Home

Hoe vergroot je de frustratietolerantie van je puber?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.

Tegenslag hoort bij het leven, of het nu gaat om een dikke onvoldoende voor wiskunde of kritiek van de coach tijdens de voetbaltraining. Hoe leer je pubers omgaan met dit soort teleurstellingen en vergroot je hun weerbaarheid?

Dit zeggen de deskundigen

Jongeren van tegenwoordig worden vaak bestempeld als watjes. Zijn ze inderdaad minder weerbaar dan vroeger? ‘Het is lastig om generaties met elkaar te vergelijken’, zegt Yara Toenders, neurowetenschapper aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en gespecialiseerd in het mentaal welzijn van jongeren en de ontwikkeling van het puberbrein. Uit onderzoek blijkt dat jongeren vaker last hebben van angsten en depressies. ‘Maar dat kan ook komen doordat we opener praten over mentale gezondheid.’

In 2001 rapporteerde slechts 16 procent van de jongeren prestatiedruk door schoolwerk. Twintig jaar later is dat gestegen naar 45 procent. Pubers voelen niet alleen druk om op school te presteren, maar ook om een bruisend sociaal leven te hebben, vrienden te ondersteunen en te sporten.

‘De tijden zijn écht veranderd’, zegt jongerenexpert Henno Oldenbeuving, co-auteur van het boek Snap dat dan! Loods je puber (en jezelf) door turbulente tijden. ‘Ik mocht vroeger tien jaar studeren. Nu is er haast. In het onderwijs moeten kinderen op jonge leeftijd cruciale beslissingen nemen. Tijd om te lanterfanten is er niet meer.’ In die zin lijkt er minder ruimte om fouten te maken en daarvan te leren.

Nog een verschil met vroeger: alles is meetbaar en vergelijkbaar, via sociale media en het leerlingenvolgsysteem. Oldenbeuving: ‘Kinderen krijgen mee: je bent wat je presteert.’

Hoe meer teleurstellingen, hoe dikker de huid? ‘Van teleurstellingen leer je, maar constante stress is niet goed’, zegt Toenders. ‘In de puberteit ontwikkelen de hersenen zich nog volop, waardoor adolescenten nog niet goed in staat zijn om te relativeren. Dat moeten ze echt leren.’

Hoe pak je het aan?

Om frustratietolerantie op te bouwen, moeten jongeren situaties meemaken waarin ze falen. Ouders hoeven die teleurstelling niet direct weg te nemen. ‘Genoeg ouders die dan met hun kind iets leuks gaan kopen in de stad’, zegt Oldenbeuving. ‘Wees geen reddende engel of vriend, maar een gids.’

Met een topsporter als kind – zijn dochter is skateboarder Keet Oldenbeuving – heeft hij er als vader aardig wat gidsuren op zitten. Wat is belangrijk? ‘Mijn mantra is: hard op de afspraken, zacht op de relatie. Wees duidelijk en laat je kind eigen verantwoordelijkheid dragen, maar geef wel steun.’ Juist die sociale steun vanuit de omgeving is belangrijk voor het ontwikkelen van veerkracht. En dat is iets anders dan pamperen.

‘Normaliseer tegenslag en praat eerlijk over je eigen falen en frustraties’, zegt Toenders. Zo begrijpen jongeren dat het bij niemand elke dag feest is. ‘Leer je kind dat je best even mag huilen en boos kunt zijn. En laat vervolgens zien dat er nieuwe kansen komen.’

Hoe voorkom je dat je kind ten prooi valt aan prestatiedruk? ‘Práát met je kind. Wees een nieuwsgierige interviewer en zorg dat je zijn of haar belevingswereld kent’, adviseert Oldbeuving. ‘Veel ouders hebben geen flauw idee wat er allemaal speelt.’

Wil je feedback geven – bijvoorbeeld over het niet bij de pakken neer gaan zitten? ‘Richt je dan op het proces en niet het eindresultaat’, adviseert Oldenbeuving. Op die manier benadruk je dat het gaat om inzet en toewijding. En laat dat nou net zaken zijn waar een kind zelf daadwerkelijk invloed op heeft.

Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Alle ouders klungelen maar wat aan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next