Home

Oud-minister Jan Pronk vreest dat ondoordachtzaamheid Europa in een oorlog stort: ‘Europa moet met een vredesplan komen’

Tegenover de toenemende oorlogsretoriek in Europa staat nauwelijks een vredesgeluid. Oud-minister Jan Pronk vreest dat ondoordachtzaamheid Europa in een oorlog stort. ‘Blijf in vredesnaam praten.’

zijn verslaggevers van de Volkskrant.

‘Peace now’ staat op de zwart-witte, grafische poster achter het raam van het statige Haagse pand waar Jan Pronk woont, in de schaduw van het Vredespaleis. De afbeelding van een vredesduif is sinds twee jaar te vinden in heel Nederland. Maar daar blijft het bij, tot zover: een brede vredesbeweging is, nu de oorlogsretoriek in Europa toeneemt, ver te zoeken. Van links tot rechts is er consensus dat wapens het antwoord zijn en dat met Poetin niet te onderhandelen valt.

Jan Pronk (85), oud-minister van onder meer Ontwikkelingssamenwerking en speciaal vertegenwoordiger van de VN, ziet dat anders. Hij noemt zich vredesactivist en wordt in deze tijd vaak gevraagd om te vertellen over alternatieven voor oorlog. Zijn methode: accepteer dat conflicten niet op te lossen zijn, maar escalatie wel kan worden voorkomen. Door te blijven praten.

Hij ontvangt ons midden in het debat over wat de ‘lintjesrel’ is gaan heten: minister van Asiel Marjolein Faber die weigerde haar handtekening te zetten voor de onderscheiding van vijf vrijwilligers, omdat hun werk in strijd zou zijn met haar ‘strenge asielbeleid’. Op een enorm tv-scherm in de woonkamer verdedigt premier Schoof zich levensgroot tegen de verontwaardigde oppositie.

Dat u zin had om te kijken.

‘Nou, dat had ik niet hoor. Maar er was een loos halfuurtje, voordat jullie kwamen.

‘Ik geef al jaren elke dinsdagmiddag taalles aan asielzoekers. Dat stelt weinig voor, ik kom daar maar twee uur per week. Maar goed, er zitten daar dus vrijwilligers, die zijn er echt dagen per week mee bezig. Die lintjes zijn bedoeld voor die mensen. En dan zoveel gepraat…’

Dan, opgewekt: ‘Ik vond overigens wel dat Schoof het in dit stukje goed deed. Hij komt een beetje los.’

Is dat goed of slecht nieuws?

‘Kijk, dit kabinet had daar nooit moeten staan. Dus als hij de zaak bij elkaar weet te houden, is dat niet goed. Maar ik geef ze niet zo veel kans om die voorjaarsnota door te komen.

‘Genoeg daarover, jullie komen hier om over belangrijkere dingen te praten. Hoewel dit natuurlijk ook verband houdt met elkaar.’

In maart sprak Pronk in Amsterdam op een door twintig vredesorganisaties georganiseerde conferentie. Over de vraag hoe vrede in Europa eruit moet zien, is De Nieuwe Vredesbeweging verdeeld. Wel heeft de beweging gedeelde uitgangspunten: diplomatie en de-escalatie; verlagen militaire uitgaven; investeren in een eerlijke toekomst; kernwapens weg; wapenexport aan banden; geen herinvoering dienstplicht; stop militarisering.

Bent u het eens met hun standpunten?

‘Zelf ben ik voorstander van een verhoging van de defensieuitgaven. Dat ben ik altijd geweest en dat hadden we veel eerder moeten doen. Ik ben eerlijk gezegd geen tegenstander van meer mensen in militaire dienst. Er zitten ook elementen in waarin ik me kan vinden, maar die zijn te beperkt geformuleerd.’

Ziet u zichzelf wel als vredesactivist?

‘Ja, dat ben ik. Ik demonstreer elke donderdag voor het ministerie van Buitenlandse Zaken met ambtenaren tegen de oorlog in Gaza. Toen ze een maandje bezig waren, vroegen ze of ik wilde komen. Eerst zei ik: nee, ik ga niet voor mijn eigen departement, want zo zie ik dat nog steeds, op de grond zitten protesteren tegen mijn opvolgers. Maar toen het kabinet zo over de schreef ging met het verdoezelen van onrecht in de Gazastrook, zei ik: ik kom toch. Ik houd daar ook geregeld toespraken.’

Twee weken geleden stuurde Pronk samen met oud-ministers Jozias van Aartsen (VVD), Bernard Bot (CDA) en Laurens-Jan Brinkhorst (D66) een brief aan premier Schoof en minister Veldkamp van Buitenlandse Zaken, waarin staat dat de Nederlandse steun aan Israël een uitholling is van ‘de internationale rechtsorde en de status van Den Haag als hoofdstad van het internationaal recht’. Die werd ook door tientallen oud-ambassadeurs en diplomaten ondertekend.

Minister Veldkamp vroeg zich daarop af waarom de oud-bewindspersonen niet eerst om een gesprek hadden gevraagd. Onzin, zegt Pronk. ‘Dat verzoek heb ik al in november gedaan. Het liegen is naar Nederland overgewaaid, vanuit het trumpiaanse.’

Dat gebeurde toch altijd al wel?

‘Onder Mark Rutte is het wel heel erg geworden, vind ik.’

Pronk plaatst zijn vredesactivisme in een breder perspectief, van globalisering en ontwikkeling, dat hij opdeed als econoom. ‘Ontwikkeling zonder conflict bestaat niet, is een van mijn analyses al sinds de jaren tachtig. Je moet het koppelen – het zijn geen gescheiden vraagstukken.

‘Dat komt door belangentegenstellingen. Men wil vooruit, maar iedereen heeft verschillende, vaak identiteitsgebonden opvattingen over hoe dat moet. Dus bestaan er religieuze conflicten, conflicten tussen etnische groepen of nationale groepen die bij elkaar zijn gebracht in een staat die nog geen staat is en een grens heeft gekregen die voortkomt uit het koloniale tijdperk. Wij hebben hier ook conflicten, tussen oud en jong, tussen man en vrouw.’

U zegt eigenlijk: conflicten zijn van alle tijden en niet te voorkomen.

‘Wat je wel kunt doen, is escalatie voorkomen. Je probeert ze in te dammen. Dat kan bijvoorbeeld door welvaart te creëren die aan iedereen ten goede komt. Zodat mensen geen reden hebben om hun belangentegenstellingen uit te vechten.

‘Als je eerst aan de economie werkt, creëer je de mogelijkheid om het eens te worden. Vervolgens kun je de politieke aspecten aan de orde stellen.’

Vindt u dat je aan die onderhandelingen moet beginnen vanuit redelijkheid of vanuit macht? Moeten morele principes de overhand krijgen? Of moet je macht meebrengen om een goede plek aan tafel te krijgen?

‘Ik kies niet’, sputtert Pronk door de vraag heen. ‘Ik kies niet. Ik vind dat je altijd sterk moet proberen te zijn in onderhandelingen. Daar ben ik politicus voor. Alleen, je moet erg oppassen met zeggen: ik ben nog niet sterk genoeg, ik moet sterker worden en dán pas ga ik onderhandelen. Want dat wordt gezien. En de enige reactie van de ander op jouw kracht is escalatie.

‘Dus je moet sterk zijn, maar ook redelijk. Dat betekent: erken de fouten die je hebt gemaakt. Zoals het plaatsen van Navo-raketten in Roemenië, waarna we de Russen zeiden dat ze tegen Iran waren gericht. Maar ja, zei Rusland, ze kunnen ons ook bereiken hè? Probeer je te verplaatsen in de gedachtewereld van je tegenstander aan de onderhandelingstafel. Anders kom je er niet uit. Denk eens out of the box.

‘In de jaren negentig onderhandelde ik in Afghanistan met de Taliban over meisjesonderwijs. En wat blijkt? De vrouw van jouw gesprekspartner van de Taliban studeert in Amerika. Dan zijn er openingen. Je tegenstander is nooit helemaal zwart-wit.

‘Er wordt niet meer geschaakt. Als je schaakt, dan denk je drie, vier zetten vooruit. Hoe gaat iemand reageren? Wat doe ik dan weer?’

U zegt ‘niet meer’, alsof dat vroeger wel gebeurde.

‘Na de Tweede Wereldoorlog was er een zekere langeretermijnwijsheid. Die hele dekolonisatie zou nooit tot stand zijn gekomen wanneer de Verenigde Naties niet waren gecreëerd en er geen wijze mensen waren geweest die toen met resoluties kwamen daarover. En wanneer er geen machtspolitiek in de richting van Nederland was uitgeoefend en werd gezegd: jullie gaan weg uit Indonesië, enzovoort.’

Kortetermijndenken daarentegen, zegt Pronk, leidde nogal eens tot oorlog. ‘Ik ben bang dat we nu weer in zo’n situatie verkeren. Oekraïne moet deze oorlog winnen, zei Kajsa Ollongren steeds (voormalig minister van Defensie, red.). Niemand vroeg: wat bedoelt u met winnen, mevrouw Ollongren? Kan dit gewonnen worden? En wie is dan de verliezer, hoe reageert die?’

‘Nee, je moet winnen. Nou, dat kan niet meer, dus je zult moeten nadenken over de volgende stap. Ik hoor in Brussel niemand over vrede, alleen over veiligheid. Het woord vrede ligt niemand meer in de mond bestorven. Ook Frans Timmermans (leider GroenLinks-PvdA, red.) niet.’

Is dat omdat we hier al zo lang geen oorlog hebben gekend?

‘Ja. Ik kom uit 1940 – ik heb de oorlog nog nét meegemaakt. Als 4-jarige ging ik met mijn moeder aan het handje mee naar de gaarkeuken. We stonden in de rij, daarnaast stonden soldaten met geweer. Voor het eerst zag ik dat volwassenen ook bang kunnen zijn. Die oorlog is voor mij een belangrijke reden om me hiermee bezig te houden. Al die andere generaties hebben alleen maar welvaart gekend.’

Terwijl Pronk oreert over hoe het Westen zijn geloofwaardigheid kwijtraakte – ‘We prediken mensenrechten, en laten Israël ondertussen drie keer een oorlog tegen Gaza beginnen zonder al te veel kritiek’ – komt zijn vrouw Tineke binnen.

‘Kan ik nog wat inschenken?’, vraagt ze. ‘Jullie praten zo lang, dan krijg je dorst, hè?’ Pronk: ‘Mijn vrouw komt na geruime tijd altijd even binnen, omdat ze weet dat ik gauw moe word, vanwege mijn hartaanval acht jaar geleden.’ Hij praat zelf te veel en te lang, zegt hij. ‘Sorry, stel vooral je volgende vraag.’

Hoe kijkt u naar de onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne?

‘Ik vertrouw Donald Trump voor geen meter. Daarom heb ik al eerder gezegd: Trumps vrede is niet mijn vrede. Zijn vrede is: geef je over. En praten over jou, zonder jou. Terwijl: als niet alle partijen erbij betrokken zijn, wordt het nooit duurzame vrede en komt er altijd verzet. Dan escaleert het weer.

‘Daarom moet Europa niet alleen praten over bewapening, maar met een vredesplan komen. Nu is het idee om een Europese vredesmacht te sturen met Amerikaanse steun. Ik geloof niet dat Rusland dat accepteert. Dus wat zijn de andere mogelijkheden?

‘Vredesmissies zijn nu niet erg in zwang. Waarom niet een vredesmissie met afgevaardigden uit de VN-Veiligheidsraad en een gedeelde verantwoordelijkheid? Zo’n vredesmissie kan ook bestaan uit militairen afkomstig uit India, Pakistan, Bangladesh. Die doen uitstekend werk in een groot aantal vredesmissies. Nog gekker –’

Ik dacht: u gaat China zeggen.

‘Dat wilde ik net zeggen. Waarom niet? China zit ook in de Veiligheidsraad. Je creëert rust. Begin tegelijkertijd met onderhandelen over – dat was een mooi voorstel – het niet-aanvallen van burgers of van burgerdoelen, of van energie. Van beide kanten, want Oekraïne doet het nu ook.

‘Je kunt ook eenzijdige stappen nemen. Probeer vertrouwenwekkende maatregelen te bevorderen door aan te kondigen dat je iets kunt doen, maar het niet doet in de hoop dat de ander daarop reageert in positieve zin.

‘Blijf in vredesnaam praten. En voorstellen doen. Die moeten ergens vandaan komen. In Nederland hoort links dat te doen en doet het niet. En Europa hoort dat te doen en doet het niet. Vroeger werd dat gedaan door mijn collegaministers als Hans van den Broek, Max van der Stoel en Hans van Mierlo. Dat waren mannen die er een beetje kijk op hadden. Dat is wel veranderd.’

Naar Rutte werd in Europa toch ook geluisterd?

‘Hij heeft er toch niks mee gedaan? Ik heb het over mensen die er iets mee deden.’

Straks komt de Navo hier heel dichtbij, tijdens de top in juni.

‘Ja, dat had niet gemoeten.’ Na een korte pauze: ‘Zeggen alle Hagenaars hier in de buurt.’

Vanuit idealisme, of omdat het zo’n overlast veroorzaakt?

‘Iedereen heeft er last van. Maar los daarvan: het zijn zulke glorieuze bijeenkomsten. Je moet van zo’n militaire organisatie geen feestje maken. Ik ben een voorstander van topconferenties. Ik heb er vele meegemaakt met een fantastische uitstraling, dat kan mensen mobiliseren. Maar dat waren allemaal vredesconferenties. De Navo praat niet over vrede.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next