Eind 1990 telde Nederland bijna 900 duizend arbeidsongeschikten, wat de toenmalige premier Ruud Lubbers (CDA) deed verkondigen: ‘Nederland is ziek.’ Hij gaf hiermee het startsein voor een grondige verbouwing van de sociale zekerheid, van de Werkloosheidswet, de bijstand en de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Uitkeringen werden minder snel verstrekt en ze werden lager. Het werkte.
Begin deze eeuw kwam erbij dat werkgevers zelf de kosten van de eerste twee ziektejaren moesten gaan dragen, en zo een prikkel kregen mensen bij ziekte weer snel in te schakelen op de werkplek. Mislukte dit dan was er altijd nog de aansluitende arbeidsongeschiktheidsverzekering. Die kreeg twee delen. Eén deel werd ingericht op inkomensondersteuning voor mensen die nooit meer zouden kunnen werken, zogenoemde ‘volledig arbeidsongeschikten’. Het andere deel was juist voor mensen mét arbeidsmarktkansen, ‘gedeeltelijk arbeidsongeschikten’, die natuurlijk óók inkomensondersteuning nodig hadden, maar ook en vooral hulp bij re-integratie op de arbeidsmarkt. Dit werkte óók.
Nederland was in 1990 dan wel ziek geweest, rond 2010 waren we hier te lande weer zo fris als een hoentje.
Maar nu niet meer. Met 854 duizend mensen die volgens uitkeringsinstantie UWV in januari 2025 een beroep deden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering zijn we weer aan het snotteren geslagen. Nog een paar jaar en we zijn weer bij de 900 duizend van Lubbers.
Pas op, hè. Die getallen hebben een andere betekenis. In 1990 telde Nederland 15 miljoen inwoners; nu 18 miljoen. Verhoudingsgewijs is 900 duizend vandaag de dag dus minder dan in 1990. Anderzijds: vandaag zijn er naar verhouding veel meer zelfstandigen dan toen, en de meesten van hen zijn helemaal niet verzekerd.
Hoe dat ook precies moge zijn, het aantal arbeidsongeschikten loopt weer op. In een lange datareeks van het Centraal Planbureau (CPB) daalt het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tot 2012, om daarna weer van jaar op jaar op te lopen. Het niveau is vandaag de dag 30 procent hoger dan in 2012.
Nog vervelender is dat het ook drukker is in het voorportaal van de verzekering, in de ziekenboeg. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telde midden jaren tien geregeld een ziekteverzuim van onder de 4 procent; nu zijn er jaren dat het gemiddelde verzuim hoger is dan 6 procent. In de zorg, het onderwijs, het openbaar bestuur en de industrie zijn werknemers bovengemiddeld veel ziek. Bij een gelijk doorstroompercentage van ziekte naar arbeidsongeschiktheid koerst Nederland dus de komende jaren af op verdere stijging van het aantal arbeidsongeschikten.
Systemen, zoals de sociale zekerheid, hebben onderhoud nodig. Nog even los van wat het kabinet allemaal precies zou kunnen of moeten doen, is dat vooral de waarneming. Dit geldt voor de wet- en regelgeving zelf, én voor de uitvoerders ervan.
Tussen 2004 en 2012 nam het aantal arbeidsplaatsen bij het UWV af met 30 procent. Daarna nam het aantal wel weer iets toe, maar veel minder dan op grond van de groei van de uitkeringen en de complexiteit mocht worden verwacht. Inmiddels heeft de uitvoerder zijn eigen ‘affaire’ en moet het UWV 43 duizend arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gaan controleren op fouten, een monsterklus voor een organisatie die toch al niet stevig op de eigen benen stond. Weinig kans, daarom, dat de re-integratie door het UWV de komende jaren zal verbeteren.
Het schrikbeeld van Lubbers – een miljoen arbeidsongeschikten – gaan we wel halen.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant