Home

Ludwig Volbeda wint Woutertje Pieterse Prijs: achter de illustrator zat nog een schrijver verstopt

De verwachting was dat Ludwig Volbeda vanwege zijn belangstelling voor het macabere graphic novels zou gaan maken. Maar hij werd succesvol illustrator van kinderboeken en sinds kort schrijver. Voor het deels autobiografische Oever ontving hij zaterdag de Woutertje Pieterse Prijs.

schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.

Met zijn duistere, ongrijpbare tekeningen is kunstenaar en illustrator Ludwig Volbeda (34) al niet de typische kinderboekenmaker. Daarover is iedereen die hem kent het wel eens. Maar na vier geïllustreerde kinderboeken en twee Gouden Penselen bleek er ook nog een romancier in hem te huizen. En wat voor een: voor tekst én tekeningen van zijn schrijversdebuut Oever kreeg hij de 38ste Woutertje Pieterse Prijs.

Deze tienerroman, waarvan het autobiografische karakter geen geheim is, gaat over een tweedeklasser die twijfelt tussen ‘hij’ en ‘zij’. Jips leeftijdgenoten vragen zich hardop af waarom Jip kort haar draagt en altijd diezelfde verhullende slobbertrui. Dat Jip graag tekent en alles van insecten weet, helpt niet. Als de klas tot overmaat van ramp de opdracht krijgt om tijdens de meivakantie een zelfportret te maken, verzint Jip de ene na de andere list om die opdracht naar eigen hand te zetten.

‘Typisch Ludwig’, volgens zijn partner Konrad. ‘Dat introverte, dat zoekende en tegelijkertijd vasthoudende van Jip, dat heeft hij ook. Ludwig wil altijd precies weten hoe iets zit en dát tekenen. Maar tekenen is niet de enige uitdrukkingsvorm, via taal kan hij ook veel van zijn binnenwereld kwijt en daar kreeg hij steeds meer behoefte aan.’

Diep nadenken

Volbeda las fragmenten van het boek aan hem voor bij de ontbijttafel. ‘Ik herkende in zijn teksten dingen die ik ook al in zijn tekeningen en bijschriften heb gezien. Oever gaat over hoe hij denkt, voelt en werkt. Het is een cadeau aan randfiguren en buitenbeentjes en iedereen die nieuwsgierig naar ze is.’

Ludwig Volbeda (34) wordt geboren in Oosterhout en begint al jong te tekenen. Hoewel hij op de middelbare school overweegt om filosofie of theologie te gaan studeren, kiest hij voor kunstacademie St. Joost in Breda. Ook daar is diep nadenken en onderwerpen eindeloos van alle kanten bekijken nooit ver weg, herinnert oud-docent Bill Easter zich.

‘Het klinkt achteraf misschien gek als je zijn werk kent, maar Ludwig had net als de meeste studenten moeite met mijn vak: infografie. Wij leren ze om heel feitelijke illustraties te maken voor wetenschappelijke boeken, websites en krantenartikelen. Kunstenaars hebben daar moeite mee. Iedereen probeert de grenzen op te rekken, Ludwig nog wel het meest. Maar bij hem levert dat proces ook veel op.’

Anti-oorlogsverhaal

Urenlang discussiëren leraar en leerling over oplossingen. ‘In zijn eindscriptie schreef hij over fascinaties, obsessies, dromen, hallucinaties, walging, angst en abstracties. Zijn slotopdracht over Primo Levi en concentratiekampen was confronterend en soms luguber. Eerder dan jeugdboeken hadden we verwacht dat hij graphic novels zou gaan maken.’

Toch begint Volbeda een paar jaar na zijn cum laude afstuderen aan het illustreren van een jeugdroman. Redacteur Dik Zweekhorst van uitgeverij Querido heeft zijn werk op een expositie gezien en vindt het ‘meteen prachtig’. Voor welk toekomstig boek weet hij op dat moment nog niet. Tot een van zijn schrijvers, Benny Lindelauf, ook met iets heel uitzonderlijks komt: het barokke anti-oorlogsverhaal Hoe Tortot zijn vissenhart verloor. ‘Bij hem dacht ik hetzelfde: dit wil ik zéker uitgeven, maar hoe? Toen viel het kwartje.’

De rest is geschiedenis. Volbeda, die net het Fiep Westendorp-stipendium heeft gekregen voor uitzonderlijke illustratieprojecten, zet alles waar hij mee bezig is opzij en gebruikt dat jaar om de buitenissige hersenspinsels van Benny Lindelauf te illustreren: landschappen vol soldaten, karren, zwaarden en kanonnen. Samen met Lindelauf lijkt hij de intrigerende onzin van oorlog zichtbaar te willen maken.

Monsters uitzoeken

‘Het werk van Ludwig prikkelt de fantasie en laat veel ruimte. En voldoet inderdaad niet aan de traditionele verwachting van eenduidige, doorgaans vrolijke kinderboekenillustraties’, zegt Dik Zweekhorst. ‘Dat clichébeeld had hij zelf vooraf ook. Ik denk dat de kinderboekenwereld veel rijker is dan hij had verwacht.’

Zijn nieuwe vak verwondert Volbeda zelf nog het meest, merkt ook auteur Floortje Zwigtman, met wie hij zijn derde kinderboek Fabeldieren (Lannoo, 2017, Gouden Penseel) maakt. ‘Je ziet hem denken: wat ben ik nú weer aan het doen? Hij zoekt altijd zijn eigen weg. Maar dat is juist fijn. Moeten kinderboekenmakers zich altijd aan bepaalde regels houden? Ik mag toch hopen van niet. Dan zouden we nog steeds Jantje zag eens pruimen hangen van Hiëronymus van Alphen nadoen. Ik moet er niet aan denken. Bovendien: kijk wat een lol Ludwig en ik met het uitzoeken en ontwerpen van die monsters hebben gehad. Verschillen we daarin nu zoveel van kinderen? Ik denk het niet.’

En dan blijkt er achter de veelzijdige illustrator ook nog een schrijver verstopt. ‘Ludwig had steeds meer moeite om tevreden te zijn met zijn tekeningen en besloot een tijd geen grote opdrachten meer aan te nemen.’ Als redacteur Zweekhorst hem een jaar later weer eens opzoekt, komt hij met het voltooide manuscript van Oever op de proppen. Waar hij natuurlijk ook weer tekeningen bij maakte, zij het veel eenvoudiger dan eerst. ‘Het zal hem plezier doen dat de Woutertje Pieterse-prijs bedoeld is voor illustrator én schrijver. Want dat is hij, nu officieel, allebei.’

Teksten en tekeningen van Ludwig Volbeda zijn nog tot de zomer te zien in het Museum van het Boek in Den Haag.

3 x Ludwig Volbeda

Hoe Tortot zijn vissenhart verloor (Querido, 2016, met Benny Lindelauf) gaat over een succesvolle leger-kok. Wie eet wat hij kookt, wint de strijd. Of is Tortot gewoon handig in het kiezen van zijn werkgever? Een beetje tegen zijn zin raakt de koele kok bevriend met een gevluchte soldaat zonder benen.

Fabeldieren (Lannoo, 2017, Gouden Penseel, met Floortje Zwigtman): hellehonden, trolkatten, djinns, maandieren en andere mythologische wezens uit oude verhalen van heel de wereld. De tekeningen geven het prentenboek een wetenschappelijke uitstraling en maken het daardoor extra spannend.

In Oever (Querido, 2024) treurt Jip tijdens de meivakantie om het vertrek van beste vriend Oever, bestudeert op een braakliggend veldje insecten, gaat naar een gênant tienerfeest, wordt voor het eerst gezoend en stelt een schoolopdracht om een zelfportret te maken eindeloos uit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next