Home

Consent is geen kwestie van alleen maar ja of nee zeggen. Maar hoe moet het dan wel?

Er liggen nu vier boeken (oké, drieënhalf) in de boekhandel die Consent heten. En er komen er nog meer aan. Ze laten zien dat seksuele instemming complexer is dan we denken. De vraag is dan: wat zien we verkeerd? En hoe doen we het beter?

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

Consent 1. Uit Vanessa Springora’s memoir Consent: ‘Op de drempel van het leven, onbevlekt door ervaring, is mijn naam V, en op de wijze oude leeftijd van vijf wacht ik op liefde.’

Het is wachten op haar vader. Hij is elegant, succesvol, opvliegend en zo vaak van huis dat V’s moeder uiteindelijk tegen hem zegt: kom maar gewoon helemaal niet meer.

Daarna leeft haar moeder op. Ze speelt piano, danst, organiseert dinertjes. Parijs in de jaren tachtig. Moeder en dochter wonen boven een uitgeverij die in hun gedeelde tuin borrels organiseert waar journalisten en schrijvers komen en gaan. V vindt het prachtig.

En haar moeder datet. Een van haar minnaars is knap, kunstzinnig – en getrouwd. V is 9. Als ze op vakantie zijn, hoort ze door de dunne muur tussen haar slaapkamer en die van haar moeder geluiden die ze niet kan plaatsen. Het enige dat ze kan onderscheiden is de stem van de man die tegen haar moeder zegt ‘Draai je om’, en bevroren ligt V in bed te luisteren.

Het leven kan je alle onderdelen van een val aanreiken. V vat ze zelf samen: een afwezige vader, een liefde voor boeken, een vroegrijpe interesse in seks en een dwingende behoefte gezien te worden.

Ze loopt in die val als ze nog nauwelijks meer dan een puber is. Haar moeder neemt haar mee naar een etentje met allerlei literaire figuren en daar aan de eettafel zit G. Hij is knap, kaal, zelfverzekerd, grappig, het centrum van elk gesprek. Hij is bekend als schrijver van provocatieve, libertijnse romans. Hij is 49. Telkens als ze naar hem kijkt, kijkt hij terug. En lacht naar haar.

Omdat ik geen vaderfiguur had, zegt V, dacht ik dat het een vaderlijke lach was.

Tussen de volwassenen

Consent 2. Uit Jill Ciments memoir, eveneens getiteld Consent: ‘Hoe zal ik hem noemen? Mijn echtgenoot? Arnold? Dat zou ik doen als dit het verhaal zou zijn van hoe we elkaar ontmoetten en trouwden, 45 jaar lang maaltijden deelden, een puppy opvoedden, ziektes doorstonden. Maar als dit het verhaal is van een oudere man die aasde op een tiener, zou ik hem dan niet ‘de kunstenaar’ moeten noemen of, nog beter, ‘de kunstleraar’, met alles dat het woord ‘leraar’ veronderstelt?’

Ook zij groeit op zonder vader. Ze slaapt aan wat zijn kant van het ouderlijk bed zou zijn geweest, naast haar moeder. Haar eigen bed heeft ze verkocht zodat ze van haar kamer een studio kan maken. Los Angeles in de jaren zeventig. Haar middelbareschooldiploma kan haar gestolen worden. Ze is 16 en het enige wat voor haar telt, is kunstenaar worden.

En dus meldt ze zich aan voor kunstlessen. Ze voelt zich gevleid dat ze wordt toegelaten, tussen de volwassenen. En ze voelt zich opgelaten dat er de eerste les meteen een naaktmodel is. Ze is nog maagd, heeft nog nooit zoiets gezien. Ze tekent het model zo nauwkeurig mogelijk, behalve dan zijn kruis. Haar leraar buigt zich over haar heen en pest haar ermee dat er midden in haar tekening een vreemde lege plek is.

De leraar dus. Arnold. Baard, grijs op zijn slapen, flanellen shirts. Precies hoe Jill denkt dat een kunstenaar eruit hoort te zien. Hij is 47 en ‘is al 25 jaar overspelig getrouwd’. Hij heeft een dochter van dezelfde leeftijd als Jill.

Arnold prijst haar werk, maar bekritiseert haar ook. Het voelt allemaal zo volwassen. Ze voelt zich serieus genomen.

En dan, tijdens een les, ziet ze vanuit haar ooghoeken dat hij in haar blouse probeert te kijken. ‘Het was 1970’, schrijft Ciment, ‘en niemand droeg een beha.’

Drie scenario’s

Consent 3, 4 en 5. Drie scenario’s uit de nu net vertaalde essayistische beschouwing van de Franse filosoof Manon Garcia, die als specialisme seks en feminisme heeft. Haar boek heet, inderdaad, Consent.

3: een man begint zijn vrouw te kussen. Ze heeft niet per se zin, maar uit liefde gaat ze erin mee.

4: een man begint zijn vrouw te kussen. Ze is moe, ze voelt zich niet lekker, is depressief, maar om hem niet teleur te stellen of simpelweg tot rust te komen gaat ze erin mee. Dan is dat maar uit de weg.

5: een vrouw gaat op een date. Het is leuk, ze dansen, ze zoenen. Het is zomer. Aan het einde van de avond vraagt hij of hij haar naar huis mag brengen, of hij haar appartement mag zien, hij is zo weer weg hoor, hij begint haar toch te zoenen, begint onder haar blouse te frummelen. En ze denkt: ik wil hem niet afwijzen, wie weet hoe hij reageert, ik wil niet dat hij me een tease vindt, het is vast zo voorbij.

In elk van deze drie scenario’s stemt een persoon in met seks, schrijft Garcia. Maar hebben ze ook consent gegeven?

Elke man is een late leerling

Is het toeval dat er in deze tijd zo veel boeken verschijnen die Consent heten?

Natuurlijk niet.

Het is lastig om te zeggen wat je hebt geleerd over grensoverschrijdend seksueel gedrag. Lastig omdat het al snel zo naïef klinkt. Omdat je weet: vrouwen wisten dit al veel langer. Elke man is een late leerling.

Maar een niet te missen les van alle verhalen die loskwamen met MeToo was dat het idee dat mensen een vluchten-of-vechten-respons hebben wanneer gevaar dreigt te eenvoudig is. Wanneer het op seksueel geweld aankomt, doen veel mensen geen van beiden; ze bevriezen. Ze zeggen geen nee, ze bijten niet van zich af. Het is o zo menselijk en tegelijk heeft het talloze aanranders in staat gesteld zich te verstoppen achter: huh, maar ze zei geen nee, hoe moest ik dan weten dat ze niet wilde?

In het discours over seks is consent hiervoor als oplossing gepresenteerd. Een kort moment van overleg – doen we dit? – waarin je niet uitgaat van zwijgen-is-instemmen, maar waar een uitgesproken Ja is gewenst. In sommige landen is dit nu bij wet vastgelegd, in andere landen zijn er speciale apps voor ontwikkeld. In films, tv-series en Sneeuwwitjes zijn consent-momenten behoorlijk mainstream geworden.

In het snelbewegende debat over grenzen is er inmiddels – naast die van Ciment, Springora en Garcia – een hele school boeken verschenen die letterlijk Consent heten, of het anders in de titel hebben. Memoirs, romans, heel veel hoe-doe-je-consent-handboeken. In sommige titels gaat het om juridische verhandelingen, om richtlijnen voor acteurs, dansers, voor universiteiten en klaslokalen. Later dit jaar verschijnt Consent – Een vergeten geschiedenis van dwang en vrije wil, waarin historici Chanelle Delameillieure en Jolien Gijbels seksueelconsent vanaf de oudheid tot nu beschouwen.

Wat de boeken van Ciment, Springora en Garcia gemeen hebben, is dat ze consent problematiseren. Niet om te zeggen dat het een onbruikbaar fenomeen is. Garcia (1985), de systeemdenker van de drie, haast zich te zeggen dat ze er een groot voorstander van is.

Maar ze waarschuwt dat het discours over consent ervoor zorgt dat we seksuele instemming ineens lijken te behandelen alsof het een evidente transactie is, vergelijkbaar met de aanschaf van een paar nieuwe handschoenen. Een Ja of Nee kan niet een hele cultuur van seksuele dwang oplossen, zegt ze, of voor een nieuwe vorm van seksuele vrijheid zorgen. Seksuele instemming laat zich niet in een bestaande juridische of economische mal passen, al was het maar omdat seks in elk rechtssysteem en in elk moreel of religieus denken ter wereld een status aparte heeft. Zoals het dat ook in vrijwel elk mensenleven heeft.

Of, zoals Garcia het in een oneliner vat: ja zeggen tegen seks is niet hetzelfde als ja zeggen tegen een kopje thee.

Een transactie

Geeft Jill Ciment in haar memoir Consent consent?

Ze zoent met haar leraar Arnold, de eerste keer, na afloop van een les. Hij zegt: ‘Ik zou willen dat je ouder was.’ Hij had gefluisterd, de andere studenten mochten het niet horen. Ze fluistert terug: ‘Ik ben oud genoeg.’

Is dat geen consent, vraagt Ciment zich af?

Arnold draagt de bovenste knoopjes van zijn shirt open en het valt haar op dat de huid van zijn middelbare-leeftijd-nek lubbert. Ze vindt het afstotelijk, maar ze besluit het te negeren. ‘Telt dat als consent?’

Ze gaat studeren. Ze doet auditie voor een kunstacademie. De commissie bestaat alleen uit mannen. Haar auditieproject is een flipboek getiteld Doggy-style. Het toont deze positie vanuit het perspectief van de vrouw. De comitémannen zitten om haar heen. Dit is het soort leraren dat, ontdekt ze later, van de lesmethode blijkt te zijn: ‘Laten we onze kleren uittrekken, dan kunnen we beter schilderen!’ De heren kijken naar de sekstekeningen, waarin ze duidelijk zichzelf heeft afgebeeld. De docenten kijken naar haar kunst, kijken naar haar. Hun handen rusten op haar rug. Drie keer raden of ze de studiebeurs kreeg.

Ciment schrijft: ‘Was onze transactie die middag – een volledige studiebeurs in ruil voor seksuele opwinding – een gelijkspel, of maakten deze mannen misbruik van me? Of maakte ik juist misbruik van hen?’

De ideale situatie

Garcia zou zeggen: dit telt niet als consent.

Niet omdat Ciment hier nog zo jong is, maar omdat ze zo onervaren is. Garcia schrijft dat een van de grootste obstakels voor waarachtige consent de mens zelf is. Vanuit het politieke denken valt consent onder het liberalisme, legt Garcia uit. Het veronderstelt dat een mens een rationeel, vrijwillig handelend wezen is, dat zich op elk moment bewust is van wat het wil en niet wil, en helder overzicht heeft op en dus verantwoordelijkheid draagt voor de consequenties van zijn keuzes.

Dat is een ideaal scenario, maar helaas, de wereld is zelden ideaal. De meeste mensen zijn niet zulke wezens; we weten lang niet altijd wat we willen en waarom – en al helemaal niet als het op liefde aankomt. Sterker nog, soms kunnen we precies krijgen wat we willen om vervolgens erachter te komen dat dit toch niet was waar we op hoopten.

Bovendien bestaat een mens binnen een sociaal-politieke context. Hoewel consent bedoeld is om vrouwen te beschermen, is het hele verwachtingspatroon van consent in feite patriarchaal, legt Garcia uit. Het veronderstelt een man die altijd zin heeft en een vrouw die wel of niet instemt, alsof ze toch steeds weer degene is die overtuigd moet worden. Het maakt van de man een actor, van de vrouw een reactor.

Je kunt dit denken toepassen op Ciments anekdotes. Natuurlijk maken de mannen misbruik van haar en niet omgekeerd, al was het maar omdat Ciment handelt op een speelveld dat volledig is opgetuigd door die mannen. Ze wint allicht en krijgt haar studiebeurs, maar ze wint via de regels van hún spel. Als zij geen studiebeurzen te verdelen hadden, was zij niet zo min mogelijk gekleed die auditieruimte ingegaan en had ze niet zo seksueel mogelijke kunst laten zien.

Weinig denkruimte

Nog een systeemtheorie, nu uit geheel andere hoek, in weer een boek dat voor de helft ‘Consent’ heet: Manufacturing Consent – De politieke economie van massamedia van de inmiddels overleden Edward S. Herman en van de grootvader van het linkse kritische denken in de VS, Noam Chomsky. Het verscheen in 1998 en is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

Onderhand is Chomsky 96, en nog steeds geeft hij woedende speeches over kapitalistisch Amerika (terecht).

De casus die Chomsky in Manufacturing Consent vooral uitwerkt, is het militaire optreden in Nicaragua en El Salvador begin jaren tachtig. Het helpt, kortom, als je nog paraat hebt wie de sandinisten waren.

Chomsky’s theorie is desalniettemin helder: de Amerikaanse massamedia zijn eigendom van aandeelhouders. De aandeelhouders willen winst. Journalisten moeten opereren binnen een bestaand model – bijvoorbeeld een vakbond, of een vereniging voor politiek verslaggevers – om toegang te houden tot overheidsbronnen. Om flak te voorkomen – boze brieven, klachten, rechtszaken, adverteerders die zich terugtrekken – kunnen journalisten geen radicaal afwijkende meningen verkondigen.

