De democratie wordt van alle kanten aangevallen en – ik schrijf er vaak over – is aan de verliezende hand. De strijd moet op vele fronten worden gestreden. Onmisbaar is het versterken van instellingen die de democratische rechtsstaat dragen en hoe meer mensen meedoen, des te sterker staan we. Politieke partijen zijn ook zulke instellingen, met een spilpositie. Daarom ben ik van twee partijen lid geworden.
Slechts 3 procent van de kiesgerechtigden is lid van een partij. En dat is een probleem, want deze organisaties bepalen met elkaar welke kant ons land op gaat en uit deze kleine groep wordt ons hele bestuur geworven. Intussen voelen veel mensen zich machteloos, maar deze laagdrempelige manier om invloed uit te oefenen benutten ze niet. Daarom heb ik anderen altijd aangemoedigd om lid te worden en het was fantastisch als mensen er gevolg aan gaven. Maar ik was een beetje de paus die seksuele voorlichting gaf, want zelf voegde ik, als onafhankelijk journalist, niet de daad bij het woord.
Sinds een half jaar ben ik geen journalist meer. Als organisatieadviseur probeer ik tegenwoordig de overheid te helpen om meer vanuit de samenleving te werken. Deze column schrijf ik net zoals veel andere columnisten dat naast hun hoofdbaan doen, sommigen met een sterk politiek profiel. Ik heb dus geen smoes meer om mijn eigen advies niet op te volgen.
Ik heb ertegenaan gehikt. Bij geen enkele partij voel ik me thuis. In het verleden heb ik als politiek redacteur heel wat partijbijeenkomsten bezocht en zo’n georganiseerd verband van gelijkgestemden vliegt me überhaupt naar de keel. Maar de oude regel is van kracht: wie komt opdagen, beslist mee.
Wat de doorslag bij mijn keuze geeft: ik ben liberaal. Daar heb ik nooit een geheim van gemaakt. Bij het invullen van het Kieskompas kom ik terecht in het vak ‘rechts progressief’. Als eenzaam stipje, want in dat vak zit geen partij. Je zou het een basisinstinct kunnen noemen: uiteindelijk vind ik de vrijheid van het individu het belangrijkst en beschouw ik de bescherming van dat individu tegen de macht van de staat en de dwang van de groep als grootste opgave. En juist deze liberale waarden zitten in de verdringing, ook door toedoen van techgiganten, die zich statelijke functies hebben toegeëigend.
Niet dat alle andere politieke stromen ver van me af staan. Ik vind het raar om te doen alsof iemand met een andere inspiratiebron of overtuiging er krankzinnige ideeën op na houdt. Ik waardeer het gemeenschapsdenken van de christendemocratie. In het liberalisme gaan burgerrechten ook samen met de plicht om iets voor je medeburgers te doen en verenigingen zijn nodig om stevig te staan tegenover de staat. Met links deel ik idealen als emancipatie en gelijkwaardigheid. De vraag is wel hoeveel de overheid daaraan realistisch gezien kan bijdragen.
Tijdens mijn onderzoek de laatste jaren naar hoe het openbaar bestuur beter kan, ben ik gesterkt in de overtuiging dat de overheid veel te veel hooi op haar vork heeft genomen. Ze probeert te veel te doen, en te gedetailleerd, in plaats van basistaken uitmuntend uit te voeren. Steeds meer beleid is een poging de schade van eerder beleid te herstellen. En daar zijn links en rechts samen verantwoordelijk voor. Rechts zégt dat het een kleine overheid wil, maar heeft een controlestaat geschapen. En de laatste veertig jaar voerde niet het liberalisme met zijn terughoudende overheid de boventoon, maar het neoliberalisme, dat een sturende overheid voorstaat, toegewijd aan grote bedrijven. Links en de neoliberalen hebben met elkaar gemeen dat de overheid diep in ons leven ingrijpt, alleen verschillen de begunstigden.
D66 heeft behoorlijk wat ideeën waar ik me in kan vinden. Over de rechtsstaat, het buitenlands beleid, onderwijs, innovatie. Maar onuitstaanbaar vind ik dat D66 nauwelijks een serieuze poging doet om een verbinding te leggen met mensen die niet overtuigd zijn van het grote D66-gelijk. Dat is in een tijd die schreeuwt om samenhang onverantwoordelijk. Het D66-standpunt met betrekking tot het ‘voltooid leven’, waarbij te makkelijk voorbij wordt gegaan aan de invloed van armoede, eenzaamheid en tekort aan zorg, staat hier in mijn ogen symbool voor.
Op de VVD heb ik landelijk al vijftien jaar niet meer gestemd. En ik weet niet of de dag ooit weer komt. Ik heb overigens ook maar soms op D66 gestemd, ben al mijn hele leven zwevende kiezer. Ik heb bijvoorbeeld meermaals gekozen voor Esther Ouwehand, omdat zij goed werk doet als controlerend parlementariër en omdat het geen kwaad kon dat de hele boel flink in groene richting werd gesleurd.
De VVD intussen, is een cynische marketingmachine geworden en een conservatief-populistische machtspartij. Met als dieptepunten de laster over asielzoekers en de uitholling van de rechtsstaat, culminerend in de huidige coalitie. Mark Rutte reken ik aan dat hij positiespel boven inhoud liet gaan, schaamteloos liegen normaliseerde en belangrijke kwesties zo lang vooruitschoof dat het land is vastgelopen. De politieke ellende van nu is in belangrijke mate zíjn erfenis.
Maar het stuit me ook tegen de borst dat we ons opsluiten in steeds meer en steeds smallere partijtjes. Alsof een partij precíés aan je wensen kan voldoen. Ik mis brede bewegingen met vleugels die een open debat voeren, levendige democratie bínnen partijen. En ik merk dat er meer liberale VVD-leden resteren dan je aan de buitenkant ziet. Ze zijn stil. Uit loyaliteit, angst of opportunisme, hopend dat de kansen keren zodra de samenwerking met de PVV op de klippen is gelopen. Ik heb besloten hun aantal met één te verhogen en van zowel D66 als de VVD lid te worden.
Natuurlijk heb ik niet de illusie dat ik in mijn eentje D66 kan ontbubbelen. Of de VVD weer op het liberale pad kan krijgen. Maar ik ben vanaf nu één lid met één stem en dat is beter dan niets. Ik bedoel: het bitter noodzakelijke stikstofbeleid werd op een VVD-congres met 51 tegen 49 procent weggestemd. En ik ben er al achter dat beide partijen barsten van de themagroepjes. Misschien mag ik ergens meepraten, geen idee.
Ik ga vanaf nu niet ineens vanuit een partijperspectief schrijven, maar wilde wel open zijn over dit stapje. Het is een probeersel. Eens kijken hoe het voelt. En ik kan anderen nu met iets meer geloofwaardigheid dan eerst oproepen hetzelfde te doen. Je hoeft je niet aan te sluiten bij dezelfde partij (al zou een plotse instroom van progressieve liberalen bij de VVD wel mooi zijn). Kies vooral voor een andere – democratische – partij en hef mij zodoende op.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist voor de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant