Cleopatra gebruikte het naar verluidt al: Aleppozeep. Tijdens de oorlog moesten veel fabrikanten de productie staken, maar nu het geweld in Syrië voorbij is, kan het handelsmerk van Aleppo weer wereldwijd worden gebruikt.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
De zeep van Aleppo heeft de oorlog overleefd. De trots van de stad in Noord-Syrië heeft zware jaren achter de rug, maar de makers hebben vertrouwen in een opleving, nu de wapens zwijgen en dictator Bashar al-Assad is gevlucht.
‘Alle tekenen zijn goed, inshallah’, zegt Hisham Jebeili. ‘Onder Assad stikten we. Water, stroom, diesel – overal moest je voor knokken. Voor alles betaalde je veel belasting. Deed je dat niet, dan kon je naar de gevangenis.’
Het bedrijf van Jebeili is een van de hooguit tien zeepmakers die nog in Aleppo over zijn. Voor de volksopstand van 2011 uitliep op een burgeroorlog, waren dat er honderden. Aleppo was het economisch centrum van het land en van oudsher een knooppunt op handelsroutes tussen Europa, het Midden-Oosten en Azië. Een stad van handelaars en ambachtslieden.
De zeep werd geëxporteerd naar Europa, de VS, het Midden-Oosten, Afrika en Azië, ja, de hele wereld eigenlijk. Overal was de ‘Savon d’Alep’ te vinden, de naam die de zeep te danken heeft aan de tijd dat Syrië een Frans mandaatgebied was, na de Eerste Wereldoorlog.
De geschiedenis van de Aleppozeep gaat een paar duizend jaar terug, misschien wel vierduizend. De Egyptische koningin Cleopatra was naar verluidt een liefhebber. In december, toevallig de maand van de omwenteling in Syrië, kreeg de zeep van Unesco de status ‘immaterieel erfgoed’. De productiewijze is al die tijd immers nauwelijks veranderd. De zeep wordt ambachtelijk gemaakt van olijfolie, water, soda en laurierbesolie.
In de Jebeili Soap Factory, in de bazaar van de centrale wijk Al Jalloum, iets onder de citadel, is te zien hoe dat gaat. In een groot vat wordt de olijfolie gedurende een paar dagen gekookt en vermengd met de andere ingrediënten. Uitgegoten over de vloer vormt de groene substantie een 5 meter brede sloot.
Na een dag drogen wordt de zeep in rechthoekige brokken gesneden. Een ploeg van vier mannen met houten plankjes onder hun voeten (om de zeep niet te beschadigen), trekt de messen over de gehele lengte van de sloot, bijgestaan door twee messenduwers. Vervolgens moet de zeep minstens zes maanden drogen.
Jebeili pakt een stuk zeep van een stapel en slaat het in tweeën op de rand van een werkbank. ‘Kijk: geel van buiten, groen van binnen’, wijst hij. Door oxidatie wordt de zeep geel, te beginnen aan de buitenkant. De oudste zeep, met een kleinere groene kern, is de beste. ‘Hoe langer de zeep opgeslagen ligt, hoe beter, net als wijn’, zegt de trotse fabrikant.
Na het begin van de burgeroorlog was het voor de meeste producenten van het ‘groene goud’ niet langer mogelijk hun werk voort te zetten. De Slag om Aleppo (2012-2016) was een van de meest vernietigende episodes van de oorlog. Veel werkplaatsen gingen voorgoed dicht. Jebeili zette de productie thuis in het veiliger West-Aleppo voort, op een lager pitje, tot het in 2017 weer veilig was in de wijk rond de citadel.
Na de hevigste fase van de stadsoorlog, in 2015 en 2016, waren de opstandelingen uit Oost-Aleppo verdreven. De hele stad was weer in handen van het Assad-regime, dat afgelopen december plotseling ineenstortte.
De 53-jarige fabrikant ziet in de verte zijn pensioen naderen. De Jebeili Soap Factory moet worden voortgezet door de volgende generatie, want de familie weet niet anders dan dat Jebeili’s zeep maken. Hoe ver de dynastie terug gaat, weet Jebeili niet. ‘Maar mijn grootvader vertelde dat zijn grootvader al zeep maakte’, zegt hij. Wie van de twee zoons en twee dochters de zaak gaat overnemen is nog niet bekend. Ze zijn rond de 20 en studeren nog, voor beroepen die ze naast de zeepmakerij zullen blijven uitoefenen.
En o ja, gebruikt Jebeili de Savon d’Alep eigenlijk zelf? Hij schiet in de lach. ‘Jaaa! Het is de beste zeep ter wereld!’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant