Het enorme cellentekort plus de maatschappelijke wens dat veroordeelden niet vroegtijdig vrijkomen, nopen tot een nieuwe sanctie: een taakstraf die de veroordeelde door de week overdag vervult, maar dan binnen het gebouw van de strafinrichting.
In de Volkskrant van afgelopen maandag meent advocaat Peter Plasman dat Justitie door het ernstige capaciteitstekort in crisis verkeert. Bovenal is het volgens hem van belang ‘dat door de korte celstraf te vervangen door een andere strafmodaliteit er zeer veel ruimte ontstaat om de problematiek daadwerkelijk aan te pakken’.
De crisis waar Plasman op doelt, kent een lange geschiedenis. Justitie kampt al vele tientallen jaren met capaciteitsproblemen bij het gevangeniswezen. Lijkt het zo’n vaart niet meer te lopen dan bezuinigt Justitie celcapaciteit weg en is het wachten op de volgende calamiteit.
Over de auteur
Gert Jan Verhoog is bestuursadviseur. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Aan de basis van de problemen ligt een open zenuw: niet in de laatste plaats gaat het hier om het gebrek aan een alternatieve strafmodaliteit die voor de samenleving geloofwaardig is. Het is vooral ook dit gebrek dat staatssecretaris Ingrid Coenradie (PVV) van Justitie en Veiligheid en de Tweede Kamer onlangs liet worstelen met het zo nodig voortijdig op vrije voeten stellen van gevangenen door het acute cellentekort.
Vanwege dit tekort gaat het Openbaar Ministerie (OM) minder dagvaarden en meer strafbeschikkingen opleggen. Voor lichtere, veelvoorkomende criminaliteit is het uitgangspunt van het OM straks: strafbeschikking, tenzij. Lichtere misdrijven kan het OM zo afdoen met een geldboete of taakstraf, het verplicht doen van nuttig en onbetaald werk.
Het OM wil meer zaken afdoen en slachtoffers bedienen in een tijd waarin nu ook lichtere delicten te lang moeten wachten op afdoening van de zaken en uitvoering van de straf. Rinus Otte, die leiding geeft aan het OM, vindt het ‘voor een geloofwaardige rechtstaat cruciaal dat er weer meer feiten worden opgespoord, vervolgd en afgedaan’.
Bij de bulk van de strafdossiers legt de rechter straffen op van hooguit een paar weken of maanden. Blijft het OM in die zaken ‘celstraffen vorderen dan worden de capaciteitsproblemen bij het gevangeniswezen nog groter en lopen de wachttijden nog verder op. Dan dragen we als OM alleen maar bij aan het probleem, en niet aan de oplossing’, stelt Otte. Hij ziet dat het terugdringen van de korte gevangenisstraf nog niet echt wil lukken, ondanks strafmodaliteiten als de voorwaardelijke straffen, geldboete, taakstraf, elektronisch toezicht en de OM-strafbeschikking.
Plasman zou het terugdringen van de korte gevangenisstraf toejuichen. In zijn bijdrage wijst hij ook op schade die dikwijls het gevolg is van celstraf, waaronder ‘verlies van baan, woning, relatie en stigmatisering van kinderen’. De Raad voor de rechtspraak is bij monde van voorzitter Henk Naves minder gelukkig met de nieuwe beleidslijn van het OM. Die zet de strafrechter bij bepaalde misdrijven buitenspel, ondergraaft de rechtsstaat en schaft een celstraf bij tienduizenden zaken feitelijk af, meent Naves. ‘Dat is maatschappelijk niet uit te leggen.’
In de Tweede Kamer viel het voornemen van het OM vaker zelf te straffen zonder tussenkomst van de rechter, afgelopen dinsdag evenmin in goede aarde. Veel fracties vrezen uitholling van het strafrecht en de regeringscoalitie is verdeeld.
Als het OM veel meer lichtere misdrijven straks toch af gaat doen met een geldboete of taakstraf valt niet uit te sluiten dat het maatschappelijk ongemak hiermee zal groeien, evenals dat het geval zal zijn met het zo nodig voortijdig op vrij voeten stellen van gevangenen. Dit zal wellicht ook gaan spelen bij het initiatief-wetsvoorstel om de zogeheten elektronische detentie (‘enkelband’) in het Wetboek van Strafrecht te verheffen tot zelfstandige sanctie. De oorzaak van dat ongemak zal ook hier het gebrek zijn aan een geloofwaardig alternatief voor de celstraf.
Het grote goed van de taakstraf voor een veroordeelde is dat deze deel blijft uitmaken van de samenleving. Om zowel tegemoet te komen aan maatschappelijke doelen van de taakstraf als aan de geloofwaardigheid hiervan voor de samenleving, is het hoog tijd voor een nieuwe, aanvullende vorm van de taakstraf: een intramurale taakstraf die de veroordeelde door de week overdag vervult.
Deze variant is min of meer spiegelbeeldig aan de open strafinrichting. Ben je veroordeeld voor een iets minder licht misdrijf dan kun je nog steeds in de maatschappij blijven leven zoals bij de extramurale variant, maar moet je dus wel je taakstraf vervullen door binnen de muren van de strafinrichting nuttig en onbetaald werk – bijvoorbeeld het repareren van tweedehands spullen – te doen.
Het moet mogelijk zijn ruime capaciteit klaar te maken voor deze intramurale taakstraf. Voor een professionele begeleiding hiervan zal de keus op de arbeidsmarkt vermoedelijk ook ruimer zijn. Bovendien is er veel expertise bij zowel Reclassering Nederland als de Dienst Justitiële Inrichtingen. Met een onorthodoxe benadering kunnen wellicht ook maatschappelijke organisaties en betrokken ondernemingen hierop inspelen.
Het is geen gering belang dat hier in het geding is, want een straf voor misdaad die onvoldoende geloofwaardig is voor de samenleving, raakt de achilleshiel van de rechtshandhaving.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant