Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Bijna is de kou helemaal uit de lucht. ’s Ochtends vroeg staat de rijp nog op een hoekje gras waar de zon net niet bij kan, maar na het rondje hardlopen is het alweer weg. De afgelopen weken is ook de temperatuur van het water van het meer gezwind gestegen, van 4 naar 6 naar 8 naar 10 graden.
Althans, ik meen dat het 10 graden is. Sinds oktober hing er een klein thermometertje in het water, maar een onverlaat heeft dat nu weggehaald. De koeten, die de hele winter het meer voor zichzelf hadden, hebben gezelschap gekregen van een familie eenden, teruggekeerde futen met hun punkkapsels en een trio strontchagrijnige grauwe ganzen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De horizon groeit langzaam weer vol, de meidoorn is de winter al lang vergeten en kleurt onstuimig groen. Tjiftjaffen tjiftjaffen, koolmezen zingen. Zwaluwen scheren over het pad en de aalscholver doet zijn beste Batman-imitatie. Ze dansen op de maat van de natuurwetten, met de zon als grote dirigent. ’s Ochtends vroeg is het stil en kun je de oostenwind zich een weg horen banen lang de sparren- en dennentakken. Een ree steekt over, gevolgd door een eekhoorn.
Naarmate de ochtend vordert, kruipen ook de mensen uit hun hol. Daar heb je ze weer. De klasjes met sporters die de zomerse dreiging van de bikini en zwembroek aan voelen komen en woest een gevelde boomstam op- en afstappen; de wandelclubjes die luidkeels beppen over wie er nu weer dood is gegaan of dood aan het gaan is of dood zou moeten gaan; de wielrenners die in angstaanjagende vaart over de fietspaden zoeven; de groepen gillende scholieren die met tegenzin hun opdrachten voor biologie uitvoeren, over hekken heen springen en met hun puberpoten door beschermd broedgebied stampen; de vogelaars met hun schutkleuren en telelenzen; de kanker-roepende bro’s met hun fatbikes en draagbare speakers; de verloofde koppeltjes die professionele foto’s voor de uitnodiging voor hun bruiloft laten maken.
Hun dankbaarheid vertaalt zich in offers: witte zakdoekjes in de struiken langs de paden, lege flesjes bier en cider in de bosjes, verpakkingen van snoep en crackers op het strand, rietjes in het natte zand aan de oever. En peuken, overal peuken. In het duin, op het gras, onder de dennennaalden of vlak onder het wateroppervlak, waar de filters bleek zijn uitgeslagen, volgezogen met vers duinwater en gezelschap hebben van losgeweekte etiketten van flessen frisdrank. Het blijft vreemd dat zo veel mensen de natuur als consumptieproduct benaderen, als iets vanzelfsprekends dat naar hartenlust kan worden gebruikt, als iets dat jou iets oplevert; als iets dat jou verzorgt – of dat nou over vermaak, ontspanning of gezondheid gaat – maar zelf verder geen zorg behoeft.
Ik heb er al 42 meegemaakt, maar ook deze lente leert weer een les. Hoe groter de liefde voor het buiten, hoe groter de hekel aan de mens. Een natuurwet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant