Home

Axel Rüger over de vernieuwde Frick Collection in New York: ‘De bezoekers kunnen nu eindelijk de grote, elegante trap betreden’

Na een jarenlange renovatie gaat de Frick Collection in New York, met een imposante collectie oude meesters, weer open. De Volkskrant spreekt de nieuwe directeur Axel Rüger. Wat zijn de plannen voor het vernieuwde museum?

schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.

Henry Clay Frick (1849–1919) had het wereldwijde monopolie op staalproductie toen in de Verenigde Staten de spoorwegaanleg op een hoogtepunt was. Hij was miljonair voor zijn 30ste en werd voor zijn 45ste ‘de meest gehate man van Amerika’ genoemd, vanwege het gewelddadige neerslaan van arbeidersstakingen.

Zijn hobby: kunst verzamelen. Daarom kennen we hem nu vooral van The Frick Collection, het statige landhuis aan Fifth Avenue in New York dat hij in 1914 liet bouwen om er zijn collectie te tonen.

Het is al negentig jaar een museum van wereldklasse, met werk van Rembrandt, Titiaan, en maar liefst drie Vermeerschilderijen. Voor het eerst is het grondig verbouwd. Kosten: 200 miljoen euro. Op 17 april gaat het opnieuw open.

Sinds een maand heeft ‘The Frick’ een bekende als directeur: de Duitse kunsthistoricus Axel Rüger, die van 2006 tot 2019 het Van Gogh Museum in Amsterdam leidde. In het woonvertrek van Henry Clay Frick vertelt Rüger (57) via videoverbinding over de verbouwing; het venster achter hem biedt uitzicht op Central Park. ‘Waarschijnlijk het chicste kantoor in heel Manhattan’, zegt Rüger droogjes.

De museumcatalogus vermeldt dat Frick bij kunst ‘onderhandelde en verzamelde zoals hij spoorwegbedrijven overnam’. Hoe ontstond zijn collectie?

‘Hij was inderdaad zeer in competitie met andere industriëlen en ondernemers, zoals Andrew Carnegie, Andrew Mellon en Benjamin Altman. Ze betaalden vaak de hoofdprijs; Frick legde bijvoorbeeld bijna een half miljoen dollar neer voor een koningsportret door Vélazquez.’

‘In zijn tijd kwam er in Europa veel te koop. Het is geen oorlogsbuit, hoewel er ongetwijfeld families waren die werk moesten verkopen uit financiële nood. Er gingen echt scheepsladingen kunst en meubels naar de VS in die tijd, soms hele delen van gebouwen.’

De Hollandse 17de eeuw was de tijd van ondernemerschap van koopmannen. Herkenden de Amerikaanse industriële verzamelaars iets van zichzelf in die kunst?

‘Dat kun je niet stellen, want de meeste kunst komt van aristocratische Franse en Engelse families, we hebben veel portretten van Lord dit en Lady dat. Maar Frick was een mennoniet, en je ziet wel dat de collectie een protestantse inslag heeft, er zit bijvoorbeeld geen Rubens-vlees in.

‘Je zou wel een zekere parallel kunnen trekken met de Hollandse burgersamenleving in de 17de eeuw. De VS is een selfmade maatschappij: posities en instellingen werden niet gegund door de koning of de kerk. Het huidige Amerika is opgebouwd door particulier initiatief.’

Bij de verbouwing, onder toezicht van de Duitse architect Annabelle Selldorf, kwam er 2.500 vierkante meter bij, en 30 procent meer tentoonstellingsruimte. Wat is volgens u de belangrijkste verandering voor de bezoeker?

‘De meest voelbare verandering is dat bezoekers nu eindelijk de grote, elegante trap kunnen betreden. De eerste verdieping, oorspronkelijk de privévertrekken van de familie, werd voorheen gebruikt als kantoorruimte. Ik zit daar nu, maar de rest van die vertrekken is hersteld en museumzaal geworden.

‘De aanpassing betekent dat we nu op de begane grond tentoonstellingen kunnen organiseren zonder dat de vaste collectie daarvoor moet wijken; we beginnen met een tentoonstelling over de ‘liefdesbrief’-schilderijen van Vermeer. Daarnaast is er een nieuw auditorium gebouwd onder de tuin, met 218 zitplaatsen.’

Hoe is het om na het Van Gogh Museum, en de zes jaar als directeur van de Royal Academy in Londen, nu in New York een museum te leiden?

‘Enerzijds een terugkeer, want mijn specialisme is de 17de eeuw. The Frick leiden was altijd wel een droom, en de kunstwereld hier is vertrouwd voor mij - Mariët Westermann, directeur van het Guggenheim Museum, ken ik bijvoorbeeld al sinds mijn studententijd.

‘De sfeer hier is wel anders dan de Europese. Mijn ervaring met fondsen en sponsors werven in eerdere posities heeft maar beperkt geholpen bij mijn sollicitatie. De selectiecommissie bleef maar vragen of ik wel ervaring had. Europese musea hebben in de VS nog steeds de reputatie dat ze alleen maar de hand ophouden, al is dat allang niet meer zo.’

Het is ook niet de meest barmhartige tijd voor culturele instellingen in Amerika op dit moment. Kunt u daar nog last van krijgen?

‘Wij zijn voor onze inkomsten niet afhankelijk van de overheid, dat scheelt. En we nemen geen politieke positie in. Maar op dit moment gebeurt er hier zo veel wat niemand zag aankomen, dat niet in te schatten is hoe het ons raakt en hoe het krachtenveld zich ontwikkelt.

‘Ik heb in Nederland wel een beetje ervaren wat de gevolgen zijn als de maatschappelijke consensus voor kunst afbrokkelt. Halbe Zijlstra’s opmerking over de linkse hobby zal ik niet vergeten. Toch is de sponsorcultuur en filantropie hier vooralsnog heel anders. We gaan het zien.’

Ook anders dan in Nederland: in The Frick zijn kinderen onder de 10 jaar niet welkom.

‘Dat is sinds jaar en dag zo. The Frick is gebouwd als een intieme plek waar je kunst ervaart zonder vitrines en hekjes eromheen. Dat vergt een bezoeker die weet hoe daarmee om te gaan. We hebben wel een educatief centrum, een enorme bibliotheek en programma’s voor jeugd boven de 10 jaar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next