Bruce Springsteen brengt op 27 juni maar liefst zeven albums tegelijkertijd uit. Dat maakte de 75-jarige Amerikaanse zanger-liedjesschrijver vorige week bekend.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Het betreft formeel niet echt nieuw, recentelijk opgenomen werk, maar albums die hij tussen 1983 en 2018 vooral thuis in zijn eigen studio in New Jersey opnam maar nooit eerder uitbracht.
Tracks II: The Lost Albums, zoals de box (negen lp’s of zeven cd’s) heet, bevat zoals Springsteen het in een trailer zelf zegt ‘zeven complete albums waarvan een aantal klaar waren voor een eindmix maar uiteindelijk toch niet werden uitgebracht’.
Springsteen deed eerder ook al eens een duik in zijn eigen archieven. In 1998 bracht hij de vier cd’s tellende box Tracks uit, waarop hij 69 liedjes had verzameld uit zijn op dat moment ruim 25-jarige loopbaan. Die waren ook meestal niet eerder in die vorm uitgebracht, en soms hooguit bekend van Springsteens live-concerten.
Wat dit vervolg, Tracks II: The Lost Albums zo bijzonder maakt, is niet alleen de omvang. Weliswaar ging geen band of artiest met de status van ‘The Boss’ hem voor door zo ruimhartig onuitgebracht werk met het publiek te delen. Maar wat deze uitgave werkelijk uniek maakt, is dat Springsteen de zeven albums met 83 liedjes waarvan 73 nooit in welke vorm dan ook het licht hebben gezien, allemaal tegelijkertijd uitbrengt.
Mateloosheid is de Boss niet vreemd. Zo bracht hij in 1986 de vijf lp’s (of drie cd’s) tellende box Live/1975-1985 uit, wat toen een unicum was. En het gebeurt ook vaker dat artiesten albums om welke reden dan ook op het laatste moment terugtrekken.
Een beroemd voorbeeld is The Black Album van Prince, dat eind 1987 zou uitkomen. Maar Prince trok de opvolger van Sign O’ The Times op het laatste moment terug, om het pas zeven jaar later alsnog uit te brengen.
Ook Neil Young had er een handje van albums die tot aan het hoesontwerp toe klaar waren op het laatste moment terug te trekken. Maar het opschonen van zijn archieven begint de laatste jaren zelfs potsierlijke trekjes te krijgen.
Zo bracht hij onlangs op elpee het niet eerder verschenen Oceanside Countryside uit 1977 uit. Maar dan weer in een nét iets andere versie dan hij het in zijn vorig jaar verschenen verzamelbox Archives 3 had opgenomen. Daarmee breng je zelfs je meest verstokte en verzamelgrage fans tot wanhoop.
De fans van Springsteen hoeven zich wat dat betreft geen zorgen te maken. Deze zeven albums die Springsteen vanaf 1983 opnam, toen hij net het even desolate als fraaie Nebraska had uitgebracht, zijn allemaal niet eerder in welke vorm dan ook verschenen.
De titel van de eerste, L.A. Garage Sessions ’83, maakt al meteen duidelijk dat niet alle albums bij hem thuis zijn opgenomen. Het is van de zeven misschien wel het album dat het meest nieuwsgierig maakt, omdat Springsteen in dat jaar toewerkte naar zijn nog altijd best verkochte plaat: Born in the U.S.A. Die zou hem wereldwijd tot artiest van stadionformaat maken.
Hoe Springsteen de transitie maakte van het sobere, verstilde solo-album Nebraska naar het uitbundige Born in the U.S.A met zijn E-Street Band in vol ornaat, is altijd een beetje een raadsel geweest, dat met dit overgangsalbum L.A. Garage Sessions ’83 kan worden opgehelderd.
Dit eerste ‘lost’ album is het enige uit de jaren tachtig. Springsteen zegt in de trailer vooral blij te zijn dat hij nu eindelijk het idee kan wegnemen dat hij in de jaren negentig creatief in een dalletje zat. Niet zo gek dat veel van zijn volgers dit dachten: in dat decennium bracht hij alleen de twee gelijktijdig uitgebrachte maar zeer matig ontvangen albums Lucky Town en Human Touch uit.
Drie jaar later volgde het vooral tekstueel interessante The Ghost of Tom Joad (1995). Het was ook het een decennium waarin zijn E-Street Band even niet meedeed.
Zijn grootste succes had hij in die tijd met het liedje Streets of Philadelphia, uit Jonathan Demme’s film Philadelphia. Dit met een Oscar bekroonde liedje had Springsteen bedoeld voor een album vol drum-loops, synths en naar verluidt hiphop-invloeden.
Maar Springsteen durfde de release toch niet aan. Bang dat hij de fans van zich zou vervreemden bracht hij in 1995 The Ghost of Tom Joad uit. Pas in juni zal blijken of het album Streets of Philadelphia Sessions echt zo’n stilistische breuk in zijn werk is als hij toen vreesde.
Zo kent ieder ‘lost’ album een eigen verhaal of excuus waarom Springsteen het tot deze zomer in de kluizen hield. Er is een soundtrack bij een film die nooit gemaakt is (Faithless) en een countryplaat Somewhere North of Nashville die hij toch niet eerder met het publiek wilde delen.
Of Springsteen destijds gelijk had met het niet uitbrengen van deze zeven albums, zal in juni blijken. Voorlopig moeten we het nog even doen met het alvast als teaser uitgebrachte Rain in the River. Een aardig zoethoudertje, maar te hopen valt toch dat de rest op deze Springsteen-zevenklapper wat harder knalt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant