Home

Leo Beenhakker (1942-2025) zal voortleven als een kleurrijke trainer met groot succes

‘Don’ Leo Beenhakker, een van de succesvolste trainers uit de nationale historie van het voetbal, is op 82-jarige leeftijd overleden. Hij leefde de laatste jaren redelijk teruggetrokken.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Leo Beenhakker was een fenomeen als trainer. Kleurrijk zoals hij was, bestaan ze bijna niet meer. Een man die zich zonder grote loopbaan als voetballer vanaf zijn 26ste (als trainer van Veendam) opwerkte naar het hoogste podium als trainer, naar de mooiste banen bij topclubs en als bondscoach van meerdere landen, waaronder Nederland, Polen en Trinidad en Tobago.

Hij was een spraakwaterval met humor. Cynisch soms. Verbaal buitengewoon begaafd. Sociaal op zijn tijd. Een peoplemanager, zoals ze dat noemen. Hij moest spelers aanraken of in de ogen kunnen kijken. Raken met een paar woorden. Hij kon met de grootsten op aarde omgaan, dan was hij in zijn element. Jopie Cruijff, zei hij dan. Wimpie Kieft, Frankie Rijkaard. Hij gaf soms een aai over de bol en dan weer een schop onder de kont, deze Rotterdammer pur sang.

Hij vierde kampioenschappen met Feyenoord (1), Ajax (2) en Real Madrid (3). Hij was bondscoach tijdens het mislukte WK van 1990, toen de spelers op Schiphol op Johan Cruijff stemden na het ontslag van Thijs Libregts, maar naar het schijnt wilde technisch man Rinus Michels zijn voormalige protegé Cruijff niet, mogelijk omdat die zijn prestaties dan zou verbeteren.

Met Beenhakker speelde Oranje een vreselijk toernooi, met uitschakeling in de achtste finales tegen de latere kampioen West-Duitsland. Beenhakker beweerde dat het ware verhaal, over wat er allemaal was voorgevallen, in ‘verhuisdoos 13’ was opgeborgen. Eens zou hij de inhoud openbaren, maar zelfs in zijn biografie Don Leo kon hij niet al te veel verduidelijken. Ja, hij had een schram op zijn hoofd, niet van een gegooide asbak, maar van een trap in het zwembad na wat ravotten.

Netjes opgevoed

Hij kon heerlijk zuchten na vragen, streek met de hand langs het haar of vroeg om een sigaar. Cigarrillos, uit een groen blikje het liefst. Braziliaans smaakje. Hij deed niet moeilijk over pittige teksten. ‘Ik heb met mijn hart gesproken, maar dan moet je die vloeken er even uithalen, want ik ben netjes opgevoed’, zei hij dan na een interview. Hij was grappig. Toen hij eens met 3-1 won in Stuttgart met Feyenoord in de Europa Cup, vroeg een verslaggever wat er schortte aan het Duitse voetbal. ‘Haben Sie eine Stunde?’, stelde Beenhakker de wedervraag. Twee weken later won Stuttgart in de Kuip overigens met 3-0.

Twee clubs waren hem het dierbaarst. Real Madrid, omdat hij daar het mooiste leven leefde, en Feyenoord, omdat hij uit Rotterdam kwam, omdat hij als kind al aan de hand van zijn vader de Kuip bezocht. En als hij dan van Feyenoord via via naar Ajax ging, om daar technisch directeur te zijn, dan vond hij dat dat moest kunnen, ondanks emoties bij de supporters.

Boomklever

Bij Ajax speelde hij een belangrijke rol in het aantrekken van bijvoorbeeld Zlatan Ibrahimovic, maar hij speelde het spel ook niet altijd schoon. Tijdens een persborrel in Glasgow maakte hij gehakt van trainer Co Adriaanse, maar die redde zich met een wonderlijke zege en wist zijn onvermijdelijke ontslag nog een paar maanden uit te stellen. De twee hadden elkaar niets te melden. Beenhakker begon zelfs met spot over een boomklever, alsof dat het enige was waarover ze elkaar iets te vertellen hadden.

Maar vooral was hij een man die een elftal kon bouwen, die de vedetten de vedetten kon laten zijn en de waterdragers de waterdragers. Drie keer kampioen met Real Madrid, het grote Madrid uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Alleen die ene beker, de ‘Cup met de grote oren’, zoals hij de toenmalige Europa Cup I noemde, ging aan hem voorbij. Zijn elftal voetbalde in de halve finales weliswaar beter dan het PSV van Guus Hiddink, maar werd uitgeschakeld door dat rare rollertje van Edward Linskens.

‘Sentimenteel gedoetje’

En hij won de titel met Feyenoord, in 1999, met spelers als Julio Cruz, Paul Bosvelt en Kees van Wonderen, hetgeen hij als een van zijn mooiste successen beschouwde. Op het bordes van het gemeentehuis aan de Coolsingel gaf hij een parodie op de veelvuldige kampioen in de jaren daarvoor, Louis van Gaal, die dan riep dat Ajax de beste was van Eindhoven, van Rotterdam, enzovoorts. Beenhakker zei simpelweg: ‘Wij, Feyenoord, zijn kampioen van Nederland.’

Hij kon het voetbal nooit loslaten. Zelfs in zijn nadagen had hij nog tal van baantjes, als adviseur, of als bijna onbezoldigd technisch directeur, bij Feyenoord en Sparta bijvoorbeeld, waar hij met een lege portemonnee nog een aardig elftal bij elkaar wilde schrapen.

Hij trok zich steeds verder terug in zijn woning in Rotterdam en was dan soms verbitterd, of anders noemde hij zich een sentimentele oude zak. Hij vond het moeilijk dat hij niet meer meedeed, dat hij geen hoofdrol meer speelde in het voetbal. Tijdens een interview met de Volkskrant tijdens de coronatijd zei hij: ‘Dit moet geen sentimenteel gedoetje worden, hè. We gaan niet lopen janken, piepen en klagen. Er liggen generatiegenoten te vechten voor hun leven. Dat is pas erg. Daarbij vergeleken stelt het allemaal niets voor.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next