Tata Steel wil 1.600 medewerkers de laan uit sturen, 20 procent van het personeel. De staalfabrikant hoopt op die manier weer mee te kunnen komen met de Europese concurrenten. De verbijsterde vakbonden spreken van ‘paniekvoetbal’.
is economieverslaggever. Verslag vanuit IJmuiden
De werknemers kregen de plannen voor de ingrijpende reorganisatie woensdag te horen. Het is de tweede sanering in amper een jaar tijd. Vorig jaar maakte Tata Steel Nederland bekend dat het 600 van de toen nog 9.200 banen ging schrappen. Dat kon toen zonder gedwongen ontslagen, maar dat zal ditmaal niet gaan, zegt topman Hans van den Berg.
Tata Steel verkeert al een poosje in zwaar weer. Over het recentste boekjaar, dat tot eind maart 2024 liep, boekte het een verlies van 556 miljoen euro. Het bedrijf zucht onder de hoge energiekosten, die volgens het bedrijf in Nederland twee tot drie keer duurder zijn dan in buurlanden. Ook betaalt de staalfabrikant hier vaak meer voor zijn CO2-uitstoot dan in andere Europese landen, vanwege de Nederlandse CO2-heffing.
Net als de rest van de Europese staalindustrie zet Tata zich schrap voor de heffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op Europese exportgoederen legt, en op staal in het algemeen. Het is een zware klap die het bedrijf moet incasseren: de Amerikaanse markt is voor Tata goed voor 12 procent van de afzet.
Het bedrijf steekt de hand ook in eigen boezem: Tata is in de afgelopen jaren minder efficiënt geworden. Het heeft meer personeel, maar produceert minder staal. De concurrentie, zoals ArcelorMittal of ThyssenKrupp, heeft al eerder gesaneerd, aldus een woordvoerder, ‘en wij doen dat nu pas’.
In IJmuiden werd woensdagmiddag door medewerkers verbijsterd gereageerd. Tata wil zo snel mogelijk 1.600 voltijdsbanen schrappen, vooral in het management en bij ondersteunende afdelingen, maar wie er precies de laan uitvliegt, is nog onduidelijk. Het bedrijf komt halverwege juni met gedetailleerde plannen.
De 40-jarige Stanley heeft zo’n vermoeden dat hij op de schopstoel zit. ‘Ze gaan straks twee fabrieken samenvoegen en die hebben in principe allemaal hun eigen productieassistenten en managers.’ Bang dat hij elders niet meer aan de bak komt, is hij niet, maar wie eenmaal in IJmuiden komt werken, blijft vaak tot het pensioen. Gekscherend: ‘Wie twintig jaar in dienst is, wordt hier nog een groentje genoemd.’ Zelf zou Stanley ook graag nog lang blijven, ‘en dat terwijl ik pas op mijn 72ste met pensioen kan’.
Op de werkvloer zien ze heus wel dat er iets moet gebeuren, zegt Gerrit Idema (64). Hij kwam op zijn 25ste bij Tata werken en in de nadagen van zijn carrière zit hij in de ondernemingsraad. ‘Ik weet dondersgoed dat de situatie niet houdbaar is. Ik zie dat we al maandenlang geen winst maken. En we krijgen het tweede jaar op rij met een verlies.’ De vraag is echter of er zo fors moet worden gesaneerd. ‘Ik geloof best dat er tien managers overbodig zijn. Maar er zitten hier echt geen 1.600 man met hun duimen te draaien.’
Er is bovendien amper ‘perspectief op de toekomst’, zegt Idema, die ook actief is bij de FNV. Daarmee doelt hij op de grootste plannen van Tata om in IJmuiden te verduurzamen. Op die manier zou het bedrijf in de toekomst netto geen CO2 meer uitstoten.
Dat is vooralsnog enkel toekomstmuziek, want om te verduurzamen zijn er miljarden euro’s nodig. Kapitaal dat niet alleen zal moeten worden opgehoest door het moederbedrijf uit India, maar vermoedelijk deels ook door de Nederlandse overheid. Maar het is onduidelijk of en wanneer dat geld komt, weet Idema. ‘Ondertussen flikker je er hier allerlei mensen uit. Dat is paniekvoetbal. En dat kan ik dus ook moeilijk verkopen aan het personeel.’
De directie ziet het duidelijk anders. Het bedrijf wil niet wachten op groen licht uit Mumbai of Den Haag, maar gaat eerst zelf de boel op orde brengen, zegt een woordvoerder. ‘Wij willen niets aan de belastingbetaler of ons moederbedrijf vragen, zolang we onze eigen verantwoordelijkheid niet hebben genomen en financieel gezond zijn.’
En zo stapelen in IJmuiden de onzekerheden over de toekomst van Nederlands grootste staalfabriek zich op. Niemand weet hoelang er aan de Noord-Hollandse kust nog staal zal worden geproduceerd, en of dat ooit duurzaam kan. Onduidelijk is ook of productieassistent Stanley na de zomer nog zijn baan heeft, laat staan of zijn tienjarige zoontje ooit zelf op de fabrieksvloer emplooi zal vinden.
Het zijn vragen die boven de hoofden van werknemers zal blijven zweven, wanneer ze maandagochtend samenkomen. Dan vergadert de FNV met haar leden over de nieuwste ontwikkelingen bij de staalgigant. De vakbond verwacht meer dan duizend medewerkers. Stanley hoopt natuurlijk dat de directie de plannen afzwakt en hij zijn baan behoudt. Maar nog liever hoopt hij dat er snel geld komt voor Tata. ‘Als we niet gaan verduurzamen, dan maken die 1.600 banen niet zoveel uit. Dan gaan we sowieso naar de klote. Dan heeft Tata Steel geen levensvatbaarheid meer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant