Voor mensen met een depressie die niet opknappen van therapie en medicijnen, is er een nieuwe vorm van hersenstimulatie. Joke (66) besloot het te proberen. ‘Soms denk ik: wat als dit ook niet werkt?’
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.
Over tien minuten begint Joke (66) aan de behandeling die haar uit het zwarte gat moet trekken waar ze twee jaar geleden volkomen onverwacht door is opgeslokt. Ze is ‘een beetje gespannen’, zegt ze. Ze friemelt aan haar lila vestje. Plukt aan haar korte grijze haar. Slaat haar armen over elkaar, haar benen.
‘Behoorlijk gespannen, eigenlijk.’
Tegenover haar zit Tom Biemans te knikken. ‘We gaan het stapje voor stapje doen.’ De neuropsycholoog en promovendus – afgetrapte gympen, stoppelbaardje – zal de komende vijf dagen Jokes behandeling begeleiden.
Hij zal straks naar de imposante machine lopen die achter Joke staat te suizen. Daarmee zal hij magnetische pulsen op haar brein afvuren. Tien minuten lang en over een uur nog eens tien minuten.
Tien sessies per dag, vijf dagen lang. Van maandagochtend acht uur tot vrijdagmiddag vijf uur – als het meezit. En als het weekend is, zal het beter gaan met Joke.
Dat is althans de hoop.
Ruim twee jaar geleden werd Joke, die vanwege haar privacy niet met haar achternaam in de krant wil, plotseling depressief. In een paar maanden tijd verschrompelde ze van een drukbezette zestiger, die neuriënd haar werk deed, in iemand die haar bed nauwelijks uitkomt. Een kop koffie zetten, de vaatwasser uitruimen: tot veel meer komt ze niet.
Ze heeft een aantal soorten antidepressiva gehad. Cognitieve gedragstherapie. Schematherapie. Haptotherapie. Het hielp niet.
Nu zit ze hier, op de afdeling psychiatrie van het Radboudumc in Nijmegen.
Zoals Joke zijn er veel meer mannen en vrouwen. Zo’n honderdduizend Nederlanders met een depressie knappen niet op, ondanks meerdere behandelingen en medicatie. Dat schat emeritus hoogleraar klinische psychologie Pim Cuijpers, die jarenlang onderzoek deed naar de effectiviteit van psychotherapie.
Het is helaas ‘een logisch gevolg van het beperkte effect van psychotherapie’, zegt hij. Zoek hulp! Praat erover! Dat krijgen mensen met psychische problemen vaak te horen. De realiteit is dat ongeveer vier op de tien mensen die therapie krijgen opknappen (bij bijna de helft van die groep was dat ook zonder therapie gebeurd). Iets vergelijkbaars geldt voor medicatie.
Op dit moment is de beste remedie voor mensen met een zogeheten ‘therapieresistente depressie’ electroconvulsietherapie. Of, zoals het vroeger genoemd werd: elektroshocktherapie. Ruim de helft van de patiënten voor wie praten en pillen niet werken, helpt dit wel.
Dat is tegen een prijs: veel patiënten vrezen de – soms forse – bijwerkingen, zoals geheugenverlies en concentratieproblemen.
Voor wie dat (nog) niet wil, zijn er experimentele behandelingen in onderzoeksverband. Met psilocybine bijvoorbeeld (de werkzame stof in paddo’s). Of het onderzoek waaraan Joke meedoet: een nieuwe vorm van repetitieve Transcraniële Magnetische Stimulatie (rTMS). Hersenstimulatie, met andere woorden.
‘Ik raad je aan straks je ogen lekker dicht te doen.’ Maandagochtend is voor veel deelnemers het spannendste moment, weet Biemans uit ervaring. Hoewel rTMS meestal niet of nauwelijks pijn doet, en ook vrijwel geen bijwerkingen heeft, is een reeks magnetische pulsen op het hoofd ook geen aangename sensatie.
Sommige patiënten vergelijken het gevoel met een specht die op hun hoofd tikt, zegt Biemans. ‘De antidepressie-specht.’
Toen haar psychiater deze behandeling voorstelde, moest Joke er in eerste instantie niets van weten. Het klonk eng, zo’n apparaat op haar hoofd. Thuis ging ze er toch over lezen. Als dit ervoor nodig is om van haar depressie af te komen, besloot ze, dan wil ze het proberen.
Als Joke zich geïnstalleerd heeft op een grote zwarte stoel met hoofdsteun, plaatst Biemans een grijze spoel in de vorm van een 8 tegen haar voorhoofd.
Vorige week heeft hij een MRI-scan van Jokes hoofd gemaakt, zo weet hij precies waarop hij moet mikken. In het brein communiceren zenuwcellen met elkaar door elektriciteit over te geven. De spoel op Jokes hoofd zal straks een stroompje opwekken in haar brein. Dat moet ertoe leiden dat er een betere verbinding ontstaat tussen twee hersengebieden, zegt Biemans.
Specifiek: het regelcentrum van het brein, dat betrokken is bij controle en gedrag, en de anterieure cingulate cortex (ACC) dat te maken heeft met het verwerken van emoties. Het ‘hazenpaadje’ dat die twee gebieden nu met elkaar verbindt, zegt Biemans, moet een ‘vierbaanssnelweg’ worden.
‘Een wonderpil tegen depressie bestaat helaas niet’, zegt psychiater Philip van Eijndhoven. Als hoofdonderzoeker van de afdeling neuromodulatie van het Radboudumc is hij verantwoordelijk voor het onderzoek waaraan Joke meedoet. Daarom onderzoeken ze op zijn afdeling innovatieve behandelingen, zoals deze.
De hoop is dat de helft van de mensen opknapt van deze nieuwe aanpak. Dat zou goed nieuws zijn voor de groep dolende patiënten, maar voor individuele patiënten betekent het: een intensieve behandeling met 50 procent kans van slagen.
Voor Joke is het deze week kop of munt.
‘Goed’, zegt Biemans. ‘Ik ga ’m aanzetten.’ Joke sluit haar ogen. Drie. Twee. Een. RAT-TAT-TAT-TAT-TAT. Een snerpend getik vult de behandelruimte. Jokes gezicht vertrekt even van de schrik. ‘Is het een beetje vol te houden?’ ‘Hmm-hmm.’ Ze houdt haar ogen dicht.
Video wordt geladen...
Joke neemt een hap van haar ligakoek. Ze heeft pauze tussen twee sessies in. Ze zit in een behandelkamer die deze week voor haar wordt vrijgehouden. Systeemplafond, tl-licht, een bureau en een paar stoelen. Joke zit in de hoek.
Wat patiënten doen in de pakweg veertig minuten vrije tijd tussen twee sessies, mogen ze zelf weten. Eén patiënt nam een stretcher mee en deed dutjes. Een jonge cartoonist tekende de hele week. In de behandelruimte hangt een cartoon van haar hand. Ze knapte niet op.
Een andere patiënt ging door met werken tussen de sessies door. Ook bij haar deden de magnetische pulsen niets.
Libelle, PS van de week, Volkskrant Magazine: Joke heeft een stapeltje tijdschriften meegenomen. Ze bladert wat en probeert niet te denken aan de grote zwarte stoel waar ze straks weer in moet.
Hoe Joke hier is beland en vooral waarom, kan ze niet goed uitleggen. Ze heeft nooit eerder psychische problemen gehad. Ze heeft heus weleens iets vervelends meegemaakt, maar trauma’s heeft ze naar eigen zeggen niet. Het gaat prima met haar volwassen zoons. Ze is gelukkig getrouwd. Waarom is ze dan depressief?
Is het haar werk in de zorg, dat steeds drukker werd? De mantelzorg voor haar moeder, tante en oom die daarbovenop kwam? Het vrijwilligerswerk dat ze doet, voor kerk en harmonie?
Joke liet alles uit haar handen laten vallen, de depressie bleef. Ze vertelt erover met droge ogen. Ze is ‘niet zo’n huiler’, zegt ze. Van het klagen is ze ook niet. Een depressie is ‘vreselijk’, zegt Joke. Meer woorden maakt ze er niet aan vuil.
Voor Biemans is Joke de negende patiënt met wie hij deze intensieve behandeling doet. In totaal moeten er 108 patiënten meedoen aan het onderzoek dat ook in Maastricht en Amsterdam loopt.
In vijf dagen tijd ziet hij deelnemers soms wonderbaarlijk opknappen. Zijn vorige patiënt nog. Een jongen van 26 met wie het zo slecht ging dat hij voor zijn behandeling al aankondigde: als dit niet werkt, stop ik met eten en drinken. Dan hoeft het niet meer.
En nu? Nu is hij zich aan het oriënteren op een studie.
Of Moniek (58), die al bijna dertig jaar af en aan depressief is. Toen ze thuiskwam van haar eerste behandeldag, negen maanden geleden, zag haar man het meteen. ‘Hij vond dat ik er energieker uitzag’, vertelt ze telefonisch. ‘Zelf durfde ik er toen nog niet in te geloven.’
Op zondag dacht ze nog aan de dood, op vrijdag had ze weer zin in het leven zegt Moniek, die vanwege haar privacy niet met haar volledige naam in de krant wil. ‘Het effect was spectaculair.’
Net zo goed lijkt het bij andere patiënten niets te doen. Voor wie de behandeling werkt, zegt Biemans, en bij wie niet, valt vooraf niet in te schatten. Kop of munt.
‘Ik heb paracetamol ingenomen.’ Geroutineerd installeert Joke zich op haar stoel voor de volgende sessie. Ze begint hoofdpijn te krijgen van de tikjes tegen haar hoofd.
Het is het enige effect dat Joke tot nu toe merkt. Ze voelt zich nog precies hetzelfde als vorige week. ‘Soms denk ik: wat als dit ook niet werkt? Wat dan?’ Op die momenten probeert ze te doen wat Biemans haar heeft aangeraden: niet te ver vooruitkijken, stapje voor stapje. Ze is nog niet eens op de helft.
Voor Biemans (29) is dit onderzoek werk, maar het is in zekere zin ook zijn persoonlijke antidepressivum. Na zijn studie neuropsychologie, midden in de coronacrisis, werd hij zelf depressief. Hij ging in therapie, dat hielp. Hij begon met mediteren, dat hielp ook.
Maar wat misschien wel het grootse verschil maakte: ‘Ik ging nadenken over wat mijn leven betekenis gaf.’ Dat bleek niet het werk dat hij op dat moment deed, in een medisch expertisecentrum.
Tijdens zijn studie had Biemans weleens een rTMS- apparaat in actie gezien. Een magische machine, vond hij. Dáár wilde hij mee werken. Hij vond een baan als rTMS-behandelaar in het Radboudumc. Van daaruit rolde hij dit onderzoek in. Nu is hij precies waar hij wil zijn.
Joke heeft één rood oor. Dat krijgt ze altijd als ze moe is, zegt ze. Ze staat op het punt aan haar 47ste sessie te beginnen. Haar man is vanmiddag mee. Hij zit op een stoel tegenover haar en kijkt naar haar.
‘Hoe voel je je?’, vraagt Biemans aan Joke, terwijl hij de spoel plaatst.
‘Ik voel me leeggetrokken.’
Gisteren was een moeilijke dag, vertelt Joke als de sessie voorbij is. Ze merkt nog geen enkel verschil. ‘Dat maakt een beetje wanhopig.’
Naast haar worden de blauwe ogen van haar man zo nu en dan vochtig. ‘Voor mij is het vooral spannend hoe Joke de klap te boven komt als het niet werkt’, zegt hij. ‘Ik kan wel denken: als dit niets doet, komt er iets anders. Voor haar is dat lastiger.’
Als rTMS-therapie wel effect heeft, is dat meestal tijdelijk. Onderhoudsbehandelingen kunnen dat probleem tegengaan. Dat merkte Moniek ook. Een half jaar nadat ze had meegedaan aan het onderzoek, ging het minder goed. Ze trok aan de bel en kreeg een twee dagen durende ‘booster’-behandeling, in het Radboudumc. Dat hielp. Het gaat nu weer net zo goed als eerder, zegt ze. ‘Beter zelfs, want ik slaap nu ook minder slecht.’
Nog een beperking: een behandeling van de hersenen met pulsen doet alleen iets met de biologie, zegt onderzoeker Van Eijndhoven. ‘Een depressie is vaak het gevolg van dieperliggende problematiek, die los je niet op met een magneet.’
In een ideale wereld zouden ze bij het Radboudumc deze behandeling dan ook combineren met therapie. Van Eijndhoven. ‘Het liefst pak je een depressie breed aan: biologisch, psychologisch en sociaal.’ Door een aantal behandelingen te combineren, vergroot je de kansen van patiënten als Joke, zegt hij.
Het onderzoek waaraan Joke meedoet is ook niet perfect, zegt emeritus hoogleraar Cuijpers, die er zelf niet bij betrokken is. Zo weten de patiënten die meedoen precies welke variant hersenstimulatie ze krijgen. De nieuwe variant, die nu onderzocht wordt, duurt een week. De oude zes.
Het gevaar is dat patiënten die de nieuwe behandeling krijgen, daar hoge verwachtingen van hebben. Cuijpers: ‘Dan kunnen er mechanismen in werking treden waardoor zo’n behandeling ook echt effect heeft. Als je de behandeling vervolgens aan iedereen gaat aanbieden, blijkt het vaak veel minder goed te werken.’
Dat gezegd hebbende, zegt de hoogleraar, ziet het onderzoek er ‘mooi’ uit. ‘Deze wetenschappers proberen betere uitkomsten te krijgen voor patiënten. Dat is belangrijk.’
‘Wij kunnen in elk geval tegen elkaar zeggen: we hebben er alles aan gedaan.’ Biemans kijkt naar Joke. Zijn gezicht, dat meestal op glimlachen staat, is ernstig. Het is vrijdagmiddag. De vijftigste sessie van deze week, de allerlaatste, zit erop. Jokes oor is vuurrood.
‘Goed uitrusten dit weekend’, adviseert Biemans. ‘Niet te veel doen.’ Het is denkbaar dat Jokes vermoeidheid het effect van de behandeling dempt. Dat het nog komt.
Daar houdt Joke zich aan vast. Het is nog niet voor niets geweest, deze lange week, elke keer dat apparaat op haar hoofd, negentigduizend pulsen in totaal.
Ze trekt haar jas aan, zegt Biemans gedag en loopt het ziekenhuis uit.
‘Ben je de afgelopen week bezig geweest met de dood?’ Joke zit thuis achter haar laptop en videobelt met Biemans. Ze nemen de wekelijkse vragenlijst door die hoort bij het onderzoek. Om te meten of het zin heeft gehad. En hoelang dat effect aanhoudt.
Ze heeft veel gerust de afgelopen week, vertelt ze. Het maakte niets uit: ze voelt zich nog even depressief als de afgelopen twee jaar. Slechter nog. Wéér een behandeling die niet aansloeg. Zacht: ‘Ik word er een beetje wanhopig van.’
Het is de andere kant van de medaille. Hoe veelbelovend een nieuwe behandeling ook, er zijn altijd patiënten voor wie het niets doet. Hoogleraar Cuijpers: ‘Die mensen krijgen vaak het gevoel: het ligt aan mij, ik ben een moeilijk geval.’
De realiteit is, zegt hij, dat sommige patiënten nou eenmaal veel verschillende behandelingen moeten proberen voor ze iets vinden dat werkt. En ook: wetenschappers hebben niet voor iedereen met een depressie een oplossing.
Biemans praat Joke nog een laatste keer moed in. ‘We hebben een hele hoop opties hier in het Radboud. We gaan kijken wat er nog mogelijk is.’ Joke knikt.
Joke is nog altijd depressief. Ze krijgt inmiddels een andere vorm antidepressiva. Daar merkt ze tot nu toe nog niets van.
Hersenstimulatie is niet nieuw. Onderzoekers experimenteren al zeker twintig jaar met vormen van repetitieve Transcraniële Magnetische Stimulatie (rTMS). Normaal duurt een behandeling zes weken en krijgt een patiënt elke dag één sessie. Die zorg wordt sinds 2017 vergoed. Twee à drie op de tien knappen ervan op.
De variant die Joke krijgt, gebaseerd op Amerikaans onderzoek, is wel nieuw. Onderzoekers van de Stanford-universiteit pikten uit twintig jaar aan neuromodulatie-onderzoek die elementen die het best lijken te werken. Veel sessies kort na elkaar bijvoorbeeld. En: een intensievere puls. (Joke krijgt officieel geen rTMS maar Intermitterende Thetaburst Stimulatie, iTBS.)
Volgens het eerste onderzoek naar die methode knappen bijna acht op de tien patiënten daarvan op. Die cijfers zijn wel érg optimistisch, zegt onderzoeker Philip van Eijndhoven, van het Radboudumc: ‘Wij verwachten niet zulke mooie resultaten te halen.’
Samen met academische ziekenhuizen in Amsterdam en Maastricht onderzoekt het Radboudumc of deze aanpak inderdaad beter werkt dan de bestaande methode. De hoop is dat het aanslaat bij pakweg vijf op de tien: net zo effectief als elektroconvulsietherapie, maar dan vrijwel zonder bijwerkingen.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant