Parmaham is voorlopig gevrijwaard van hoge importheffingen, maar in China gemaakte sojasaus en Maga-petjes worden flink duurder. In de New Yorkse wijken Little Italy en China Town houden middenstanders hun hart vast. ‘Ik weet niet hoelang ik mijn groentezaak nog kan openhouden.’
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.
Luigi di Palo (74) heeft de afgelopen dagen vaak door de telefoon geroepen dat ze de Parmezaanse kaas, olijfolie en potten ansjovis ‘nu, nu, nu’ moeten verschepen. Hij staat achter de toonbank van zijn familiesupermarkt in Little Italy, New York, waar hij al vaak was voor hij geboren werd. ‘Mijn hoogzwangere moeder ging rechtstreeks vanuit de zaak naar het ziekenhuis’, zegt Di Palo.
Zijn overgrootouders verruilden Italië voor New York, waar ze precies honderd jaar geleden deze Italiaanse supermarkt openden. Luigi was 8 jaar toen hij hier, als Italiaanse Amerikaan van de vierde generatie, aan het werk ging om alles van daar en toen zo lang mogelijk te laten voortbestaan in het New York van hier en nu. Precies zoals melancholieke immigranten van over de hele wereld al eeuwenlang doen in deze stad.
Met voedingswaren en andere producten uit hun thuisland proberen de Senegalezen in Harlem, de Oekraïeners in Brooklyn en de Italianen en Chinezen in Manhattan hun identiteit levend te houden. Daarvoor zijn ze afhankelijk van import. Maar sinds Donald Trump dreigt met een handelsoorlog tegen de rest van de wereld, weten veel ondernemers niet meer hoelang ze hun enclaves nog in stand kunnen houden.
Bijna alle producten in Di Palo’s Fine Foods komen uit Italië. Van de hompen parmaham die in de lucht hangen tot aan de verse pasta en de kazen die hij ‘eigenhandig selecteert in Italië’ en waar de hele winkel naar ruikt. De afgelopen dagen waren een emotionele achtbaan, zegt Di Palo. En niet alleen voor hem.
Vorige week veroorzaakte de Amerikaanse president een aardschok toen hij tientallen landen hoge importtarieven oplegde. Na de immense paniek op de beurzen volgde een week later de de-escalatie. Trump laste woensdag een pauze van negentig dagen in voor meer dan 75 landen, waaronder de lidstaten van de Europese Unie. Wel blijft er een invoerheffing van 10 procent in stand voor alle producten uit die landen.
‘Het heeft minder erg uitgepakt dan ik had verwacht’, zegt Di Palo. Toch heeft hij uit angst voor een nieuwe oprisping van Trump zijn leveranciers in Italië gebeld, of ze alle houdbare producten zo snel mogelijk zijn kant op konden sturen. Bovendien is die heffing van 10 procent dus overeind gebleven: ‘Alsnog moet iedereen inleveren: de boeren in Italië, de importeurs, distributeurs, wij middenstanders en uiteindelijk ook de consument.’
Chinese Vrijheidsbeeldjes
De Italiaanse Amerikanen in Little Italy zijn dan wel gekalmeerd, hun Chinese buren in het aangrenzende Chinatown zijn op van de zenuwen. ‘Het is gestoord, echt verschrikkelijk’, zegt Sabrina Lin (40) in een toeristisch winkeltje waar alle waar Made in China is. Terwijl Trump de tarieven voor de meeste landen woensdag verlaagde, verhoogde hij donderdag de invoerheffing voor China juist naar 145 procent. ‘Ik begrijp gewoon niet waarom Trump zoiets doms doet.’
Lin verkoopt in China gemaakte sleutelhangers, Vrijheidsbeeldjes en rode Make America Great Again-petjes, die nu 8 dollar kosten. ‘Die kunnen 16 dollar gaan kosten’, zegt Lin, die vreest dat ze binnenkort haar baan verliest.
Verderop voelt Johnny Mui (55), de bedrijfsleider in het Chinese restaurant Hop Lee, nu al de klappen. Terwijl zijn gasten met stokjes rijst en broccoli naar binnen werken, vertelt hij dat de prijzen die ochtend al zijn gestegen. ‘Veel producten die ik importeer, zoals bamboesoep en sojasaus, zijn al 30 procent duurder geworden’, zegt hij. ‘Het is frustrerend wat er gebeurt. Je moet het allemaal maar accepteren, want je hebt nergens invloed op.’
Drie keer over de kop
De economieën van China en de VS zijn nauw met elkaar verbonden. China is na Mexico het land waar de meeste Amerikaanse import vandaan komt, vorig jaar zo’n 14 procent. Andersom haalde China in 2023, het recentste jaar waarover cijfers bekend zijn, zo’n 6,5 procent procent van alle producten uit de VS, ongeveer evenveel als uit Zuid-Korea en Japan.
Tijdens het eerste handelsconflict tussen de VS en China, in 2018, waren het vooral de Amerikanen die last kregen van de verhoogde invoerheffingen. Chinese importeurs wisten vrij snel alternatieve leveranciers te vinden voor de olie en levensmiddelen uit de VS, zochten de Amerikanen in veel gevallen vergeefs naar vervanging voor de producten uit China.
Nu vreest groenteboer Alex Lee (43) in Chinatown dat zijn voornamelijk Chinese klanten, die in de kratten met aardappelen, gember en knoflook graaien, zijn geïmporteerde producten te duur gaan vinden. ‘De zoete aardappelen uit China zijn de afgelopen maanden al drie keer over de kop gegaan’, zegt Lee. Dat wordt naar verwachting nog veel erger. Iedere maand moet hij 7.500 dollar huur betalen. ‘Ik weet niet hoelang ik mijn zaak nog kan openhouden.’
Zowel Lee als Sabrina Lin heeft in november op Donald Trump gestemd. Ze dachten dat hij de economie sterker zou maken, net zoals de meeste Amerikanen die vielen voor zijn belofte om de prijzen van boodschappen te verlagen.
‘Daar heb ik nu echt spijt van’, zegt de bezorgde Lin in het toeristenwinkeltje. Maar Lee, die in 2017 nog vijf zaken runde en nu zijn laatste kan verliezen, houdt de moed erin. ‘Ik wil eerst zien hoe deze oorlog zich verder ontwikkelt voordat ik Donald Trump opgeef’, zegt hij.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant