Home

Syrische Koerden en Druzen wantrouwen nieuw bewind: ‘De situatie is grimmig, onder de oppervlakte broeit het’

Vijf maanden na de val van Bashar al-Assad zijn de wittebroodsweken voor de interim-regering in Syrië voorbij. Wantrouwen tussen de nieuwe regering en religieuze minderheden werpt een schaduw over de toekomst van het land. We bellen met correspondent Jenne Jan Holtland die de Koerden en Druzen bezocht.

Dag Jenne Jan, waar ben je nu precies?

‘Ik ben in Sweida, een stad in het uiterste zuiden van Syrië, niet ver van de grens met Jordanië. De Druzen vormen hier de meerderheid, zowel in de stad als in de gelijknamige provincie. Ik ben benieuwd hoe zij de toekomst van Syrië zien.

‘De Druzen zijn een religieuze minderheid in Syrië. Hun geloof is ietwat geheimzinnig, maar ze zijn tamelijk liberaal in hun denken. Druzen drinken bijvoorbeeld alcohol, vrouwen dragen geen hoofddoek. Ze kijken met groot wantrouwen naar het nieuwe regime in Damascus, dat geleid wordt door streng islamitische soennieten. De belangrijkste druzische sjeik wil momenteel niets met Damascus te maken hebben. Druzische milities patrouilleren hier door de straten, en houden de regeringstroepen buiten de provincie.

‘Men kijkt hier met jaloezie naar de Koerden, die hebben tijdens de burgeroorlog in het noordoosten van Syrië een eigen semi-autonoom bestuur gevormd. Dat willen de Druzen ook wel.

‘Op die manier wordt de eenheid van het nieuwe Syrië op de proef gesteld. Wat voor land wordt het? Een versplinterd land, of toch een eenheidsstaat waarin religieuze minderheden zoals Koerden, Druzen en Alawieten niet meetellen?’

De Koerden hebben vorige maand een akkoord gesloten met de regering in Damascus. Wat heeft dat opgeleverd?

‘Dat akkoord bestaat uit zeven punten die erg vaag zijn. Belangrijk voor de Koerden is in elk geval dat het regime hen erkent als integraal onderdeel van Syrië. Daarnaast vochten de Koerden tot het sluiten van dat akkoord tegen pro-Turkse troepen, die nauwe banden hebben met de nieuwe regering in Damascus. De deal heeft de weg geopend naar een informeel staakt-het-vuren.

‘Ik ben hiervoor in Koerdisch gebied geweest. De mensen die ik daar sprak, vonden het vooral belangrijk dat het bloedvergieten is opgehouden. Er wordt niet meer gevochten, maar gepraat. Iedereen verwelkomt dat.

‘Waar niemand een cent voor wil geven, is de langere termijn. In het Westen denkt men: ze schudden elkaar de hand en dan is er eenheid in het land. Maar een hoop zaken zijn nog totaal onduidelijk. Wie gaat bijvoorbeeld de grens tussen Koerdisch gebied en Irak bewaken? De grootste olievelden bevinden zich in Koerdisch gebied, hoe worden de inkomsten daarvan verdeeld?

‘Ik ben zelf in al-Hol geweest, een door Koerden bewaakt vluchtelingenkamp waar vrouwen en kinderen afkomstig uit het IS-kalifaat zitten. De Koerden zijn bang dat, mocht de regering in Damascus de controle overnemen, die mensen simpelweg worden vrijgelaten. Niemand in Syrië is vergeten dat de nieuwe president, Ahmad al-Sharaa, ooit zelf een jihadist was. De meeste Koerden vertrouwen de regering voor geen cent.’

Welke rol spelen de moordpartijen onder Alawieten, een andere minderheid, in dat wantrouwen?

‘De regering heeft daardoor de schijn tegen. Een maand later weten we nog altijd niet hoe groot die moordpartijen zijn geweest. Er zijn zeker duizend Alawieten gedood, misschien wel meerdere duizenden. Dit hangt als een molensteen om de nek van president al-Sharaa. Niemand hier gelooft dat het nieuwe regime daar niets mee te maken had. Er is niemand voor die moordpartijen opgepakt of veroordeeld.’

‘Al-Sharaa heeft zich in bochten gewrongen om de indruk te wekken dat het wel meeviel, maar mensen hebben de beelden zelf gezien. Blijkbaar is dit typerend voor het nieuwe regime, denkt men. Blijkbaar moeten minderheden voor hun leven vrezen.

‘Gisteren reden we vanuit het noorden naar Damascus. Bij twee controleposten zag ik regeringssoldaten met op hun schouder een badge van Islamitische Staat. Ik heb dat vaker gezien in Syrië. Het laat zien hoe groot de anarchie is. Soldaten lopen met allerhande badges rond, waar geloven zij precies in? Op deze manier komt de regering nooit los van zijn extremistische imago.’

Wat belooft dit alles voor de toekomst van Syrië?

‘Het positieve is dat het momenteel kalm en stabiel is: er wordt niet of nauwelijks gevochten. Maar verder is de situatie grimmig. De economie is een ramp, salarissen zijn een fractie van wat je nodig hebt om fatsoenlijk te leven. Onder de oppervlakte broeit het, en proef je veel wantrouwen. ‘

‘Dat de Koerden in gesprek zijn met de regering, is op zich goed. Wel zijn ze kritisch over de gebrekkige vertegenwoordiging van minderheden en vrouwen in de ministersploeg. De Koerden pleiten voor een federaal systeem, met veel autonomie. Zodat ze bijvoorbeeld onderwijs kunnen geven in het Koerdisch, en vrouwenrechten kunnen waarborgen. Daar hebben ze de afgelopen jaren hard voor gevochten, dus dat gaan ze niet zomaar opgeven.

‘De Druzen zijn nog niet zo ver. Zij zijn bang dat ze de ene dictator inruilen voor de andere, en boycotten de regering. Er is één partij die daar garen bij spint: Israël. De Israëlische regering maakt er geen geheim van dat ze als beschermheer van de Druzen wil optreden. Veel Druzen zitten daar niet op te wachten, maar het is niet zo dat ze uit twee of drie andere bondgenoten kunnen kiezen. Hoe slechter de relatie met Damascus, hoe meer zij in de armen van Israël gedreven worden.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next