“Ik ga vanavond waarschijnlijk nog”, zegt Ayao Komatsu terwijl hij op zijn horloge kijkt. We zitten in de hospitalityruimte van Haas op het circuit van Shanghai. “Er is een nieuwe klimhal op zo’n halfuur van het hotel. Een goede vriend is klimcoach – hij traint een paar lokale jongens.”
Bezoekjes aan klimhallen over de hele wereld maken al jaren deel uit van Komatsu’s routine. Waar hij ook naartoe reist met het Formule 1-circus, hij heeft altijd zijn kalkzak, gordel en klimschoenen in zijn koffer. Inmiddels kent hij tientallen klimlocaties wereldwijd waar mensen hun vrije tijd besteden aan het beklimmen van verticale wanden. “In Singapore zijn er genoeg klimhallen”, begint hij op te sommen. “En we verblijven midden in de stad, dus er zijn veel goede opties. In Brazilië is er een klimhal op vijf minuten van mijn hotel. Milaan is geweldig – we verblijven in het Hilton en op nog geen twee minuten lopen zit misschien wel de beste klimhal van de stad. In Bahrein kun je ook klimmen. Melbourne. Zelfs in Suzuka weet ik waar ik moet zijn.”
Komatsu’s liefde voor de bergen begon al toen hij als kind met zijn vader de bergen in trok en in een berghut werkte. Toch ontdekte hij het rotsklimmen pas echt toen hij naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde om engineering te studeren en een carrière in de Formule 1 op te bouwen. Een toevallige ontmoeting bracht hem in contact met Johnny Dawes, een legendarische Britse rotsklimmer, ook wel bekend als de ‘Stone Monkey’. “Ik woonde in Coventry, speelde rugby en de broer van mijn beste vriend, Jim, was helemaal gek van klimmen. Hij woonde samen met deze legende – echt een legende – genaamd Johnny Dawes. Ik had nog nooit van hem gehoord, want ik was er totaal niet mee bezig. Maar Jim bleef aandringen: ‘Ayao, we moeten gaan, we moeten gaan.’
Foto door: Mark Sutton / Motorsport Images
De eerste keer klom ik op de klimwand van de universiteit van Warwick – en ik vond het leuk. Ik was er best goed in. Daarna gingen we een paar keer naar de rotsen in het Peak District. Ik was verkocht – absoluut verkocht. Maar dit was in 1994. Ik was bezig met een opleiding in Coventry en had net een plek gekregen aan de universiteit van Loughborough. De broer van Jim reed naar Coventry om me op te halen, vervolgens reden we door naar Sheffield waar we Jim en Johnny ontmoetten om te gaan klimmen in het Peak District. Dat ging zes maanden zo door. Maar toen besefte ik: ‘Shit, als ik hiermee doorga, verknal ik mijn studie compleet en bereik ik nooit waarvoor ik hier ben gekomen.’ Dus besloot ik te stoppen. Ik vond het geweldig, maar het was te verslavend.”
Die pauze duurde bijna 25 jaar. Pas toen hij naam had gemaakt als F1-ingenieur en een belangrijke rol bij Haas had, ging Komatsu weer klimmen. “Een van mijn kinderen begon toevallig met zomertrainingen in een klimhal in Milton Keynes. Toen mijn tweede kind ook ging klimmen, bracht ik ze gewoon weg en wachtte tot ze klaar waren. Maar op een gegeven moment dacht ik: ik kan net zo goed zelf weer beginnen. Dus kocht ik nieuwe klimschoenen – mijn oude waren lachwekkend, rechtstreeks uit de jaren 90 – en een nieuw harnas, want mijn oude was allang niet meer veilig. En opeens klom ik weer.” In 2022, een moeilijk jaar voor Komatsu, werd klimmen zijn manier om mentaal in balans te blijven. “Het werd mijn manier om mijn hoofd leeg te maken. Dus ging ik ook klimmen als ik met F1 op reis was. En dat doe ik nog steeds – mijn klimschoenen gaan overal mee naartoe.”
Bekijk: Bekijk: Klimmen met Haas F1-teambaas Ayao Komatsu
Wat hem zo fascineert aan klimmen? “Het is multidimensionaal. Sommige routes vergen kracht in je bovenlichaam, andere juist in je benen. Anderen vertrouwen bijvoorbeeld op explosieve kracht of balans. Het kan flexibiliteit zijn, of gewoon vingerkracht. Het is niet zo dat als je geen kracht in je bovenlichaam hebt, je niet kunt klimmen - er is altijd wel een route die je kunt volbrengen. Het verveelt nooit."
Voor Komatsu is klimmen niet alleen een hobby of een manier om zijn hoofd leeg te maken – het is ook een bron van inspiratie. Een van zijn beste vrienden is Janja Garnbret, de Sloveense atlete en tweevoudig olympisch kampioen. Ze ontmoetten elkaar in Singapore tijdens een Grand Prix-weekend, en sindsdien zijn ze goede vrienden. Hij noemt haar zonder aarzeling een van zijn rolmodellen. “Ik denk dat we op een vergelijkbare manier met druk omgaan”, zegt hij over Garnbret. “Maar het ongelooflijke is… door wie zij is, is alles behalve winst een mislukking. Stel je voor: je wordt tweede, en dat is falen.”
Garnbret won goud op de Olympische Spelen van Tokio, de eerste Spelen met klimmen als discipline. “Iedereen verwachtte dat ze zou winnen. Dat soort druk is bizar. En toch leverde ze. Maar dat is wie zij is – ze presteert altijd. Hoe doe je dat? Hoe ga je met die druk om?” Ook in Parijs was ze torenhoog favoriet. “Mensen dachten dat ze vanzelf wel tweevoudig olympisch kampioen zou worden. Dat is waanzinnig zwaar. Haar trainingen zijn ongelooflijk, en ze blijft dag in, dag uit doorgaan. Natuurlijk is ze enorm getalenteerd – ze heeft meer natuurlijk talent dan wie dan ook. Maar dat is de reden niet waarom ze wint. Ze wint door haar proces, haar inzet en hoe ze zich mentaal voorbereidt en dankzij het team dat ze om zich heen heeft.”
Komatsu was erbij tijdens de olympische finale in Parijs. “Het was moeilijk om naar te kijken. Ik weet hoe ze kan klimmen als ze 'vrij' is. In de finale in Parijs kon je voelen welke druk ze met zich mee droeg. Naar mijn mening klom ze ver onder haar beste kunnen, maar dat was nog steeds genoeg voor goud.” Dat laat zien hoe ver ze voor ligt op de rest. “Zij en haar coach wisten dat ze in een olympische finale nooit op 100 procent zou presteren. Dus trainden ze zo dat zelfs op, laten we zeggen 60 procent haar prestatie genoeg zou zijn voor goud. En dat is precies wat er gebeurde. Het is bizar. Ik heb nog nooit iemand gezien die zo getalenteerd én zo toegewijd, hardwerkend en gefocust is. En ze is een heel nederig persoon. Echt inspirerend.”
De meeste klimtrainingen van Komatsu vinden nu plaats in indoorhallen, maar hij blijft gefascineerd door echte bergen. Hoewel hij toegeeft dat zijn vaardigheden niet toereikend zijn om de hoogste toppen te beklimmen, heeft hij één droom. “Vanwege mijn werk kan ik niet constant buiten klimmen, dus ik geniet enorm van indoor boulder-sessies over de hele wereld wanneer ik daar tijd voor heb. Maar voordat ik sterf, moet ik K2 met mijn eigen ogen zien.”
Foto door: Lubomir Asenov / Motorsport Images
K2, de op een na hoogste berg ter wereld na de Mount Everest, is berucht om zijn gevaar. “Ik beweer niet dat ik hem kan beklimmen – ik zou waarschijnlijk doodgaan als ik het probeerde. Maar ik wil hem in ieder geval vanaf het basiskamp zien.” Hij herinnert zich zijn jeugd in de berghut. “Ik ben niet religieus, maar als in de ochtend de mist optrekt en je de berg voor je ziet… dat is onbeschrijfelijk. Het maakt je zo ongelofelijk klein. Het voelt bijna als een religieuze ervaring. K2 is de berg die ik aanbid. Niet om te beklimmen – de sterftecijfers zijn krankzinnig, bijna een kwart sterft tijdens de afdaling. Everest is een makkie vergeleken met K2. Maar K2 zien… dat wil ik echt heel graag zien voordat ik sterf.”
Source: Motorsport