te fietsen en een biertje te drinken. Waarom moet het zo diep gaan, joh?’

De enige wijze woorden kwamen nog van een wielrenner die ‘nie losse nie’ als levensmotto had aangenomen. Oftewel: ‘Zit je achteraan, of heb je ergens last van, je moet nooit opgeven.’ Kregen we tóch weer een lesje incasseringsvermogen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next