Het Britse parlement heeft zaterdag unaniem voor een noodwet gestemd die de staalwerken in Scunthorpe draaiende zal houden. Haast was geboden, omdat de Chinese eigenaar van British Steel had gedreigd de productie te staken. Eerder op de dag hadden staalarbeiders de Chineze bestuurders toegang tot de hoogovens geweigerd.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
Het was voor het eerst sinds de oorlog om de Falklands, 43 jaar geleden, dat het Lagerhuis en het Hogerhuis op een zaterdag een spoeddebat voerden. Dit toonde de urgentie. Het Chinese Jingye ziet geen toekomst meer in de staalproductie nabij de stad Scunthorpe. Volgens de staalreus is dat te wijten aan de barre marktomstandigheden en de kostbare overgang naar minder vervuilende productiemethoden.
Ondanks een investering van omgerekend 1,4 miljard euro zou de fabriek dagelijks 8 ton verlies lijden. De minister van Economische Zaken krijgt nu vergaande bevoegdheden om het personeel en de activiteiten van British Steel aan te sturen en de grondstoffen te bestellen om de hoogovens draaiende te houden.
In de voorbije weken heeft de regering de Chinezen door middel van financiële bijstand proberen te verleiden om de hoogovens te laten branden, maar dat heeft niet mogen baten. De op handen zijnde sluiting zet 2.700 banen op de tocht. Bovendien zou het het einde betekenen van drie eeuwen van Britse staalproductie.
Nadat de hoogovens afgelopen najaar werden gedoofd in Port Talbot, is Scunthorpe de laatste plek in het Verenigd Koninkrijk waar nog hoogwaardig staal wordt gemaakt, onder meer bestemd voor de aanleg van spoorwegen en het bouwen van bruggen.
Het staken van de productie zou betekenen dat het Verenigd Koninkrijk als enige G7-land niet langer in staat is om zelf staal te maken. Om die reden wil premier Keir Starmer nu de invloed van de staat op cruciale delen van de Britse economie vergroten. Sinds de dagen van Margaret Thatcher voert het Verenigd Koninkrijk een laisser-faire-beleid wat betreft de eigen industrie.
British Steel fuseerde in 1999 met de Koninklijke Hoogovens, het huidige Tata Steel. In 2016 werd de verliesgevende tak in Scunthorpe voor het symbolische bedrag van één pond overgenomen door investeerder Greybull Capital, die de naam British Steel terugbracht. Drie jaar later werd het doorverkocht aan het Chinese staalconcern Jingye.
Minister van Economische Zaken Jonathan Reynolds wil er nu voor zorgen dat de ovens blijven branden, terwijl hij werkt aan een langetermijnplan. Hij hoopt nog investeerders te vinden, maar gaf toe dat nationalisering in het verschiet ligt.
Namens het rechts-nationalistische Reform UK pleitte Richard Tice voor nationalisering, een optie die ook de voorkeur heeft van voormalig Labour-leider Jeremy Corbyn. Conservatieve kamerleden spraken zich eveneens uit voor nationalisering.
Het verdwijnen van de staalindustrie uit Scunthorpe zou electoraal gezien een ramp voor Labour zijn, zeker met de plaatselijke verkiezingen op 1 mei in aantocht. Een eventuele overname door de Britse staat zou ook gunstig zijn bij de handelsrelatie met de Amerikaanse president Donald Trump, die een vijandige houding heeft jegens China.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant