Hoeveel kan vriendelijke service goedmaken als er van alles misgaat? Best veel, blijkt bij Hotel Rumour in Leiden, waar desalniettemin van alles heel erg misgaat.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Burgsteeg 13,
Leiden
hotelrumour.nl
Cijfer: 6–
Zaak met groot terras onderaan de Burcht. Elke dag geopend voor lunch, borrel en diner. Voor- circa € 13, hoofd- circa € 22, nagerecht circa € 8.
‘Nee hè. We zijn die éne tafel.’ Ik vergeet nooit de veelzeggende blik van mijn vriendin, die hoofdkelner is bij een driesterrenzaak. We waren samen uit eten, en vanaf het moment dat we binnenkwamen waren er al een paar dingen misgegaan. Daarom, was haar overtuiging die ik toen nog toeschreef aan horecabijgeloof, zou er nog een heleboel meer misgaan.
‘Er wordt aan je tafel een fout gemaakt: kan gebeuren’, legde ze uit. ‘Maar wordt er nóg een fout gemaakt? Dan ben je ‘die éne tafel’ geworden, de tafel waar dingen fout gaan. Het personeel begint je onwillekeurig te mijden en daardoor gaat er nog meer mis: het is een vloek. Je zal zien: straks krijgen we de verkeerde gerechten en uiteindelijk moeten we zelf naar de kassa lopen om de rekening te vragen, waar dan van alles op staat wat we niet hebben besteld.’ Zo ging het precies.
‘Oh help, we zijn de niegestafel.’ Bij Hotel Rumour in Leiden ben ik het zelf die het fluistert. We krijgen een rotte mossel, onze bon raakt kwijt in de keuken en alles duurt zo lang dat we ons afvragen of we ooit nog thuiskomen. Toch wordt dit, u zult het zien, geen geheel negatieve recensie.
Hotel Rumour is geen hotel, maar een dag- en avondzaak in het 17de-eeuwse koetshuis aan de voet van de oude burcht. Het is de eerste mooie lentedag, zowel op het terras als binnen zit het vol. De kordate bedrijfsleider lijkt de wind er evenwel goed onder te hebben bij haar team van vrolijke, jonge types, en de sfeer is prima. ‘Eerst nog even lekker buiten een drankje doen, dames? Super, gaat u hier maar zitten, ik houd binnen een tafeltje vrij!’
We drinken een Leidse Glibber en huisgemaakte limonade van hibiscus en gember, en bekijken het aperitiefkaartje met cocktails, spritzen en hapjes. Een borrel met kroketjes, Leidse oplegkaas of sardientjes kan gemakkelijk worden uitgebouwd tot een spontane hap als een smashburger met frietjes – het gerecht dat om ons heen massaal wordt besteld. Maar er is ook een vriendelijk geprijsde, aanlokkelijke avondkaart, een fijn rijtje bijgerechten en een aardig keuzemenu voor kinderen.
We verhuizen naar binnen. De zaak is knus en zorgvuldig ingericht en uitgelicht, met bijzondere, half-zwevende meubels en matglazen lampen en dinerkaarsen. Het flatbread met gekonfijte eend en krokante, met balsamico gestoofde ui (€ 12,50) blijkt een erg lekker hapje, een soort rillettes-pizzaatje eigenlijk, met mooie donkere blazen op de rand.
Maar dan komen die schelpen op tafel: mosselen en kokkels gestoofd in bier en miso (€ 15). Ik ruik het al als de serveerster het bord neerzet. Eén rot schelpdier kan een hele pan verpesten met z’n stank, in zekere zin maar goed ook, want je kunt er goed ziek van worden. We vinden de boosdoener: een ons al een tijd geleden ontvallen mossel in een kapotte schelp. We worden overladen met excuses, eerst van de bediening die uitgebreid en schuldbewust neerknielt aan onze tafel (‘Dit is natuurlijk écht, écht niet de bedoeling!’) en daarna van de keuken (‘Die schelpen zijn vanochtend binnengekomen, we begrijpen er niks van!’)
Eén dode schelp hoeft inderdaad niet te betekenen dat er met de rest ook iets aan de hand is, maar de keuken hoort haar schelpen van tevoren wel goed te controleren – en ik begrijp eerlijk gezegd ook niet dat niemand deze stinkerd, in het hele traject van het voorbereiden, koken, doorgeven en wegbrengen, heeft geroken.
De serveerster biedt ons een ander visvoorgerecht aan: crudo van hamachi (€ 14,50). Vooruit dan maar. De plakjes rauwe geelstaart-koningsvis lijken me eerst door een soort hartig poeder gerold en vervolgens, zoals ceviche, half gegaard in een zure marinade. Die zijn vervolgens geheel bedekt met allerlei schijnbaar willekeurige dingen die ook zuur zijn: blokjes ingelegde rettich, oranje en witte blubjes en extreem zure, van binnen nog bevroren duindoornbessen – er is een reden dat we die doorgaans niet zó van de struik eten, en die reden is dat ze niet lekker zijn. Daar weer bovenop liggen hele grote, taaie stukken kelp. Het vormt een onbegrijpelijk geheel – een soort wrange, koude kledder.
Nadat het bord is weggehaald blijft onze tafel leeg. Na drie kwartier vragen we waar onze hoofdgerechten blijven. Opnieuw knielt de serveerster naast ons neer: ‘Er is iets misgegaan in het systeem en jullie bon was kwijt’, zegt ze. ‘Dat vind ik echt heel erg, ontzettend vervelend. Ik ga jullie iets van het huis aanbieden, goed? Een drankje en koffie, ik wil het heel graag goedmaken. Wat een pech. Nogmaals heel erg sorry. Jullie hoofdgerecht komt er onmiddellijk aan!’
Maar de keuken lijkt de grote drukte inmiddels niet aan te kunnen. Drie mensen van de bediening staan bij de afgiftebalie op en neer te hupsen, driftig gebarend: waar blijven die borden? Ook onze buurtafels beginnen te mopperen. Een half uur na de excuses staan eindelijk onze hoofdgerechten op tafel.
Het piepkuiken met dragonjus en friet (€ 21,50) is in orde, zeker voor de prijs – het velletje had krokanter gekund, maar het (waarschijnlijk even gepekelde) vlees is lekker mals, het kruidenmengsel van venkel-, koriander- en anijszaad een leuke toevoeging, en de bijgeleverde witlof en frietjes goed. Alleen de dragonjus smaakt meer naar zoute appelstroop dan naar dragon (of jus).
Het veganistische hoofdgerecht van geroosterde spitskool met piccalilly en gepofte knoflook (€ 18) zit ook wel goed in elkaar, met lekker bruingebakken randjes, veel versgeknipte tuinkers, zonnebloempitjes en een hartige saus. Maar een kwart kool met een sausje is wat mij betreft bij lange na niet substantieel genoeg om echt als hoofdgerecht te dienen.
Gelukkig hadden we ook nog twee bijgerechten besteld. De portobello met croutons, mosterdblad en ingelegde bundelzwam (€ 7,50) vinden we een beetje een gekkig gerecht, dat bovendien te lang onder de warmtelamp heeft gestaan waardoor de paddenstoel taai is geworden en de sla slap. De boterige aardappelmousseline met mergpijp en rodewijnjus (€ 9) is wél erg lekker – en wat een leuk bijgerecht. In de puree zit wat pittige mosterd.
De riz au lait met kaneelsorbet en boerenjongens (€ 9) is een teleurstelling. Ik hou erg van rijstdesserts in al hun vormen, maar dit blijkt een soort plasje dat mij gemaakt lijkt met de verkeerde (langkorrelige, ruwe) rijst. Er liggen welgeteld twee gewelde rozijnen bij, en het kaneelijs is waterig.
Het bestelde kopje earlgreythee blijkt jasmijnthee, de dubbele espresso wordt een enkele. We hebben ook de softijs-sundae met gepocheerde peer en amandel besteld, maar krijgen die met beurre noisette-karamel en cacaonibs (€ 7). We laten het maar zo – we zijn inmiddels meer dan drie uur verder.
Bij de rekening krijgen we nogmaals uitgebreide excuses. ‘Echt, heel vervelend, dit is niet zoals we het willen.’ De desserts, het voorgerecht, de koffie en thee en het water krijgen we van het huis.
We verlaten Hotel Rumour niet met het nare, bozige gevoel tekort te zijn gedaan – meer met het gevoel flink pech te hebben gehad in een zaak die overduidelijk nog niet was toegerust op de grote lentedrukte. Dat is vooral te danken aan het personeel dat, ondanks de chaos, haar gasten de hele avond met een bewonderenswaardige hoeveelheid attente, koppig-opgewekte vriendelijkheid is blijven benaderen.
Goede service kan grove fouten van de keuken en het management niet goedmaken, maar de avond wel redden uit de klauwen van de totale mislukking.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant