Home

Opinie: Europa, reik nu eindelijk de hand aan het mondiale Zuiden

Europa moet niet louter focussen op tegenmaatregelen op Trumps importheffingen, maar deze ook aangrijpen om de economische banden met het mondiale Zuiden te versterken. Alleen zo komen we tot een evenwichtiger wereldorde.

‘Dit is onze verklaring van economische onafhankelijkheid’, riep de Amerikaanse president Donald Trump op 2 april bij de aankondiging van zijn ‘reciprocal tariffs’. Met importheffingen die variëren van 10 procent (de ‘minimumheffing’ voor alle landen) tot liefst 50 procent treft Trump al haar handelspartners en zijn de Amerikaanse importheffingen net zo hoog als in de jaren ’30 na de beruchte Smoot-Hawley Tariff Act.

Voor de EU gaat het om een importheffing van 20 procent. Daarmee wordt de Brusselse cocktail met de dag giftiger, nadat de economie al gebukt ging onder hoge energieprijzen, regeldruk en stelselmatige onder-investeringen.

‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’, was een gevleugelde uitspraak van Johan Cruijff. Hoe gek het ook klinkt, misschien is dit ook wel van toepassing op Europa na de door Trump uitgeroepen ‘Liberation Day’. Dit zou politici eindelijk moeten doen inzien dat we niet langer kunnen wachten met het versterken van onze veerkracht en het verminderen van onze structurele afhankelijkheden van China (industrie), Rusland (energie) en Amerika (defensie).

Tot nu toe lukt het Europa namelijk maar moeilijk om de eigen broek op te houden. En hoewel het gezaghebbende rapport van ex-ECB-president Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen breed is omarmd, blijft het nog teveel bij woorden en plannenmakerij. Zowel Brussel als Den Haag lijken beland in een wedstrijdje navelstaren, waarbij onduidelijk is wie wat doet.

Over de auteurs

Alex Krijger is geopolitiek analist. Geoffroy Feij is politiek econoom. Beiden zijn werkzaam in het bedrijfsleven.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Handelsakkoorden

De hand reiken naar landen in Latijns-Amerika, Afrika en Zuid(oost)-Azië (hierna ‘het mondiale Zuiden’) en de samenwerking via handelsakkoorden versterken zou uitkomst kunnen bieden. Samen vertegenwoordigen deze gebieden bijna 60 procent van de wereldbevolking. Ook economisch winnen ze snel terrein. Investeringsbank Goldman Sachs schat in dat India, Indonesië en Nigeria in 2075 tot de vijf grootste economieën van de wereld behoren – met Duitsland pas op nummer 9 als eerste Europese land.

Er is veel wat Europa en het mondiale Zuiden aan elkaar bindt: het belang om een nieuwe Koude Oorlog te voorkomen, de strijd tegen klimaatverandering en nu ook de strijd tegen Trumps ‘reciprocal tariffs’ – het waren immers hoofdzakelijk Afrikaanse en Zuid(oost)-Aziatische landen die vanuit het Witte Huis importheffingen van meer dan 40 procent voor de kiezen kregen.

Onderbelicht is bovendien dat deze landen steeds vaker cruciale posities innemen binnen strategisch belangrijke waardeketens. Zo herbergt India 20 procent van ’s werelds chipdesigners, heeft Brazilië de op een na grootste reserve aan zeldzame aardmetalen en is Indonesië hard op weg om één van de grootste lithiumbatterijproducenten ter wereld te worden.

Eurocentrische bril

‘Ik denk dat ze vergeten zijn ‘dankjewel’ te zeggen’, zei de Franse president Emmanuel Macron afgelopen januari over Afrikaanse leiders. Hij vond dat ze de Franse militaire steun niet waardeerden. Helaas is dit exemplarisch voor de eurocentrische bril die Europa nog te vaak op heeft. Felle kritiek kwam de afgelopen jaren ook uit India, Indonesië en Brazilië naar aanleiding van wetten met extraterritoriale werking – in hun ogen ‘regulatory imperialism’.

Realiseren we als EU wel dat ons aandeel in de wereldeconomie tussen 2005 en 2025 bijna gehalveerd is, dat het mondiale Zuiden zich steeds meer verenigt en dat onze houding hen (verder) in de armen van China drijft? Veelzeggend was dat president Prabowo Subianto (Indonesië) vlak na zijn aantreden lid werd van het BRICS-verband (in 2009 opgericht om tegenwicht te bieden op de dominantie van de G7, de groep van rijke westerse industriële landen) en de pijlen nu vol richt op China.

Andere mindset

Een andere mindset is sneller dan ooit nodig: vóór 2 april werd 2025 al gezien als een ‘make-or-break’-jaar voor de Europese handelspolitiek. Na een kwart eeuw onderhandelen gaat de goedkeuringsprocedure van het akkoord met het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur binnenkort van start en moeten politieke akkoorden met India en Indonesië snel volgen. Maar de Europese Commissie kan niet in z’n eentje zorgen voor een sterkere positie van Europa in de wereld. Daarvoor is het ook hoog tijd dat de Haagse politiek een geopolitieke wake-upcall krijgt.

In december verwierp de Tweede Kamer nog het Mercosur-akkoord, met name vanwege vermeende zorgen over voedselveiligheid en oneerlijke concurrentie voor de landbouwsector. Dit terwijl Europese standaarden hetzelfde blijven en er slechts kleine hoeveelheden landbouwproducten tegen een lager tarief de Europese markt op kunnen komen. Laten we voor onze economische weerbaarheid de eurocentrische bril daarom voorgoed afdoen, inspelen op de toekomst en via handelsakkoorden – op basis van respect, wederzijdse belangen en gelijkwaardigheid – het mondiale Zuiden onze partner maken in deze kantelende wereldorde.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next