Home

Waarom ziet niemand de alevieten staan? Zowel in Turkije als Nederland staan ze op

In Nederland een namenmonument, in Turkije een Museum van de Schaamte: in beide landen verdient het bloedbad van ‘Sivas 1993’ een herinneringsteken. En in beide landen komen alevieten – de slachtoffers – uit hun schulp. Zondag wordt in Amsterdam het bloedbad herdacht.

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Hij vertelt het of het gisteren is gebeurd, in plaats van 32 jaar geleden, en in geuren en kleuren. De geur van rook en angstzweet, de kleuren van de vlammen die op 2 juli 1993 hotel Madimak in de Turkse stad Sivas in de as legden, nadat het was bestormd door een door islamisten opgezweepte menigte.

Hidayet Yildirim (68) was er bij, als een van de organisatoren van een cultureel festival, gewijd aan het gedachtegoed van de alevitische mysticus Pir Sultan Abdal (1480-1550). Veel van de 37 slachtoffers waren schrijvers, kunstenaars, intellectuelen. Maar ook de lichamen van drie kinderen werden gevonden, en dat van de Nederlandse antropologiestudent Carina Thuijs.

Yildirim was er bij toen op die vrijdag aan de zuidrand van de stad cultuurhuis Atatürk werd belegerd, de locatie van het festival. Met zijn makkers wist hij de aanval af te slaan. ‘Als ze daar brand hadden gesticht, waren er zeker vijfhonderd doden geweest’, zegt hij, in het kantoor in Sivas van vereniging Pir Sultan Abdal.

Bezoekers werden in veiligheid gebracht in het hotel. Veilig? Het rapaille trok naar het stadscentrum en groeide voor het Madimak uit tot een menigte van tienduizenden, nadat het vrijdaggebed was afgelopen en de moskeeën waren leeggestroomd. Daar ging de fik erin.

Keerpunt

Het bloedbad van Sivas was een keerpunt voor de alevieten, zo’n 15 procent van de Turkse bevolking. De maat was vol. Sinds de stichting van de republiek in 1923 hadden ze in het verdomhoekje gezeten, als een van de minderheden die niet pasten in Atatürks nieuwe, eenvormige Turkse natie.

Er waren meer drama’s geweest, zoals de Dersim-opstand van 1937 (zeker dertienduizend doden) en de pogrom van december 1978 in de stad Maras, waar ultrarechtse nationalisten dagenlang huishielden en circa honderdvijftig mensen vermoordden.

Dat geweld was echter voor de alevieten steeds reden geweest om weg te duiken: val niet op, blijf stil, hou je gedeisd. Sivas luidde in wat bekendstaat als de ‘alevitische revival’. In Turkije zowel als in Europa werden alevitische verenigingen opgericht. Er werden cemevi’s gesticht, gebouwen waar alevieten bijeenkomen voor gebed, poëzie, muziek en filosofische gesprekken. Voorheen gebeurde dat bij mensen thuis, stilletjes.

Zo leerde de wereld eindelijk de alevieten kennen: een seculiere, links georiënteerde bevolkingsgroep, die mannen en vrouwen als gelijke behandelt en gelooft in wetenschap, onderwijs, cultuur en humanisme. Het alevitisme is verre familie van de sjiitische islam, maar heeft niets te maken met de starre ideologie die bijvoorbeeld in Iran wordt gepropageerd.

Het was ook een interne revival. Een nieuwe generatie alevieten herontdekte de tradities van het alevitisme. De liederen, de verhalen, het spiritueel ontzag voor rotsen, geiten, bomen, rivieren. Het was niet zozeer een religieuze beweging, als wel een van cultureel zelfbewustzijn. De opleving ging juist gepaard met verwatering van de religie, zoals socioloog Volkan Ertit aantoont in zijn proefschrift Secularization of Alevis in Turkey (Nijmegen 2017).

Festival in Tolhuistuin

In Nederland laten de generaties van ná Sivas ook van zich horen. Zondag vindt in de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord het festival Aşk ile! (Met liefde!) plaats. De opbrengst gaat naar Stichting Sivas Namenmonument, die ergens in Nederland een kunstwerk wil plaatsen met de namen van de slachtoffers van de brand. Onder het alevitische thema ‘De kunst van het herdenken en vieren’ komen sprekers, kunstenaars en musici samen, onder wie zangeres Meral Polat. Journalist Sinan Can voert gesprekken over de hedendaagse impact van het Sivas-drama.

Can en Polat behoren tot een opmerkelijke – en succesvolle – groep Turkse Nederlanders: alevieten met wortels in de Koerdische provincie Tunceli (Dersim, in het Koerdisch). Dersim-alevieten zijn van oudsher de meest links-seculiere bevolkingsgroep van Turkije. Politici als Dilan Yeşilgöz (VVD), Sadet Karabulut (SP) en Nilüfer Gündoğan (Volt) passen eveneens in het rijtje. Ook PvdA-Kamerlid Songül Mutluer is van alevitische (niet Koerdische) komaf.

Waarom weet bijna niemand dit, terwijl andere Turkse (en Marokkaanse) Nederlanders hun islamitische achtergrond vaak niet onder stoelen of banken steken?

Aan die onzichtbaarheid willen prominente leden van de alevitische gemeenschap een einde maken. Een eerste stap werd begin november gezet door Eylem Köseoglu, PvdA-fractievoorzitter in de gemeenteraad van Zaanstad. Zij belegde een bijeenkomst met vertegenwoordigers van alevitische verenigingen, linkse Turkse organisaties als HTIB en DDIF en het partijbestuur van de PvdA, onder wie voorzitter Esther-Mirjam Sent. De vraag was: waarom ziet niemand ons staan?

Begrijpelijk dat links daar in eerste instantie op wordt aangesproken. Het is voor alevieten de natuurlijke thuishaven. ‘We hebben linkse partijen altijd als bondgenoten gezien’, zegt Düzgün Kayak, kaderlid van de Federatie van Alevitische Verenigingen Nederland (HABF). ‘Maar we hebben het niet altijd als wederzijds ervaren. Dat vinden we jammer.’

‘Ze zijn elkaar halverwege kwijtgeraakt’, zegt Köseoglu over de alevieten en ‘links in de breedte’, haar eigen partij niet uitgezonderd. Volgens haar wordt iets te vanzelfsprekend aangenomen dat de sympathie van alevieten tóch wel bij links ligt. Politiek en overheid spannen zich meer in voor het contact met wat ze de ‘oerconservatieve’ groepen noemt. ‘Daar gaan ze graag mee op de foto. Bovendien vervreemd je je daarmee van de groep waarmee je juist meer verwantschap hebt.’

Niettemin wordt positief teruggekeken op de ontmoeting van 8 november. Een woordvoerder van het PvdA-bestuur rept van een ‘prettig en open gesprek’ en Zeynep Cimtay, voorzitter van de HABF, van een ‘waardevol gesprek, waarin we ons onbehagen en gevoel van vervreemding goed konden delen’.

Nederland telt 100- tot 150 duizend alevieten, misschien wel 200 duizend. ‘Die kun je niet zomaar negeren’, zegt Köseoglu. En dat gebeurt wel, volgens Cimtay. Het alevitisme wordt bijvoorbeeld door de overheid niet als aparte levensbeschouwelijke stroming erkend; cemevi’s lopen daardoor voordelen mis die kerken, moskeeën en synagogen wel hebben. Vaak ontbreken volgens haar alevitische organisaties bij overleg tussen overheid en minderheidsgroepen.

Een rol speelt vermoedelijk dat alevieten goed zijn geïntegreerd: geen problemen immers. Ook in de samenleving worden ze daardoor over het hoofd gezien. Wie in de zorg behoefte heeft aan geestelijke steun, krijgt geen dede aan het bed, maar veelal een imam. Cimtay: ‘Als je op sterven ligt, wil je begeleiding van een alevitische geestelijke.’

Wat ook kan meespelen is dat alevieten tot nu zélf te weinig van zich lieten horen, vanuit de uit Turkije meegenomen gedachte ‘hou je gedeisd, val niet op’. Köseoglu: ‘Denk aan Maras 1978, Sivas 1993. Dat doet iets met een gemeenschap. Eén optie is dan om niet je hoofd boven het maaiveld uit te steken. Die zelfbescherming zit een beetje in ons DNA.’ Ook zelf kreeg ze vaak te horen: zeg maar niet hardop dat je aleviet bent.

Terwijl voor die terughoudendheid in Nederland toch minder reden is dan in Turkije. Daar hebben alevieten nog steeds te maken met uitsluiting. Toen de sociaaldemocraat Kemal Kiliçdaroglu, een Koerdische aleviet, het in de verkiezingen van 2023 opnam tegen president Recep Tayyip Erdogan, was zijn afkomst zijn electorale achilleshiel. Nee, niet dat hij Koerd was, dat was geen punt. Hij was aleviet.

De Duivelsverzen

Dat is een probleem in een land met een soennitische meerderheid. Ook in 1993 in Sivas werd de tegenstelling tussen alevieten en soennieten aangewakkerd. De hysterie was voorgekookt. ‘In een moslimbuurt worden slakken verkocht’, schreef de krant Bizim Sivas daags tevoren over het festival: een affront voor soennieten, voor wie slakken onrein zijn.

Elementen in het staatsapparaat hadden het speciaal voorzien op de schrijver Aziz Nesin, een van de gasten, die de roman De Duivelsverzen van Salman Rushdie in het Turks had vertaald. ‘Maar dat pleit de lokale bevolking niet vrij’, zegt Yildirim. ‘De meeste relschoppers kwamen van hier.’

In Zara, een gemengd alevitisch-soennitische stad in de provincie Sivas, geeft Emrah Kaplan, secretaris van de plaatselijke cemevi, hoog op van de etnische harmonie in zijn stad. ‘Wij zijn een voorbeeldig mozaïek’, zegt hij. ‘Iedereen respecteert elkaar.’

Maar naarmate het gesprek vordert, trekt de sociaal wenselijke mist op. ‘Ja, er is discriminatie’, erkent Kaplan, in het dagelijks leven kozijnenmaker. ‘Op elke tien klanten heb ik negen alevieten. Soennieten komen amper. De staat geeft ons geen banen. Op school mogen onze kinderen onze gebeden niet doen.’

De alevieten in Sivas voelen 32 jaar na dato nog altijd de littekens van het trauma. Eind februari kwamen zeventien daders op vrije voeten. ‘Dat deed toch pijn’, zegt Hidayet Yildirim. Hotel Madimak werd aanvankelijk een restaurant, in plaats van een gedenkplaats. Het aantal deelnemers aan de jaarlijkse herdenking werd jarenlang door de autoriteiten beperkt.

Tegenwoordig is het iets beter, zegt Yildirim. ‘De herdenking vorig jaar op 2 juli trok tienduizend mensen, meer dan ooit.’ Het gebouw bevat nu studieruimten voor de jeugd; dat liever dan een restaurant. De begane grond is een gedenkruimte, met in grijs marmer de namen van de slachtoffers. Maar voor vereniging Pir Sultan Abdal is het niet genoeg. Yildirim: ‘We willen dat Madimak een Museum van de Schaamte wordt.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next