Home

‘‘Succession’ heeft me extreem veel weggegooide tijd gekost, omdat je blijft hopen: misschien wordt het net zo goed’

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Series bekijk ik meestal als een oorwurm, omdat ik ze zo slecht vind. Bioscoopfilms, zelfs de mindere, zijn altijd een paar klassen beter. Ze zijn logischer, scherper geacteerd, het camerawerk is origineler. Ze zijn artistiek. Film! Het mooiste wat er is. Na boeken en muziek.

Over de slechtheid van series mag ik graag filosoferen. Liefst hardop, tijdens de derde of vierde aflevering, als alles piept en kraakt.

‘Voorbeelden?’

‘Serieuze shitseries... Baby Reindeer vond ik heel erg slecht, The Bear ook, Industry, wat een bagger. En pas nog dat derde seizoen van The White Lotus. Het tweede was al volstrekt niet grappig meer. Ach, de lijst is eindeloos.’

‘Nou’, zegt mijn vriendin Jet, ‘om de eerste White Lotus moest jij anders behoorlijk lachen.’

‘Dat is de pest. Soms, echt heel erg soms, is een serie prima. Succession, bijvoorbeeld. Succession heeft me extreem veel weggegooide tijd gekost, omdat je blijft hopen: misschien wordt het zo goed als Succession. Maar het wordt altijd stukken slechter. Succession is een raadsel, Succession spot met alle seriewetten. Netto ben ik helemaal niet blij met Succession. Zonder Succession had ik Proust kunnen lezen. Succession had er beter niet kunnen zijn.’

Stilte. Van kankeren op series houden mensen niet, terwijl ze wel van kankeren op voetbal houden. Snapt u dat? Hoe vaak niet kwam de sympathieke Virgil van Dijk van het veld en kreeg hij te horen dat weer niks was? ‘Waarom was het nou zo slecht, joh? Virgil?’

Afijn, waarom series zoveel slechter zijn dan bioscoopfilms komt volgens mij omdat filmregisseurs zich als kunstenaars gedragen, maar serieregisseurs als de kwispedoors van een roedel Netflix-managers.

‘Wat is een kwispedoor?’

‘Een ouderwetse fluimpot, zo’n bak om in te spugen, je weet wel, als we staan te pruimen in een saloon. Ben je niet nieuwsgierig naar mijn theorie? Ze heet de Suske en Wiske-propositie.’ Meteen knal ik hem erin. ‘Ik heb een keer uitgezocht waarom de Suske en Wiskes van het ene album op het andere een vrije val in kwaliteit hebben gemaakt. Moet je maar eens opletten, vanaf nummer 168, De Efteling-elfjes, worden ze ineens flauwer en niksiger.’

Ik doe dit uit mijn hoofd. Deze materie hield me bezig toen ik 11 was. Ik bezit geen Suske en Wiskes meer. Snel pratend leg ik uit dat de grote Willy Vandersteen eerst 66 Suske en Wiskes in zwart-wit had uitgegeven, allemaal sterke albums, geef maar toe.

‘Ik geef het toe.’

‘Toen stapte hij over op kleur. En wat deed Willy, lange tijd voerde hij de kinderen acht nieuwe albums per jaar, waarvan er vijf ouwe avonturen waren die hij soms natekende, maar meestal alleen maar hoefde in te kleuren.’

‘Dus?’

‘Dus?! Wat denk je?’

‘Trump?’

‘Op een dag waren de oude avonturen natuurlijk op. Maar Willy had een complete studio opgetuigd, een soort Netflix voor Suske en Wiskes, met kerstpakketten en een kantine. Er moesten per se acht strips per jaar blijven verschijnen. Die gingen ze daarom op dubbele snelheid produceren. Merkte je meteen. Zelfs een 11-jarige als ik merkte dat meteen. Ineens werd het slappe hap. Maakwerk.’

‘Misdadig van die Willy.’

‘Nu moet jij vragen wat dit allemaal met series te maken heeft.’

Ze vraagt het. ‘Ik snap je vraag. Kijk, een goeie regisseur doet vaak twee, drie jaar over een speelfilm. Vaak heb je dan ook wat, soms niet eens. Maar bij Netflix kakken ze er tien afleveringen per seizoen uit. Dat zijn vijf complete films. En het volgende seizoen begint alweer. Ik merk dat. Waarom merkt niemand dat?’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next