Het duurt te lang om Groningse woningen aardbevingsbestendig te maken, constateerde de toezichthouder vorige week. In het dorp Krewerd komt een breedgedragen experiment pas na jaren op gang. ‘Als je een hobbel genomen hebt, zie je vier nieuwe.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Door het open raam in de keuken komt de verflucht naar binnen. Buiten zijn schilders bezig met de afwerking van de woning van Willy en Marlies Weessies in Krewerd, het Groningse dorp dat besloot het anders te doen. Het is het eerste nieuwe, aardbevingsbestendige huis.
De prunus in de voortuin en het kippenhok zijn behouden, maar verder werd de naoorlogse woning op de door aardbevingen geknakte fundering volledig van de wierde geveegd. Het nieuwe metselwerk is strak, de deuren volgens de nieuwe bouwnormen wat hoger, de gangen drempelloos.
Het is zo dubbel allemaal, zegt Willy aan de keukentafel. ‘Het is heel mooi geworden en we zouden er heel blij mee moeten zijn. Maar zo voelt het niet. Er is te veel gebeurd.’
Na de sleuteloverdracht stelden ze het huis open voor de rest van het dorp, als teken van hoop. Ooit komt het goed. Elf jaren verstreken tussen hun eerste melding bij de NAM en de oplevering, nu 2,5 maand geleden.
‘Je bent er bijna dagelijks mee bezig’, zegt Willy. ‘Al die stress’, verzucht Marlies, die bovendien een herseninfarct kreeg. Anderhalf jaar verbleven ze in een wisselwoning. De nieuwe keuken stond drie jaar in het magazijn. ‘De verkoper vroeg of onze smaak niet was veranderd.’
Zeven jaar geleden begon Krewerd aan een experiment. Aangevoerd door architect Fons Verheijen wilde het dorp het preventief versterken van woningen anders aanpakken. Niet volgens technische blauwdrukken en bureaucratische protocollen, maar van onderop: met meer aandacht voor wensen van bewoners, het aangezicht van het dorp en de sociale samenhang. Verheijen stelde er 250 duizend euro voor beschikbaar. Het geld kwam uit de schikking die hij kreeg na een rechtszaak over aanpassingen in zijn ontwerp voor museum Naturalis in Leiden.
Het kon mooier, menselijker en sneller, geloofde Verheijen. Elke bewoner werd bijgestaan door een architect. Hij fantaseerde over een ‘nieuwe Groningse School’. Krewerd zou een voorbeeld voor de rest van de provincie kunnen worden.
In 2018 was het plan om het hele dorp in drie jaar tijd aardbevingsbestendig te maken. Maar vijf jaar later, in 2023, moest Verheijen erkennen: ‘Er is geen spijker vertimmerd.’ In het dorp ebde het geloof weg. Twee initiatiefnemers van het eerste uur vertrokken gedesillusioneerd naar Spanje en Portugal.
De ervaringen in Krewerd zijn exemplarisch voor de versterkingsoperatie in het voormalige gaswinningsgebied. Vorige week stelde het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) opnieuw vast dat er te weinig schot in de zaak zit. In het huidige tempo zijn alle huizen niet in 2028 versterkt, zoals was beoogd, maar pas in 2034.
Het aardbevingsrisico is verlaagd, omdat de gaswinning vorig jaar definitief is gestopt. Nu blijken in veel gevallen geen maatregelen meer nodig. Maar naar schatting tienduizend huizen moeten wel worden aangepakt. ‘De schade aan woningen en de lange wachttijd voor herstel en versterking zorgen voor stress en gezondheidsproblemen bij bewoners’, aldus de toezichthouder.
In Krewerd kunnen ze erover meepraten. Vorig jaar kwam eindelijk het keerpunt. De kerkklokken luidden toen de eerste woning werd gesloopt. Aan de rand van het dorp verrezen vier stijlvolle, houten woningen voor inwoners die tijdens de versterkingsmaatregelen elders onderdak nodig hebben.
Meerdere huizen staan nu in de steigers. Het achtergrondgeluid komt van schroefboormachines en zagen. Verheijen: ‘De witte busjes rijden. Eindelijk gebeurt er iets.’
Van een mislukt experiment wil de initiatiefnemer niet spreken. De dorpenaanpak met behoud van eigenheid is inmiddels staande praktijk. Net als het integreren van verduurzaming. Maar één ding geeft Verheijen meteen toe: ‘Sneller ging het niet.’
Twaalf van de ruim veertig dorpswoningen worden gesloopt en herbouwd, de anderen grondig verstevigd. Lopend over de Holwierderweg wijst de architect: ‘Dat huis gaat eerdaags plat, dat ook.’ Maar de heipalen die vandaag in het gat op nummer 1 zouden verrijzen, komen toch weer een week later. ‘We weten niet meer beter.’
In dorpshuis Credo overheerst bij de bestuursleden van de dorpscoöperatie voorzichtig optimisme. ‘Weinig mensen betwijfelen dat hun huis wordt aangepakt’, zegt Luuk van Schaick. ‘Maar als we niet samen hadden opgetrokken, waren we nog niet aan de beurt geweest. Kijk maar naar de dorpen om ons heen.’
Het dorp zal er letterlijk en figuurlijk van opknappen, gelooft hij. Ook toekomstige generaties zullen profiteren van de metamorfose. Nu de uitvoeringsfase is bereikt, wordt het werk overgelaten aan de Nationaal Coördinator Groningen: de verantwoordelijke instantie waarmee het dorp juist zoveel te stellen had.
‘Het is niet gelukt om te ontsnappen aan de dwang van instanties en protocollen’, concludeert voorzitter Willem Smink. ‘De inkapseling door de bureaucratie is ongekend.’
Krewerd koos er juist voor om te vertrouwen op timmermansogen, om niet mee te gaan in de geldverslindende modellenfetisj van cijfers achter de komma. Maar nu vraagt uitgerekend de gemeente om berekeningen, zodat ambtenaren straks het stempel ‘veilig’ op de huizen kunnen plakken. Aan de ‘vinkjescultuur’ viel niet te ontkomen. ‘Als je een hobbel genomen hebt’, zegt Luuk van Schaick, ‘zie je vier nieuwe.’
Van elk gesloopt huis wordt een kuub baksteen bewaard om een monument mee op te richten. Maar vooralsnog ligt bestuurslid Hannie Frik nachtenlang wakker. Zo maakte ze zich zorgen over haar kat als ze tijdelijk zou verhuizen naar een wisselwoning. Vorig jaar overleed hij. Frik: ‘Straks zijn de huizen klaar, maar de mensen af.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant