Geen regio wordt zo hard geraakt door Trumps handelsconflict als Zuidoost-Azië. De landen daar vrezen dat hun economische ontwikkeling tot stilstand komt zonder vrijhandel. Is die vrees terecht?
is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont op Bali.
Woensdag gaan de torenhoge importtarieven in die de Amerikaanse president Donald Trump heeft ingesteld voor zo’n zestig landen. Een drone uit China, een iPhone uit India of een Lulu Lemon-legging uit Vietnam worden aan de Amerikaanse grens opeens tientallen procenten duurder.
Nergens komt de klap zo hard aan als in Zuidoost-Azië, de regio die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld als een alternatieve productielocatie voor China. Voor deze landen bedacht Trump zijn hoogste opslagen: Cambodja 49 procent, Vietnam 46 procent, Thailand 36 procent, Indonesië 32 procent. Alleen Singapore haalt opgelucht adem met het bodemtarief van 10 procent.
‘Ons land is decennialang geplunderd en verkracht door vriend en vijand’, foeterde Trump vorige week bij de aankondiging van zijn nieuwe handelsbeleid. Het snelgroeiende Vietnam bijvoorbeeld, is volgens de Amerikaanse regering Zo exporteert Vietnam bijvoorbeeld 113 miljard euro meer spullen naar de VS, dan dat zij uit dat land importeert. 30 procent van de Vietnamese export gaat naar de VS: Apple Macbooks, Samsung telefoons, Nike-sneakers, Uniqlo-truitjes. De Amerikanen verkopen onder meer halfgeleiders, katoen en olie aan de Vietnamezen. Eenzelfde scheve verhouding bestaat in andere landen in de regio.
Dat is niet raar, want Zuidoost-Azië ontwikkelt zich al jaren als de fabrieksvloer van de wereld en als alternatief voor China. Westerse en oosterse multinationals verhuizen naar landen als Vietnam en Thailand waar geschoolde arbeid nog ruimschoots voorhanden en goedkoop is en de overheid zeer behulpzaam blijkt. Zo vermijden deze bedrijven de snel stijgende loonkosten in China en de hoge importtarieven voor Chinese spullen aan de Amerikaanse grens.
Grosso modo volgen de Zuidoost-Aziatische landen het ontwikkelingsmodel van landen als Taiwan en Korea, die dankzij een intense focus op export binnen twee generaties uitgroeiden tot welvarende naties.
De reactie van Zuidoost-Aziatische leiders op de megatarieven is opvallend behoedzaam. Niemand neemt boos tegenmaatregelen – zoals China – de meesten vragen beleefd te mogen langskomen in Washington om te onderhandelen over een lager tarief.
Premier Lawrence Wong van Singapore verscheen na de tarief-aankondiging met opgerolde mouwen op YouTube en zette de toon. ‘De wereldorde gebaseerd op regels en vrijhandel verschuift naar een willekeuriger, protectionistischer en gevaarlijker model. Ik vertel dit, zodat we ons mentaal kunnen voorbereiden.’ Wong verwees naar het protectionisme in de jaren dertig van de vorige eeuw, dat volgens hem resulteerde in een mondiale recessie en een wereldoorlog. ‘De risico’s zijn reëel, de inzet is hoog.’
Op korte termijn, stellen deskundigen, beperken de effecten zich tot de financiële markten. Beleggers verwachten dat investeerders beslissingen gaan uitstellen en dat consumenten hun geld op zak houden, wat een mondiale recessie in gang kan zetten. Mede hierdoor zijn de aandelenbeurzen in Zuidoost-Azië in mineur en schommelen wisselkoersen op een historisch laag niveau.
Op middellange termijn lopen de exportinkomsten gevaar, met name in landen als Vietnam, Maleisië en Thailand die relatief veel produceren voor de Amerikaanse markt. Verdere schade kan optreden als Chinese bedrijven, op zoek naar alternatieve markten voor de VS, hun spullen gaan dumpen in Zuidoost-Azië. Plaatselijke fabrikanten worden dan uit de markt gedrukt.
Op lange termijn is het mogelijk dat multinationals hun productieketen gaan aanpassen. Dat kan leiden tot sluitingen en massaontslagen in ontwikkelingslanden die sterk afhankelijk zijn van buitenlandse investeringen.
Zo werken bijvoorbeeld in Cambodja, een van de armste landen van Azië en het hoogst aangeslagen door Trump, een miljoen mensen in de textielsector – driekwart van hen is vrouw. Of die allemaal moeten vrezen voor hun baan is de vraag, stellen deskundigen. Het verplaatsen van een fabriek, inclusief het organiseren van toeleveranciers, logistiek en geschoold personeel, kost vele jaren en honderden miljoenen euro’s. Dat doet een ondernemer niet snel, helemaal niet als Trump of een volgende president de tarieven en handelsregels weer met een vingerknip kan wijzigen.
De opties voor Zuidoost-Azië zijn beperkt. De getroffen landen kunnen meer importeren uit de VS om de handelsbalans wat te herstellen, maar hun budgetten zijn relatief klein. De Indonesische president Prabowo Subianto, doorgaans een man die niet over zich laat lopen, heeft zijn kabinet opdracht gegeven meer graan, katoen en desnoods olie en gas in de VS te kopen.
Hij stelt geen tegentarief in en wil onderhandelen. Daarbij wordt mogelijk ook gepraat over de vele importtarieven, belastingen, vergunningen en vereisten die Indonesië zelf stelt aan Amerikaanse bedrijven tot ergernis van Washington. Zo ligt de nieuwe iPhone 16 nog steeds niet in de winkel in Indonesië vanwege een conflict over verplichte investeringen in het land.
De getroffen landen beloven meer regionale samenwerking en meer diversificatie. Maar volgens deskundigen zal dat niet meevallen en moet Zuidoost-Azië rekening houden met minder export en dus minder economische groei. Zo daalt volgens een Brits onderzoeksbureau de economische groei van Vietnam dit jaar van 7,5 naar 4,5 procent (de Amerikaanse economie groeit dit jaar waarschijnlijk met 1,7 procent).
Om de neergang te temperen kunnen de landen hun munt devalueren om weer goedkoper te worden en hun binnenlandse vraag stimuleren door de rente te verlagen. Dit zijn echter tijdelijke trucs. Het succesvolle economische model van Zuidoost-Azië hapert voorlopig door het Amerikaanse handelsconflict.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant