Als ze een boek willen, kunnen ze een boek krijgen, dacht Arjan Ederveen. Zijn biograaf Sara Berkeljon trok een jaar met hem op. Twee ‘stille Willies’, dat was even aftasten, maar nu deelt hij vol overgave zijn levenslessen: niet naar de sportschool gaan, zelf schoonmaken, en groot durven denken.
is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.
‘How are you, schatje? Ik heb bezoek, ze zijn net binnengekomen’, roept Arjan Ederveen (68) beeldbellend vanuit zijn Friese huisje. Zijn van oorsprong Amerikaanse echtgenoot Howie bivakkeert nog in hun huurhuisje in India. ‘I call you later sweetheart. Ja, we gaan lekker buiten zitten. Later! Later!’
Tegen zijn biograaf Sara Berkeljon (42): ‘Groeten van Howie.’
Berkeljon: ‘Groetjes terug.’
Ederveen: ‘Hij komt bijna weer thuis. Zeg, willen jullie een stukje van de appeltaart die ik heb geboodschapt?’
Op het terras, omringd door zijn zelfgecreëerde natuurgebied – ooit een drollenweiland – snijdt hij de taart in zes stukken. Daarna: ‘O, wat heeft Sara Berkeljon het allemaal goed gedaan! In het begin zei ik dingen als: ‘Leuk, dan doen we er recepten in en schrijf ik daar stukjes bij.’ En dan viel ze stil. Nu weet ik wat dat betekent: no way.’
Het tweetal ontmoette elkaar in 2023, toen Berkeljon het brein achter Theo & Thea, 30 Minuten en Kreatief met Kurk interviewde voor Volkskrant Magazine.
Ederveen: ‘Mijn eerste indruk? Ik vond haar zo ontzettend mooi.’
Berkeljon: ‘Hij stond net zoals net in zijn blauwe overall voor het huisje toen ik kwam aanrijden. Ik vond hem er lief uitzien, voelde me gelijk op mijn gemak. Het was een leuk, open gesprek. En hij had lekkere stroopkoeken van de Lidl.’
Ederveen: ‘Ik kreeg veel reacties. ‘Wat een leuk interview!’’
Berkeljon: ‘Daarna kreeg ik een appje van uitgeverij Meulenhoff: ‘Zou je de biografie van Arjan Ederveen willen schrijven?’ Dat zou ik eigenlijk best wel willen, dacht ik meteen.’
Ederveen: ‘Ik ook. Als ze een boek willen, dan kunnen ze een boek krijgen, dacht ik. Dat lullen we wel vol.’
Was je verbaasd dat Sara ervoor naar India kwam?
Ederveen: ‘Ik was verrast dat ze het aandurfde en vond het een van haar allerbeste zetten. Doordat we samen in een andere omgeving zaten, konden we elkaar goed pakken, zal ik maar zeggen. Sara is wel een stille hoor! Een stille Willie.’
Berkeljon: ‘Ja, jij ook.’
Ederveen: ‘Ik heb het niet over mij, ik heb het over jou.’
Berkeljon: ‘Omdat hij er elk jaar in de wintermaanden met Howie naartoe gaat, wilde ik zien hoe hun leven er daar uitziet. Verder heb ik niet veel van India meegekregen. We hebben vooral de hele tijd in hetzelfde strandtentje gezeten en waldorfsalades gegeten. Dat hadden we op zich ook in Nederland kunnen doen, maar het was toch goed dat ik daar was. Ik heb er veel uit gehaald voor het boek. En je krijgt een goed beeld van hoe hij daar overwintert in Goa, in Patnem, een klein plaatsje. Een mooi strand met een rij hutjes en een fijne zee, veel meer is het niet. Na het laatste strandtentje kon je via een paadje tussen hoopjes vuilnis naar boven lopen. Op een rots staat hun hut, een simpel huisje met een veranda, en een bed erin. Het standaardbeeld is: Howie ligt op bed en jij op de veranda, of andersom. Arjan lag daar vaak te kijken naar YouTubefilmpjes van Karens, van die boze, veeleisende Amerikaanse vrouwen die onredelijk reageren.’
Jullie zijn dus allebei wat stil. Konden jullie makkelijk zwijgend bij elkaar zitten, zonder dat het ongemakkelijk voelde?
Ederveen: ‘Dat hoefde niet, want we hadden een doel, namelijk dat boek.’
Berkeljon: ‘We hadden allebei een duidelijke rol, dus het was eigenlijk nooit stil. Soms was het wel hard werken, omdat hij heel kort antwoordde. Dan heb je het idee dat je een belangrijke vraag stelt, waarna er een antwoord van één zin komt, haha. Dat gebeurt vaak bij waarom-vragen. Waarom heb je het zo gedaan? ‘Ja, dat weet ik niet meer hoor!’ Dat vond ik soms wel een uitdaging. Maar goed, dat typeert hem ook. We gingen in India eten met Howie en een Amerikaanse vriendin, en Arjan zei de hele avond niks. Is er iets, dacht ik, of is dit gewoon hoe hij altijd in gezelschap is?’
Ederveen: ‘Een-op-een functioneer ik beter. Sara en ik hebben een test gedaan voor hoe heet dat?’
Berkeljon: ‘Asperger.’
Ederveen: ‘Dat ben ik. Helemaal.’
Berkeljon: ‘We hebben niet echt een test gedaan, ik heb gewoon wat dingen voorgelezen van de website van de Nederlandse Vereniging voor Autisme.’
Ederveen: ‘Ja. ‘Ben je dat?’ ‘Herken je dit?’ Ik herkende het allemaal.’
Denk jij ook dat Arjan asperger heeft?
Ederveen, met Franse tongval: ‘Asperge zeg ik altijd.’
Berkeljon: ‘Ik weet het niet, want op de website staat ook dat je de diagnose pas krijgt als je er echt last van hebt tijdens het leiden van je leven. En dat is volgens mij niet zo.’
Ederveen: ‘Nee, omdat ik het geluk heb dat ik eigenwijs ben, en heb gezorgd dat ik in environments verkeer waarin ik goed functioneer. Als ik op een kantoor onder een tl-ding had gezeten, dan was ik gek geworden!’
Wanneer besloot je om jezelf een rol in de biografie te geven?
Berkeljon: ‘Vrijwel meteen. Omdat je anders de reportage-elementen en interacties niet goed kunt beschrijven, terwijl ik die wel nodig had. Juist omdat Arjan niet zo’n uitgebreide prater is.’
Ederveen: ‘Ik vond het een erg goed idee.’
Berkeljon: ‘Normaal doe ik dat niet bij een interview, maar ik vond het nu ook goed werken omdat de biografie een jaar beslaat. In het begin kennen we elkaar nog niet en merk je dat het een beetje aftasten is. Hij kwam met ideeën, zoals de boektitel ‘Door het alfabet heen met Arjan Ederveen’, te beginnen bij de A van Anus. Meent-ie dat nou serieus?, dacht ik, en liet het maar een beetje gaan. Ik kijk later wel hoe ik hem daarvan weg kan sturen, dacht ik. Gaandeweg het boek merk je dat het vertrouwder wordt, we zijn echt naar elkaar toe gegroeid. Dat vond ik een leuke lijn. Ik wilde er geen klassieke en-toen-en-toen-en-toen-biografie van maken.’
Ederveen: ‘Het was meteen duidelijk dat dat niet zou gebeuren. Vandaar dat ik er recepten in wilde hebben, wat niet mocht.’
Berkeljon: ‘Haha.’
Wat zijn volgens jou de belangrijkste momenten in de levensloop van Arjan?
Berkeljon: ‘De dood van zijn beide broers. Zijn oudste broer Wick is op zijn 40ste aan aids overleden, daar sprak Arjan makkelijk over, omdat hij die dood zag aankomen. Daarna dacht hij: we hebben nu onze portie ellende gehad. Maar toen gebeurde het een paar jaar later nóg een keer, zijn broer Dick stierf onverwacht aan een zeldzame bloedziekte. Het werd me snel duidelijk dat dat voor Arjan een moeilijk onderwerp was. Ik merkte dat hij gelijk moest huilen als ik erover begon.
‘Wat ik het interessantst vond aan de verhouding met zijn oudste broer, is dat die Arjan in vertrouwen had genomen. ‘Ik ben geïnfecteerd, maar je mag het er met niemand over hebben’, zei hij. Vervolgens heeft Arjan het er met niemand over gehad, maar ook niet met zijn broer zelf. Dat heeft zijn broer hem achteraf erg kwalijk genomen, hij voelde zich door Arjan in de steek gelaten. Dat Arjan die belofte dan letterlijk neemt, is een bepalend gegeven. Misschien heeft dat met die asperger te maken.’
Ederveen: ‘Dat weet ik wel zeker ja. Het is uiteindelijk goed gekomen, maar de tijd dat Wick mij dat verweet, was afschuwelijk.’
Het kwam goed doordat jij en Wick groepstherapie voor aidspatiënten en hun naasten gingen volgen bij rouwverwerkingstherapeut Rochelle Griffin. Hoe was het om daar voor het boek weer langs te gaan?
Berkeljon: ‘Arjan vertelde me in India dat hij daar samen met Wick een intense therapie had gevolgd. In groepsverband ga je vijf dagen lang werken aan het uiten van je emoties door heel hard te schreeuwen en met tuinslangen op telefoonboeken te slaan. Toen we het daarover hadden, vroeg ik: ‘Goh, leeft die vrouw nog?’ Vervolgens zijn we daarheen gegaan. Rochelle dementeerde en zat in een verzorgingshuis. Maar het was toch mooi om daar te zijn, want zij is belangrijk voor Arjan geweest. Een paar maanden na ons bezoek is ze overleden.’
Ederveen: ‘Ze heeft mij echt geleerd om blokkades op te heffen, om die puist uit te knijpen. Daar heb ik veel aan gehad.’
Berkeljon: ‘Voorheen deed je dat niet totdat...’
Arjan, onderbreekt: ‘Ik viel flauw! Als de emoties zo hoog oplopen dat je ervan flauwvalt, dan is het behoorlijk mis. Na het overlijden van mijn tweede broer heb ik ook veel aan Rochelles aanpak gehad. Ik heb weer heel hard lopen gillen en schreeuwen, dat luchtte erg op.
‘Toen we bij haar langsgingen, wist ik eerst niet goed wat ik tegen haar moest zeggen. Ik wilde haar in ieder geval bedanken en zeggen dat ze me zo heeft geholpen. Later ben ik naar haar begrafenis geweest. Daar zag ik mensen van die therapiesessies, maar dan ben ik ook weer zo dat ik meteen na afloop van de dienst wegga. Achteraf denk ik dan: waarom ben je niet even gebleven?’
Berkeljon: ‘Waarom ben je niet gebleven?’
Ederveen: ‘Dat weet ik dus niet, omdat ik dan denk: weg.’
Herken je wat Sara zegt, dat ze het in het begin lastig vond om het over je broer Dick te hebben?
Ederveen: ‘Ja, dat is nog steeds een veel moeilijker onderwerp. Ik had meer contact met Wick, omdat die ook homoseksueel en acteur was. Dick was getrouwd en had twee jongere kinderen, zijn leven stond ver af van dat van mij. En zijn dood kwam, anders dan die van Wick, zó onverwacht. Hun nieuwe huis was net af, op het garagepad na. En het was zó emotioneel met die twee jonge kinderen. Zo... heftig! Afschuwelijk! Ik was ontzettend blij dat ik in die tijd de musical Oliver kon doen. Kop in het zand natuurlijk.’
In het boek wordt zijn dood gedetailleerd beschreven. Zijn op dat moment 13-jarige zoon Clint zegt tegen zijn vader, als de apparaten waaraan hij lag worden uitgezet en hij zal sterven: ‘Toe maar papa, je kan het. Je kan het.’
Ederveen: ‘Ja... Ja...’ Het valt even stil. ‘Daarna een grote slok van zijn oploskoffie. ‘Ja joh...’
Hoe was het om die laatste momenten van je broers leven terug te lezen?
Ederveen: ‘Goed. Mooi.’
Howie zei dat de biografie goed voor je is geweest. Doordat je dit allemaal aan Sara hebt verteld, ben je er opnieuw doorheen gegaan en heb je er nu meer vrede mee.
Ederveen: ‘Howie zegt altijd: ga naar de psychiater, maar dat heb ik niet nodig, vind ik zelf. Want ik heb het een plaats gegeven. Of het de juiste plaats is, weet ik niet.’
Berkeljon: ‘Als je elke keer dat het erover gaat moet huilen, heb je het misschien niet echt verwerkt. Maar ik denk dat Arjan liever gaat schoffelen in zijn tuin, dat is misschien eerder zijn therapie dan bij een therapeut waarom-vragen gaan zitten beantwoorden. Hij zag dit boek trouwens wel als een soort gratis therapie, zei zijn neef Clint.’
Ederveen: ‘Ik wou nog iets anders belangrijks zeggen... O ja! Over de breuk met Tosca (Niterink, met wie hij onder andere Theo & Thea en Kreatief met Kurk maakte, red.), dat dat misschien ook weer mijn fout is. Omdat ik moeilijk over dingen praat en me niet uit. Zij kennelijk ook niet, want zij is er ook niet over begonnen, en ineens wilde ze mij niet meer spreken of zien. Daarover denk ik nu: ik ben gewoon te dominant geweest. Ik heb vroeger te veel doorgedrukt om dat werk goed te doen en op tijd klaar te hebben. En dat is misschien wat zij niet aankon.’ Na een korte denkpauze: ‘Eigenlijk zou ik met Tos in therapie moeten gaan.’
Berkeljon: ‘Ja, dat zou goed zijn.’
Ederveen: ‘Dat zou uitermate goed zijn.’
Berkeljon: ‘Maar ja, dat wil ze niet.’
Jullie hebben er alles aan gedaan om haar te spreken te krijgen. Uiteindelijk kreeg Arjan haar aan de lijn. Ze werd boos en hing op. Raakte dat jou erg?
Ederveen: ‘Ja, want ze was nog nooit zo boos op me geweest. Maar ik dacht ook: het is duidelijk, de puist is gebarsten en het is klaar, afgelopen. Ook goed. Zo lopen dingen. Ik ben blij dat er duidelijkheid is. En daar zal ik mee moeten leven. Ik denk ook: Tos, kom op, het mag ook wel een keertje van jouw kant komen. Je kunt ook zeggen: ‘Wat ben je een stomme lul, maar dank je wel dat je er was.’ Weet ik veel, zoiets! Maar goed, ik steek mijn hand in eigen boezem, het is ook mijn schuld. O, ik heb zitten drammen, ‘godverdomme, schrijf eens door’.
‘Het was haast een huwelijk dat Tosca en ik hadden. We zaten zo ontzettend samen in een pact, dat gevoel had ik hè. En als de ander dan zegt: ‘Ik stop ermee’, dan kan ik dat niet handelen. Dan denk ik: o, mijn wereld stort in. Dat is toch ook heel moeilijk?!
‘Ik denk dat ze me echt zat is. En dat moet ik accepteren, dat het oude nooit meer zal terugkomen. Willen jullie kof?’
Zou het er ook aan kunnen liggen dat je het moeilijk vindt om mensen te bevragen? Wat is er met je aan de hand? Waarom kom je steeds te laat? Waar worstel je mee?
Ederveen: ‘Ja. Het zit kennelijk niet in mijn karakter om dat te doen. En daar heb ik eigenlijk alleen mezelf mee. Dat botst ook vaak met Howie hè. Die arme man. Dat ik niet praat, niet open ben over dingen die me dwarszitten. Want ik denk: als ik zeg wat me dwarszit, dan wordt-ie weer kwaad. En daar heb ik geen zin in.’
Maar hoe komt het dat je bij een ander niet makkelijk doorvraagt?
Ederveen: ‘Omdat ik denk dat als iets een moeilijke vraag is, ik die ander er pijn mee doe als ik hem stel.’
Berkeljon: ‘Of omdat je zelf niet van dat soort vragen houdt?’
In het boek staat dat je niet begraven wil worden, omdat je niet met je lichaam ruimte in wil nemen. Heeft dat een psychologische inslag, dat je het lastig vindt om ruimte in te nemen?
Ederveen: ‘Nee, het is meer een ecologische gedachtegang dat ik dat niet wil.’
Berkeljon: ‘Ik denk dat Arjan op zich best ruimte inneemt, juist doordat hij zich niet echt aanpast. Hij doet geen concessies, hij doet alles precies zoals hij het zelf wil.’
Ederveen: ‘Dat komt omdat ik zo bén! Ik doe dat niet bewust met opzet. Ik kán me niet anders voordoen dan ik ben. En ik ben inderdaad... nou ja, als ik het boek lees, vind ik mezelf raarder dan dat ik mezelf vind.’
Wat vind je dan raar aan jezelf?
Ederveen: ‘Waarom neem ik zes pakken thee mee naar India, terwijl dat het land van de thee is. Why?!’
Berkeljon: ‘Je moet Earl Grey van de Jumbo hebben.’
Arjan, slaat op tafel: ‘Earl Grey van de Jumbo! Hetzelfde heb ik met koffie, dat moet oploskoffie zijn. Ik ben heel erg van de vaste gewoonten. Van onzekerheid word ik onrustig.’
Las je nog meer dingen die je raar vond aan jezelf?
Ederveen: ‘Mijn zuinigheid. Ik weet niet waarom ik zo zuinig ben. Ik hou sowieso van dingen waar slijtplekken op zitten. Daarom ben ik gek op tweedehandswinkels en oude troep, omdat daar een leven achter en in zit.’
Speelt er ook een angst voor gebrek aan geld op je oude dag mee ?
Ederveen: ‘Nee.’
Berkeljon: ‘Nou...’
Ederveen: ‘Ik moet wel een spaarpot hebben. Dat is me ook ingepeperd hè, door mijn ouders.’
Je moeder schreef in haar erfenisbrief: ‘Arjan is in de familie de zwakke schakel’, ze vond je financiële situatie als zelfstandige onzeker. Om die reden liet ze alles aan jou na, en niks aan je schoonzus. Jij hebt haar toen de helft gegeven.
Ederveen: ‘Ook daar speelde mee dat ik niet doorvroeg: ‘Mam, laat eens zien wat je allemaal bij de notaris hebt geregeld!’ Ik dacht: laat maar, ik zie het wel. Daarna zat ik op de blaren. Godver, dacht ik. Ik vond het zo erg voor mijn schoonzus, zó erg! Ben je helemaal gek geworden?, dacht ik. Ik ga water voor je maken Saar, wil je er een ijsblokje in? En jij een kof, hè? Neem ik ook nog een kof? Ja, ik neem ook nog een kof. Wil je taart, dan moet je zelf pakken. Ik ga straks nog een eitje voor jullie bakken.’
Waren er ook dingen die je lastig vond om over jezelf terug te lezen?
Ederveen: ‘Alleen die rare asperger-achtige trekjes.’
Berkeljon: ‘En sommige dingen die anderen over je zeggen? Bijvoorbeeld Clint die vertelde dat Howie terugkwam uit India nadat jullie elkaar heel lang niet hadden gezien, en dat er toen een briefje op de deur van zijn huis in Amsterdam hing met de tekst: ‘Ben in Friesland.’’
Ederveen: ‘Ja... Ja, dat is niet leuk, dat is niet aardig.’
Hoe was het om te lezen dat Sara schrijft, nadat jij hebt verteld dat je na het overlijden van je broer heel vaak langs bent gegaan bij je schoonzus: ‘Maarleen kan zich niet herinneren dat Arjan na het overlijden van Dick ‘heel vaak’ langskwam.’
Ederveen: ‘Ik denk dat ik in het begin wel vaker langs ben geweest, alleen daarna minder.’
En dingen als dat je de schuurmachine leent van Clint en pas na maanden weer teruggeeft, kapot.
Ederveen: ‘Ach, waar maakt-ie zich druk om.’
Berkeljon: ‘Hij heeft uiteindelijk wel een nieuwe schuurmachine gekregen.’
Altijd van je af, de titel van je biografie, is wel toepasselijk, merk ik.
Ederveen: ‘Dat was de zin van Peter van de Pood, die ik speelde in Kreatief met Kurk.’
Berkeljon: ‘Die titel klopt wel ja. Het staat ook een beetje voor dingen van je afduwen, of bepaalde emoties misschien niet helemaal aan willen gaan.’
Ederveen: ‘Dat zeg ik ook in het boek: ik ben niet... Hoe zei ik dat?’
Berkeljon: ‘Perfect.’
Ederveen: ‘Perfect. Maar ik zou niet weten hoe ik mezelf zou moeten veranderen. Op het moment dat je wordt verwekt, zit je DNA in je en ben je dat. Je diepere karaktereigenschappen zijn bijna niet te veranderen. Je kunt je schone schijn veranderen, maar dan ben je vanbinnen nog niet veranderd.’
Berkeljon: ‘Niet iedereen past in dezelfde mal, dat hoeft ook niet.’
Ederveen: ‘Ik ga me niet anders voordoen dan ik ben. Ik zeg nu wel voor een vergadering of een bijeenkomst: ‘Sorry jongens, ik heb een korte spanningsboog, dus af en toe moet ik er even uit.’ Want ik kan wel blijven zitten en interesse veinzen, maar dan zit ik alleen te kijken naar hoe je haar in de wind wappert of wat dan ook. Doordat ik het nu van tevoren zeg, is er niks aan de hand.’
Als kind was je al niet heel meegaand, las ik. ‘Hij dreigde regelmatig met weglopen als hij zijn zin niet kreeg. Dan pakte hij zijn speelgoedkoffertje en liep zo de straat op.’
Ederveen: ‘Ik had als kind driftbuien, echt. Ik heb mijn ouders en broers helemaal gek gemaakt.’
Berkeljon: ‘Als kind zit je sowieso in een keurslijf, namelijk dat van je ouders. En nu heb je een leven gecreëerd waarin je precies kunt doen wat je zelf wil. Want je hebt een vrij beroep.’
Ederveen: ‘En de juiste partner die accepteert hoe ik ben.’
Berkeljon: ‘Die niet bij je woont, dus die zit niet op je lip. En je hebt een buitenhuisje met een enorm stuk grond eromheen, waar niemand zich met je bemoeit. Dus dan hoef je je speelgoedkoffertje niet meer te pakken, want je bent al op jezelf.’
Arjan geeft jou ook wel lessen in het boek. Heb je die ter harte genomen?
Berkeljon: ‘Dat ik een boek over prostitutie moet schrijven, bedoel je?’
Dat je groot moet denken.
Berkeljon: ‘Arjan vindt dat ik op televisie dingen moet gaan proberen, maar dat wil ik niet.’
Ederveen: ‘Maar heb je nooit de drang om een roman te gaan schrijven of een boek over iets dat in je leven is gebeurd? Volgens mij kun je het, Saar.’
Berkeljon: ‘Ik heb net een boek geschreven, dat is toch al heel goed?’
Ederveen: ‘Daaróm juist.’
Berkeljon: ‘Waarom moet er meteen iets achteraan komen? Ik heb een fulltimebaan, kinderen en een hond, ik heb gewoon heel veel te doen. Ik leg het niet naast me neer, Arjan heeft me echt wel aan het denken gezet, maar ik heb nog geen concreet plan. Ik heb net dit boek geschreven, ik vind dat ik de lat best hoog leg.’
Ederveen: ‘Je kunt erg goed interviewen omdat je het zoveel hebt gedaan, maar dan kun je ook denken...’ Slaat op tafel: ‘Nu weet ik hoe dat moet, kom, laat ik eens een thriller schrijven. Kan ik dat ook? Of dat boek over prostitutie.’
De titel Hoe word je een goeie hoer?, die je erbij bedacht, vond ik op zich wel aansprekend.
Berkeljon: ‘Jij mag dat idee ook hebben, hè?’
Ederveen: ‘Ik meen dat serieus, mensen willen dat graag lezen! Zowel mannen als vrouwen, omdat ze dat spannend vinden. Het heeft met seks te maken, met hoe je dingen doet.’
Je zegt in het boek tegen Sara: ‘Ik vind dat je de lat altijd hoger moet leggen dan je eigenlijk wil of aankunt. Dat werkt.’
Ederveen: ‘Ja, je moet de lat in ieder geval hoog probéren te leggen om je dromen en je ambities na te jagen. Een ander doet het niet voor je, dat moet je zelf doen! Maar je moet wel doen wat je wil! Veel mensen weten dat niet, die denken mja, mja, mja.
‘Mensen zijn zich niet bewust genoeg van hoe je je eigen leven kunt vormen. In plaats van te leven zoals iedereen, met een doorzonwoning en om de vier jaar een nieuw bankstel. Ze beseffen niet hoe groot en hoe veelzijdig het leven kan zijn. Je kunt alles doen! Alles. Als je wil. Je moet het alleen wel durven.’
Toch word je zelf nu het blijst van schoffelen.
Ederveen: ‘Ja, klopt. Nu ik ouder ben, heb ik niet meer de kracht om achter een typemachine te kruipen en scripts te schrijven.’
Een andere levensles die je geeft is: ‘Je moet voor jezélf zorgen, Saar. Zelfstandig zijn! Zelf je boterham smeren, koken, boodschappen doen en schoonmaken.’
Ederveen: ‘Ja! Je moet goed voor jezelf kunnen zorgen.’
Berkeljon: ‘Je moet je huis schoonmaken en niet je energie verspillen in de sportschool, terwijl iemand anders jouw huis staat schoon te maken. Dat vindt Arjan het allerergste wat er is. Hij kan zich nergens zo over opwinden als over dat. Dan gaat-ie echt met zijn hand op tafel slaan.’
Ederveen: ‘Ik háát de sportschool, ik vind het het allerstómste wat je kunt doen. Wat een stomheid! Dat je gaat fietsen op een fiets met een paar mensen om je heen. Stap op de fiets en ga buiten een stukje fietsen! Zie de wereld. Je gaat dat toch niet in een sportschool doen? Zit jij op de sportschool?’
Eh, nee. Thank god!
Berkeljon: ‘Eindelijk kun je dat een keer met trots zeggen.’
Ederveen: ‘Dat poetsen en voor jezelf kunnen zorgen is basic numero 1. Je moet goed zijn voor jezelf en voor je naasten. Je hoeft geen honderdduizend vrienden te hebben, als je er vijf hebt is dat genoeg. De likies, de whatsupp, en de kuttelefoon zijn niet belangrijk. Daardoor wordt de wereld er alleen maar eenzamer op. Vreselijk. De mensen van 25 jaar en jonger weten niet beter dan dat dat het ware leven is. Die arme meisjes met hun gekrulde wimpers, wat doen ze zichzelf aan? Alleen maar om zo onopvallend mogelijk door het leven te gaan, beschilderen ze zichzelf als clowns. Ze trekken kleren aan die hun vriendinnen ook aanhebben, allemaal uit onzekerheid.’
Je goede vriendin Evelien vindt jou de vrijste geest die ze kent. Hoe is het je gelukt om dat te worden?
Ederveen: ‘Dat is in me gekomen door mijn eigenwijsheid en mijn zelfverzekerdheid. Ik weet hoe ik dingen moet doen, en als ik iets tegenkom waarvan ik dat niet weet, loop ik er met een grote boog omheen en praat er niet over. Weg! Stop! Dat geldt ook voor moeilijke dingen zoals de belastingen of mijn telefoon. Of hoe ik een nieuw leertje op mijn kraan moet doen. Ik heb al drie jaar een druppende kraan in mijn huis omdat ik denk: wat een gedoe. Accepteer een druppende kraan.’
Je had een dominante en kritische moeder. Bijzonder dat dat niet aan je zelfbeeld heeft geknaagd.
Ederveen: ‘Ik was de jongste en ik deed het door mijn dyslexie niet goed op school, dus er werd altijd naar mij gekeken met een blik van: ach, laat Arjan maar. Daardoor kon ik op mijn eigen manier bloeien.’
Berkeljon: ‘Er werd niet zoveel van jou verwacht.’
Ederveen: ‘Inderdaad. Er werd niet gezegd: ‘Mavo is niet goed.’ Slaat op tafel: ‘Je moet hogerop!’ Het was meer: ‘Gelukkig hoeft Arjan niet naar het bijzonder onderwijs.’’
Dus dat is een goed recept, totaal geen verwachtingen naar je kind uitstralen.
Ederveen: ‘Ja. Ze wisten ook al heel jong dat ik homoseksueel was, dus mijn moeder maakte Barbiekleertjes voor me en ik had een grote verkleedkist met verkleedjurken. Ze was voornamelijk dominant omdat zij het gevoel had dat ze in haar eentje het gezin moest runnen. Mijn vader was ook lief, maar hij was er niet. God knows wat die man deed.’
Hij was aan het goochelen, toch?
Ederveen: ‘Vroeger ja, maar later niet meer, dat vond hij te onzeker met drie kinderen die hij groot moest brengen. Daarna werd hij directeur van een worstenfabriek.’
Jouw verdiensten werden op een gegeven onzekerder doordat je er bij de televisie moeilijker tussenkwam. Waaraan lag dat?
Berkeljon: ‘Eigenlijk was het sinds de komst van de netmanagers een beetje klaar.’
Omdat het toen moeilijker werd om in de mal te passen van het populaire NPO 1, het diepzinnige NPO 2 en het jonge NPO 3?
Ederveen: ‘Ja. Daarom gaan al die creatieve mensen niet meer naar een omroep toe, die gaan liever vloggen en bloggen.’
Je werd wel uitgenodigd voor The Masked Singer, waaraan je meedeed als Blij Ei.
Berkeljon: ‘Dat was voor het boek wel een hoogtepunt, vond ik. Ik zat als vriendin van Arjan in de Green Room. Het was heel leuk om Arjan daar zo te zien lijden. Hij hoopte dat hij na een ronde zou afvallen. Toen hij door drie mensen backstage uit dat pak werd gehesen – knalrood en bezweet, want het is binnen in dat pak zo benauwd dat er ventilators in zitten bevestigd – zag ik een diep teleurgesteld gezicht tevoorschijn komen: shit, ik ben door.’
Waarom deed je mee?
Ederveen: ‘Omdat ik dacht: dat wordt vast een leuk avontuur. Wanneer je niets uit de weg gaat, doe je veel ervaringen op.’
Zoals met Joop van den Ende in zee gaan, terwijl je ook voor de VPRO werkte.
Ederveen: ‘Ja, dan zegt iemand dat ik dat niet moet doen en dan denk ik: waarom niet? Omdat ik bij de VPRO zit? Ik heb laatst ook een film van Theu Boermans afgezegd omdat ik dacht: ik heb gewoon geen zin in een film met verantwoorde acteurs, getverdémme!’
Wat is daar getverdemme aan?
Ederveen: ‘Saai! Saai! Maar allemaal goede acteurs hoor! Ik ga een eitje bakken. Wie wil er één ei, wie wil er twee eieren, wie wil er drie eieren? Of zal ik een omeletti maken? Ik ga een omeletti maken.’
Als hij terugkeert: ‘Er zit een uitje in, een knoffie, een olijfje, een scheutje melk en gedroogde peper, is dat genoeg voor iedereen? Anders eten we straks nog een boterham met kaas.’
Berkeljon: ‘Wat vind je ervan dat iedereen het boek straks kan lezen?’
Ederveen: ‘Ik vind het prima, ik zit er niet mee. Mensen zullen wel een mening hebben, maar die hebben ze sowieso al.’
Je goede vriend Pieter Kramer zegt in het boek dat hij na decennia nog altijd vraagtekens heeft, in zekere zin ben je voor hem nog altijd een mysterie.
Ederveen, met donkere, zwoele stem: ‘Ik vind mezelf ook een mysterie. En ik hoop dat ik dat blijf tot ik in mijn graf lig. Stel je voor dat je geen mysterie bent, dan is er toch geen lol meer aan? Dat zoeken naar hoe te leven houdt toch nooit op?
‘Misschien dat de mensen verwachten dat ik slimmer ben of het beter weet dan andere mensen, maar dat is niet zo. Ik ben net zo stom als andere mensen. Ik doe ook maar wat. Ik ben geloof ik wel gelukkig. Af en toe niet en af en toe wel, maar het is belangrijk om soms ongelukkig te zijn, anders voel je niet hoe gelukkig je ook kunt zijn. Hoewel ik eigenlijk het liefst wil dat het altijd hetzelfde is. En dat kan niet. Ik heb nu bijvoorbeeld weer gezeik met mijn huid. Maar goed, mij krijgen ze er niet onder. Op een gegeven moment wel, maar nu nog niet. Wil er iemand nog een boterham? Met kaas, tomaat en aioli? Of liever een knabbelding of een appeltaartsituatie?’
9 september 1956 Geboren in Hilversum.
1981 Studeert af aan de Kleinkunstacademie.
1981-heden Diverse rollen in theaterstukken en musicals, zoals Fly Away, Oliver, Tocht en Hairspray.
1981-1984 Verbonden aan collectief Het Werkteater.
1981-1983 De Duo’s, theaterduo met Kees Prins.
1985-1989 Televisieserie Theo en Thea, met Tosca Niterink (VPRO, regie Pieter Kramer).
1989 Speelfilm Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium (regie Pieter Kramer).
1993-1994 Kreatief met Kurk (met Tosca Niterink, regie Pieter Kramer).
1995-1996 30 minuten (met regisseur Pieter Kramer).
1996 Zilveren Nipkowschijf voor 30 minuten.
1996 Gouden Kalf voor 30 minuten-aflevering ‘Geboren in een verkeerd lichaam’.
1996 Borreltijd, met Tosca Niterink.
2001 25 minuten, vervolg op 30 minuten.
2004 Televisieserie De troubabroers, met Alex Klaasen (VPRO).
2006 Televisieserie Wroeten (VPRO), over tuinieren.
2012 Solovoorstelling Ederveenzaamheid.
2018 Gouden Genesius Penning.
2019 Vergeten, voorstelling over dementie met Nederlands Kamerkoor.
2025 Biografie Altijd van je af verschijnt bij Meulenhoff.
Arjan Ederveen is getrouwd met Howie en woont in Amsterdam en Friesland.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant