‘Nooit naar de schouwburg gaan is als toilet maken zonder spiegel’, heeft filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) beweerd. Om die woorden gestand te doen, gingen wij onlangs naar Theater Bellevue, waar Damiaan De Schrijver bijna twee uur lang de Duitse filosoof tot leven bracht in een door Stefaan Van Brabandt geschreven monoloog. De samenwerking tussen de Vlaamse acteur De Schrijver (63) en de Vlaamse schrijver Van Brabandt (46) mag geslaagd worden genoemd en ik kan de voorstelling beslist aanbevelen als u meer wilt weten van Schopenhauers pessimistisch wereldbeeld.
Maar met uw welnemen wil ik toch een paar kleine op- en aanmerkingen delen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de eerste plaats is De Schrijver een man met heel veel haar. Weliswaar hebben voortschrijdende jaren boven op zijn kop een zekere kaalheid veroorzaakt, maar op de rest van zijn gezicht groeit overvloedige beharing, overgaand in een lange baard die grijze sporen vertoont. Alle afbeeldingen die ik op internet vond, tonen De Schrijver met een soortgelijke baard. Welke rol hij ook speelt – levensgenieter, sigarenroker, vader, tragische held, enzovoort – altijd draagt hij die baard. Daaruit maak ik op dat De Schrijver door met een baard Schopenhauer te vertolken vooral zichzelf speelt.
Helaas kan ik daarmee niet instemmen, want Schopenhauer had helemaal geen baard. Juist niet!
Nu zult u zeggen: wat maakt het uit of Schopenhauer met of zonder baard wordt gespeeld? Wanneer de acteur – al is het maar voor even – de illusie kan overbrengen dat daar Schopenhauer op het toneel staat en hij slaagt er ook nog in het publiek mee te voeren in Schopenhauers gedachtewereld, dan valt er toch niets te klagen? Uzelf, mijnheer de columnist, heeft eens geschreven dat een acteur die nauwelijks op Churchill lijkt best in staat kan zijn een geloofwaardige Churchill neer te zetten.
Maar dit is toch anders, er bestaat namelijk zoiets specifieks als een filosofenbaard. Die verwijst naar de oude Grieken, zoals Socrates, Plato en Aristoteles, die een baard droegen als teken van wijsheid. Eigenlijk lijkt Damiaan De Schrijver nog het meest op de afbeeldingen die wij kennen van Socrates. Terzijde: dat Daniel Dennett (1942-2024), een van de grootste filosofen van de afgelopen tijd, evenzeer gelijkenis vertoonde met Socrates, zal evenmin toevallig zijn.
Schopenhauer daarentegen was principieel verschillend en die baard is een onjuiste verwijzing. Van jongs af aan was hij glad geschoren, al droeg hij lange bakkebaarden en had hij golvend, wijd uitstaand haar dat hem een voorname uitstraling gaf. In elk geval maakte zijn verschijning indruk als hij met zijn poedel zijn dagelijkse wandeling maakte.
Wat in de theatervoorstelling wel goed naar voren komt, is Schopenhauers liefde voor dieren. Hij riep zijn eigen poedel aan met ‘Mens!’ en beschouwde honden in veel opzichten superieur aan de mens. Bijna lyrisch wordt hij wanneer hij vertelt over een Engelse lord, die zijn hond vernedert en vervolgens door het dier krachtig in de arm wordt gebeten.
Net goed!
Wat Schopenhauer in dieren bewondert, is hun zorgeloosheid, die vooral tot uiting komt in de overgave waarmee zij slapen. Is er een probleem? Dieren zijn het snel vergeten. Helaas keert die zorgeloosheid zich ook tegen de dieren zelf. Zie de lammetjes vrolijk dartelen in de wei, terwijl de slager al heeft uitgezocht welke hij straks slachten zal. Tegelijkertijd zag Schopenhauer scherp in dat de natuur volkomen amoreel is. Het is gegeten en gegeten worden. De aarde is een kolossaal kerkhof en onder elke voetstap die wij zetten, ligt een oneindige stapel van mensen- en dierenlijken. Het idee dat de natuur iets prachtigs is en dat een goddelijke goedheid zich daarin openbaart, vond Schopenhauer één grote leugen. Dat kan de Evangelische Omroep, die niet voor niets van oudsher al die natuurfilms uitzendt, in zijn zak steken.
God heeft de wereld geschapen, maar als Schopenhauer dat had mogen doen, had de wereld er veel fatsoenlijker uitgezien. Wie bedenkt er nou een wezen, schreef Schopenhauer, als de Australische bulldogmier, die zo agressief is dat als je hem in tweeën snijdt, er onmiddellijk een strijd ontbrandt tussen kop en staart. De kop begint in de staart te bijten, terwijl de staart zich wanhopig verdedigt met zijn angel. Het gevecht duurt totdat beide helften sterven en als smakelijk hapje worden weggesleept door andere mieren. Nee, Schopenhauer was beslist geen christen, al droeg hij het medelijden hoog in het vaandel.
In deze pessimistische tijden zal Schopenhauer weer populair worden. Aan het eind van de voorstelling bindt Schopenhauer in en pleit hij voor liefde en tolerantie, ongeveer zoals een ongelovige zich op zijn sterfbed toch nog tot het katholicisme bekeert. Ik vond dat nogal zoetsappig, maar ik begrijp dat men het publiek niet met een somber rotgevoel naar huis heeft willen sturen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns