Home

Het sein ‘stoelriemen vast’ is op de financiële markten nog lang niet uit

Even veerden de beurskoersen weer op, toen Trump deze week zijn aangekondigde importheffingen introk. Maar mede door de torenhoge tarieven op Chinese goederen dreigt er voor de VS alsnog een recessie. De Amerikaanse economie en munt als veilige haven? Die tijd lijkt voorbij.

‘Tarieventurbulentie’ is de onderkoelde alliteratie waarmee Libby Cantrill de situatie op de financiële markten deze week typeerde. De strateeg van beleggingsmaatschappij Pimco suggereert ermee dat de wereldeconomie na wat schudden en beven snel een rustiger vluchtpatroon kan vertonen.

Het feit dat Donald Trump woensdag onder druk van de turbulentie besloot zijn omstreden ‘wederkerige heffingen’ in te trekken, zou dat vertrouwen kunnen voeden. Toch laten onderstaande grafieken zien dat het lampje ‘stoelriemen vast’ nog lang niet uit is. Sterker: de cruciale positie van de Verenigde Staten in het wereldwijde financiële stelsel blijkt wankeler dan gedacht.

Nadat Donald Trump vorige week zijn onnavolgbare lijst met importtarieven had aangekondigd, gingen de graadmeters van beurzen wereldwijd binnen enkele dagen met vele procenten omlaag. Historische verliezen die in het rijtje komen van grote financiële crises zoals de val van Lehman Brothers in 2008 en het afkondigen van lockdowns aan het begin van de coronapandemie in 2020.

Zo’n koersval is heftig, maar geeft vaak ook een wat vertekend beeld. Veel beleggers hebben namelijk een maximum koersdaling die zij kunnen opvangen. Wordt zo’n ‘trigger point’ geraakt, dan moeten zij hun beleggingen met verlies van de hand doen. Met als gevolg dat er meer aanbod is en koersen dus nog verder zakken.

Koopjesjagers

Toen de president woensdagavond besloot dat zijn spelletje ‘wie knippert het eerst met de ogenmet de financiële markten lang genoeg had geduurd, veerden de koersen dan ook hard weer terug door koopjesjagers.

Maar in de loop van donderdag kwamen de diepgravende economische analyses, die maken dat de koersen toch weer terugvallen. Zoals die van het Budget Lab van de Amerikaanse Yale Universiteit. Yale rekent voor dat de heffingen die Trump nog wel in stand houdt, met name de 145 procent op de import van Chinese spullen, nog altijd optellen tot een substantieel percentage van 17 procent over álle goederen die de VS binnenkomen.

Voor Amerikaanse huishoudens betekent dat een enorme hap uit hun besteedbaar inkomen, gemiddeld zo’n 4.600 dollar per jaar, becijfert Yale. Waarbij ook nog eens de armste huishoudens relatief het hardst worden getroffen.

Daarmee lijkt Amerika nog altijd vol af te koersen op een stevige recessie. Wedkantoren schatten de kans dat die er dit jaar nog komt ook na woensdag op 55 procent. Ook het consumentenvertrouwen bereikte vrijdag een voorlopig dieptepunt. Logisch dus dat koersen van veel Amerikaanse bedrijven donderdag en vrijdag toch weer wegzakten.


Terwijl veel Amerikanen met afgrijzen toekeken hoe de waarde van hun persoonlijke pensioen- en studiefondsen verschrompelde, groeide in het Witte Huis de bezorgdheid over een andere koers: die van de rente op Amerikaanse staatsobligaties. Deze leningen, waarmee de VS hun staatsschuld financieren, gelden al vele decennia als veilige vluchtheuvel voor vermogen in tijden van financiële onrust. Want, zo is de gedachte, de Amerikaanse overheid gaat nooit failliet.

Hoe groter de vraag naar een obligatie, hoe lager de rente is die de eigenaars van die obligaties krijgen. En dat is in principe goed nieuws voor het land dat de schuld heeft uitgegeven: dat hoeft dus minder rente te betalen op die uitstaande leningen.

Oplopende rente op obligaties

Het bekende patroon van dalende aandelenkoersen en dalende rente op Amerikaans schuldpapier tekende zich vorige week aanvankelijk ook af. Maar die trend keerde al snel en de rente begon op te lopen.

Volgens The New York Times was dit een van de belangrijkste redenen dat minister van Financiën Scott Bessent samen met vicepresident JD Vance bij Trump smeekten zijn handelsheffingen te pauzeren.

De VS gaat namelijk gebukt onder een schuld van 124 procent van het bruto nationaal product. Zeker in combinatie met een recessie dreigt die schuld onhoudbaar te worden. Volgens The New York Times zou Bessent zelf een maximumpercentage van zo’n 4,5 procent rente hanteren. Het slechte nieuws voor hem: ook na woensdag heeft de rente zich nog niet hersteld en zweeft zo rond die 4,5 procent.


Ook de dollar ‘hoort’ in tijden van financiële onzekerheid in waarde te stijgen. Een belangrijke reden daarvoor is dat het grootste deel van alle financiële transacties in de wereld in dollars wordt afgerekend. Dat geldt onder meer voor de oliehandel. Bedrijven en overheden willen er zeker van zijn dat ze toekomstige verplichtingen in dollars kunnen voldoen, en dus stijgt bij toenemende onzekerheid de vraag naar dollars. Meer vraag betekent een hogere prijs.

Maar de afgelopen dagen daalde de dollar juist tot het laagste punt in drie jaar. Valutahandelaren buitelen over elkaar heen om er een verklaring voor te geven. Een veelgenoemde is dat beleggers hun vertrouwen hebben verloren in de Amerikaanse bedrijven die zij in de toekomst van dollars moeten voorzien. Liever dan dollars kopen proberen ze hun banden met die bedrijven te verbreken.

Afkalvend vertrouwen

De ironie wil dat een deel van Trumps financiële adviseurs een dalende dollarkoers ziet als onderdeel van hun strategie om Amerika weer ‘great’ te maken. Door een minder dure munt zou het voor andere landen immers goedkoper worden om made in America-producten te kopen.

Maar daarvoor hadden die adviseurs zelf een ander scenario in gedachten: een waarin de VS andere landen zou dwingen hun dollarreserves te verkopen en intussen wel langdurig in de VS te investeren. Nu lijkt de lagere koers ingegeven door de wil om minder afhankelijk te worden van de VS – veroorzaakt door afkalvend vertrouwen in de economische stabiliteit van de VS.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next