Home

Weet je wat ze bij ‘Boer zoekt Vrouw’ eens moeten proberen? Consent vragen

Reputaties veranderen continu. In deze rubriek kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert. Deze week: Boer zoekt Vrouw.

is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.

Boer zoekt Vrouw bestaat twintig jaar. De doorgewinterde kijker kent het stramien van het succesvolle programma inmiddels maar al te goed. Boeren bloeien op onder de romantische aandacht waarvan ze vaak jaren, soms zelfs hun hele leven, verstoken zijn gebleven. De Connectie Met Die Ene, dát is wat ze ten diepste willen, weet Yvon Jaspers uit ze te trekken met haar nadrukkelijk aangezette Brabants accent: ‘Maar... da klink alsof jij eigelik soms bes wel éúnzaam bent...?’

De kijker slurpt die ontboezemingen gretig op, wetende dat dit het eerste en meteen ook laatste tankstation is voor de woestijn aan smalltalk en ongemakkelijke stiltes die weldra zal volgen.

Want hoezeer de boeren (m/v, maar toch vooral m) ook zeggen te verlangen naar echt contact, in de volgende afleveringen zal blijken hoe moeilijk dat voor hen is. Als ze al een antenne voor ‘de ander’ bezitten, staat deze vaak verkeerd afgesteld. Radiostilte aan de keukentafel. Zelfs boer John – de stoerste van dit seizoen – verzuchtte in de laatste aflevering: ‘Ja, ik vind het gewoon zo moeilijk, de liefde.’

Mogelijk zijn de boeren – en eigenlijk iedereen die zich op het amoureuze pad begeeft – geholpen met consent, dat zo in zwang geraakte begrip voor ‘instemming’, waarover soms geklaagd wordt dat het alle sexyness uit intieme betrekkingen sloopt. Niets is minder waar. Wat is er aantrekkelijker dan iemand die je aankijkt en vraagt: mag ik je aanraken? (Er komt nog veel meer bij kijken, maar dit is, denk ik, de kern.)

Consent hoeft bovendien niet alleen over seks te gaan, het komt van pas bij al het sociale verkeer waarbij echt contact wordt verlangd. Omdat consent niet gaat over iets vaags als verkeerd afgestelde antennes, maar juist een verademend concrete communicatiestrategie is.

De onverbiddelijke boterham

Waar gaat het mis bij de boeren? Het begint met de speeddates: een gehotsebots van pontificaal uitgestoken handen, ingestudeerde openingszinnen en het gepruts aan het eierwekkertje dat op vijf minuten moet worden afgesteld (plus het verplichte grapje dat daarbij hoort: ‘stiekem een minuutje erbij ha-ha’), maar elkaar even recht in de ogen kijken, ho maar.

Dan de logeerweek, als de vrouwen aankomen op de boerderij en door hun boer worden begroet als matig leuke kennissen; met drie afstandelijke wangzoenen (mwa, mwa, mwa). Daarna krijgen ze de gebruikelijke bontgekleurde overall aangereikt (‘life is better with chickies’ heeft kippenboer John op zijn roze exemplaren laten drukken) en kan de rondleiding door het bedrijf beginnen. Er wordt lang stilgestaan bij rode kolen, gehannest in de melkput, rijkelijk gestrooid met biks.

Van interesse in zijn logees is bij de boer weinig te merken – persoonlijke vragen worden zelden gesteld. De betreffende briefschrijvers (m/v, maar meestal v) gaan daar in eerste instantie grootmoedig mee om. Als de boer geen sjoege geeft, maken ze het zelf wel gezellig. Elk seizoen opnieuw verbaast het hoe monter en vol goede wil de vrouwen zijn.

Tot aan dit punt kan alle sociale onhandigheid – het vermijden van oogcontact, de stomme grapjes, het in de kiem smoren van elk gesprekje dat verder dreigt te gaan dan gebabbel – geweten worden aan de spanning van de eerste ontmoeting/verdere kennismaking. Maar vanaf hier stevenen de boeren alras af op het dodelijkste moment van elk seizoen: de onverbiddelijke boterham op de tweede middag.

De sfeer verslechtert

De opwinding van de eerste dag is geluwd. De vrouwen hebben de hele ochtend, licht verveeld (er ís niks te doen of ze mógen niks doen), achter de boer aan gewaggeld, enkel om hun toenaderingspogingen te zien afketsen op zijn stille, brede rug. Het regent. De klok in de keuken tikt hard maar de tijd gaat tergend langzaam. De theezakjes staan in het bovenste kastje. Voor altijd.

In een-op-eentjes met de camera uiten de vrouwen voorzichtig hun ongenoegen. Klachten uit de afgelopen afleveringen: ‘dat hij specifiek op ons gericht is, dat mis ik nog’, ‘ik weet niet hoe ik contact met hem kan krijgen’, ‘ik krijg nog niet echt signalen van hem’.

De boer, die natuurlijk ook niet achterlijk is, merkt heus wel dat de sfeer verslechtert. Nerveus probeert hij het tij te keren met de welbekende noodgreep: het privéritje in de trekker. Daar, met z’n tweetjes in de cabine, wordt dan de Boer-zoekt-Vrouwse mother of all questions gesteld: ‘Maar, eh, hoe zie jij het, eh, zeg maar allemaal, eh, voor je?’

Er zal niet één seizoen zijn geweest waarin deze vraag niet is gesteld. Maar wat wordt er met de vraag bedoeld? Hoe zie je wát voor je? Hoe kun je je een beeld van een mogelijke relatie vormen als je nog amper een beeld hebt van elkaar?

Het is, kortom, de verkeerde vraag die altijd wordt gesteld. Wat de boer zou moeten vragen is: consent. Geen ongrijpbaar gedoe met onduidelijke signalen, maar simpelweg laten weten wat je wilt en met oprechte (!) interesse vragen of de ander dat ook wil. ‘Ik wil je beter leren kennen, wil jij dat ook?’ ‘Ik vind het fijn om naast je te zitten, vind jij dat ook?’ Of, het allerbeste: ‘Ik zou je willen kussen, mag dat?’

Spannend om te doen, maar ook heel simpel. De connectie met die ene, het échte contact, ligt binnen handbereik.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next