De massamedia dienen zodoende de status quo, beweert Chomsky. Lang verhaal, maar om het even tot consent te beperken: Chomsky zegt niet dat journalisten actief bevelen van hogerhand krijgen, of expres hun meningen aanpassen. Wat hij bedoelt is dat er een mediamodel is waarin iedereen zozeer bezig is consent te zoeken, dat bijna niemand nog denkruimte heeft om zich af te vragen of ze het zelf wel eens zijn met die consent.

Geen onbekende

Excuus voor de detour. We hadden het over seks. Gek genoeg is het niet zo’n grote sprong van Chomsky’s theorie naar de praktijk in Vanessa Springora’s memoir Consent.

Meteen nadat ze G heeft ontmoet, haast ze zich om een boek van G te kopen. Ze leest het en voelt zich uitverkoren; dat deze stem tegen haar spreekt. Vlug daarna volgt een brief op haar deurmat. G schrijft haar en spreekt haar niet aan met tu, maar met vous. Ze voelt zich volwassen. G stuurt haar gedichten, zegt niet zonder haar te kunnen leven, vraagt haar naar zijn huis te komen. Ze gaat.

Daarna draait V’s leven om G’s wensen. Leugens, manipulatie, nare seks. G hemelt V op, maar alleen zolang ze precies doet wat hij wil. Zodra ze zelf wil schrijven, zegt hij dat ze dat niet kan, dat literatuur niks voor haar is. Hij wil de ster zijn. Ze voelt zich steeds meer vervreemd van haar leeftijdgenoten, heeft steeds meer moeite naar school te gaan.

Het kost haar moeite om zich van hem los te maken en als ze dat eenmaal is, duurt het jaren voordat ze een doel in het leven heeft, mannen durft te vertrouwen, van seks kan genieten.

Springora’s boek ontplofte bij verschijning als een clusterbom. Het werd direct een bestseller in Frankrijk, werd wereldwijd vertaald en is inmiddels verfilmd. Springora debuteerde niet als onbekende van de literaire wereld; tegen de tijd dat ze het schreef, stond ze aan het hoofd van de chique uitgeverij Éditions Julliard. Dus de literaire wereld kende haar en snapte meteen wie die kale schrijver van libertijnse romans was. Gabriel Matzneff.

Hij dook onder, zijn uitgeverij liet hem vallen. Het OM deed onderzoek naar misbruik, maar moest concluderen dat zijn misbruik verjaard was.

Groepsdruk

Naar wiens consent verwijst Springora’s titel? Is het het oorspronkelijke consent van V, die aanvankelijk dolblij met G’s aandacht is?

Pas du tout. Wat van Consent de meestbesproken Franse memoir van de afgelopen jaren maakte, was dat Springora suggereert dat het het consent van bohemien Parijs was.

Want tal van mensen wisten van hun relatie en moedigden hen aan. Haar moeder kookte voor G. Een oud-leraar van V sprak haar op straat aan op hun relatie en zei dat hij groot fan was van G’s werk. Een arts bood uit zichzelf aan een kleine incisie in haar hymen te maken, zodat penetratie minder pijnlijk was.

Toen ze weigerde nog langer bij G langs te gaan, kwam de voorname Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran bij haar langs om haar ervan te overtuigen weer naar zijn gewaardeerde vriend G terug te keren. ‘Het is een eer dat hij jou heeft gekozen’, zei Cioran. ‘Jouw rol is het om hem op zijn pad naar creatie te vergezellen, en te buigen voor zijn impulsen.’

Bovendien: deftige uitgevers publiceerden wat graag boek na boek waarin G zijn omgang met minderjarigen in Azië beschreef, talkshows vonden het maar wat spannend hem daarover te horen oreren. Alles onder de noemer: we hebben de jaren zestig meegemaakt, we zijn vrijgevochten van de sociale restricties van onze ouders, we mogen niet preuts zijn, want dat is burgerlijk.

Hier kun je een overlap bedenken met Chomsky’s theorie: het geven van consent hoeft niet altijd uit een individuele overtuiging voort te komen. Mensen bewegen zich in groepen, in sociale klassen, in leeftijdscontingenten. We hebben niet altijd de ruimte los te denken van de mores om ons heen. Ook achter gesloten slaapkamerdeuren voelen we groepsdruk.

Een seksueel project

Maar hoe moet het dan wél met consent?

Neem dit scenario. Het is voorjaar, de maan staat hoog aan de hemel. Een meisje fietst naar een jongen. Of een jongen naar een jongen, of een meisje naar een meisje – iemand naar iemand. De dag is warm, maar de nacht is dan toch kouder dan verwacht. Met haar ene hand op het stuur houdt ze met haar andere haar jas dicht. Ze is vrolijk, ze is gespannen, ze fietst hard. Op toeristen na niemand meer te zien. Ze parkeert die fiets. Belt aan, de deur buzt open, de iemand wacht enthousiast boven aan twee, drie trappen op haar. (Cees Nooteboom in Rituelen: ‘Promiscuïteit had in Amsterdam, vooral als je in de jongere regionen bleef, veel met trappen te maken.’) En met elke traptrede die ze beklimt, denkt ze: daar gaan we.

De fout die V maakte, was dat ze die traptreden beklom zonder te weten wat ze wilde. Ze zocht geborgenheid, ze kreeg een trauma.

In dit scenario heeft onze fietsende vrouw een plan. Dat heeft te maken met wat Manon Garcia ons ‘seksuele project’ noemt; onze vrouw heeft verder nagedacht dan de handelingen waar ze zo meteen op hoopt. Ze heeft nagedacht waarom ze midden in de nacht op die fiets zit. Garcia suggereert dat we van ons seksleven een ‘seksueel project’ kunnen maken door na te denken waar we zin in hebben als we zin in seks hebben.

Seks kan een doel op zich zijn, maar vaak genoeg is het een middel. Voor genot, of voor ontspanning. Het kan zijn dat we onze relatie willen onderhouden, of kinderen willen krijgen. Het is een manier om mensen te leren kennen, of mensen aan ons te binden. Het kan zijn dat we een specifieke ervaring willen opdoen, zoals seks in de bibliotheek (Garcia’s voorbeeld).

Pas als je weet wat je zoekt, krijgt consent diepte – dan gaat het van passief naar actief. En dan, volgende stap, is de ervaring onderzoeken terwijl je die opdoet. Hier raadt Garcia ons aan de kunst af te kijken van bdsm (bondage, discipline, sadism & masochism). Bij bdsm is het volkomen vanzelfsprekend om met codes en safe words te werken om aan te geven wat je prettig of onwenselijk vindt, voor, tijdens en na de seks.

Als we deze taal en deze manier van communiceren zouden leren toepassen in de wijdere wereld van seks, schrijft Garcia, zetten we de stap van ‘slechts consent’ naar ‘goede seks’. Wanneer we leren communiceren over seks, kunnen we niet alleen onze partners beter instrueren, zegt Garcia, maar we leren ook onszelf beter begrijpen.

Nog een keer Cees Nooteboom in Rituelen: ‘Er viel in bedden nog steeds veel te leren.’

Door een andere bril

En wat leerde Jill Ciment?

Iets relativerends, waarschijnlijk. Iets over de onmogelijkheid seks louter als sociologisch speelveld te zien, als iets dat zich te makkelijk feministisch laat inkaderen. Wat van haar Consent zo’n veelbesproken boek maakte – het stond vorig jaar in de VS op tal van besteboekenlijstjes – was dat het in feite een herschrijving is. Ciment had al eens een memoir over Arnold geschreven, eind jaren negentig. Toen: rooskleurig.

Maar inmiddels had MeToo plaatsgevonden, inmiddels was er een heel nieuw discours over seks opgetuigd. Nu keek ze terug door een nieuwe bril, en begon ze zichzelf vragen te stellen die ze daarvoor niet stelde.

Telde de extra aandacht die hij haar gaf, de manier waarop hij haar arm zachtjes beetpakte om haar beter te laten voelen hoe ze haar kwast moest hanteren, niet als groomen? Gaf zij niet gewoon consent omdat ze niet doorhad hoezeer ze gemanipuleerd werd?

Kortom, Ciments memoir had net zo’n traumaverhaal als dat van Springora kunnen zijn. Het onverwachte is dat Ciments Consent een eind goed, al goed heeft. Tot zijn dood bleven zij en Arnold samen. Ze spraken over alles – ook over seks, over de rol die het had, die het moest hebben. Hun verhouding werd steeds meer symmetrisch. Of hun eerste kus consensueel was, weet ze niet, zegt ze. Maar over hun laatste kan geen twijfel bestaan.

Jill Ciment: Consent. Pantheon; 146 pagina’s; € 26,99.

Manon Garcia: Consent – Een filosofie van goede seks. Uit het Frans vertaald door Jan Pieter van der Sterre. Boom; 256 pagina’s; € 24,90.

Vanessa Springora: Le Consentement. Grasset; 205 pagina’s; € 13,90.

Edward S. Herman en Noam Chomsky: Manufacturing Consent – De politieke economie van de massamedia. Uit het Engels vertaald door Jan Reyniers. EPO; 440 pagina’s; € 34,90.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next