Een Amerikaans bedrijf beweert erin te zijn geslaagd een allang uitgestorven wolvensoort weer te laten verrijzen. Leuk voor de bühne, zeggen critici, maar de echte ‘reuzenwolf’ van weleer is het niet.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
De reuzenwolf (Aenocyon dirus) moet zo’n tienduizend jaar geleden zijn uitgestorven in de Verenigde Staten, naar men aanneemt omdat zijn prooidieren zoals bizons en mammoets opraakten door jagende mensen.
Maar op een geheime locatie, ergens in Amerika, spelen momenteel drie jonge welpjes die sterk aan de oerwolf doen denken. Ze zijn een slag groter dan gewone wolvenwelpen en hebben een sneeuwwitte vacht: kenmerken van de uitgestorven soort.
Wetenschappers van techbedrijf Colossal Biosciences kusten de wolf weer tot leven met genbewerking (‘gene editing’), een precisietechniek om DNA tot op de letter nauwkeurig te herschrijven. Na cellen te hebben afgenomen van grijze wolven, herschreven ze het bouwplan van het dier op twintig plekken. Uit het DNA van de originele oerwolf weet men immers op welke plaatsen de uitgestorven wolf verschilt van de huidige exemplaren.
Deze week onthulde Colossal het resultaat, niet in een wetenschappelijk vakblad of op een congres, maar in Time Magazine. Romulus en Remus, heten twee van de dieren, naar de mythische grondleggers van Rome, die zouden zijn gezoogd door een wolvin. De derde heet Khaleesi, naar een fictief karakter uit de fantasyserie Game of Thrones, waarin ook witte wolven figureren. Een vierde wolfje overleed kort na de geboorte.
Maar scepsis is er ook. Zo zijn veranderingen in twintig genen waarschijnlijk bij lange na niet genoeg om een echte reuzenwolf te verkrijgen. Wolven hebben ongeveer 19 duizend genen, en bij de oerwolf waren in elk geval tachtig genen dramatisch anders.
Bovendien heeft Colossus het bewerkte DNA in de cellen van een hedendaagse hond gebracht. Daaruit liet men vervolgens de welpjes groeien, met een grote hond als draagmoeder. Eenmaal geboren, werden de welpjes opgevoed door mensen en honden. Zodoende is de ‘reuzenwolf’ toch vooral een mengelmoes van hond en grijze wolf met het uiterlijk van de oerwolf, in plaats van een identieke kloon van het uitgestorven dier.
En er zijn ethische vragen. Paleontoloog Julie Meachen van de Des Moines Universiteit in Iowa was betrokken bij de DNA-analyse van de fossiele botten, en oordeelt in Amerikaanse media hard: ‘Al het kindergevoel in mij zegt dat ik wil zien hoe ze er in het echt uit zien. Maar ik heb ook vragen. We hebben al problemen met de wolven die we nu hebben.’
Colossal Biosciences werd in 2021 opgericht door de fameuze moleculair bioloog George Church, een van de grondleggers van de techniek van precieze genetische manipulatie ‘crispr-cas’. Church heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij uitgestorven dieren weer tot leven wil wekken. Zo baarde zijn bedrijf vorige maand nog opzien met een ‘wolharige muis’, een laboratoriummuis die dankzij ingebouwde genen van de mammoet lange haren had.
Wat Colossal betreft is dat nog maar het begin. Zo wil men de Tasmaanse tijger weer tot leven brengen, een iconisch buideldier waarvan het laatst bekende exemplaar in 1936 overleed in een dierentuin. Ook de mammoet staat hoog op de verlanglijst van weer op te wekken dieren, al is nog onduidelijk of olifanten wel in staat zijn om als draagmoeder te fungeren.
Andere bedrijven proberen intussen onder meer de reuzenalk terug te krijgen en de trekduif, een vogel die in de 19de eeuw nog massaal in de Verenigde Staten aanwezig was, maar waarvan sinds 1914 nooit meer iets is vernomen.
Hoe het nu verder moet met Romulus, Remus en Khaleesi, is niet helemaal duidelijk. Colossus heeft al aangegeven dat de dieren in gevangenschap blijven, om hun ontwikkeling te kunnen bestuderen. Vage plannen om de dieren ooit los te laten in de natuur zijn er ook. Maar daar zouden de hagelwitte dieren lelijk in de problemen kunnen komen, als ze moeten concurreren met de al gevestigde grijze wolven van Amerika.
In Time Magazine erkent ook wolvenexpert en adviseur van Colossus Rick McIntyre dat de oerwolf in het hedendaagse Amerika zichzelf nog wel eens lelijk zou kunnen tegenkomen. De omgeving waarin hij ooit leefde, bestaat immers niet meer. ‘Ik schat in dat ze gespecialiseerd zijn in het omgaan met de grote megafauna van de laatste ijstijd. Hoe meer je specialiseert, des te meer het op den duur in je nadeel kan werken.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Source: Volkskrant