Een nieuwe taal leren, dat hoeft niet meer met een stoffige leraar: de app Duolingo helpt wereldwijd honderd miljoen gebruikers hun talenkennis uit te breiden. Al spelenderwijs je middelbareschool-Frans opfrissen, het klinkt zo ideaal, maar kán het wel, een taal oppikken via een schermpje?
De Nieuw-Zeelandse Andréa van der Meel begon met Duolingo om Nederlands te leren, maar ze verwachtte niet dat ze met de app ook veel over de Nederlandse cultuur zou opsteken. ‘Iedereen kent de Nederlandse directheid’, zegt Van der Meel, ‘maar toen ik de zin ‘Het is tijd dat de gasten naar huis gaan’ moest vertalen, keek ik toch even raar op.’ Andere vertaalopdrachten: ‘We betaalden allemaal voor ons eigen eten’ en ‘Eigenlijk vind ik je moeder niet aardig.’ Van der Meel verzamelde de beste zinnen op Instagram en haar bericht ging het internet over.
Van der Meel (35), wier Nederlandse ouders naar Nieuw-Zeeland emigreerden, begon met Duolingo toen ze anderhalf jaar geleden naar Nederland verhuisde. Thuis spraken ze geen Nederlands, omdat haar ouders wilden dat de kinderen goed Engels leerden. ‘Nederlands was een geheimtaal die alleen mijn ouders begrepen. Het enige wat ik ervan meekreeg, is hoe woorden horen te klinken. Ik heb nu vooral nog moeite met grammatica. Wat doen al die werkwoorden steeds aan het einde van de zin?’ Al meer dan vijfhonderd dagen probeert Van der Meel de taal van haar ouders te leren via Duolingo. Elke dag zet ze een stapje, maar echt goed spreekt ze het Nederlands nog niet.
Sinds Duolingo in 2012 online ging, is de app onlosmakelijk verbonden met het leren van een nieuwe taal. Wie het weggezakte middelbareschool-Frans uit het slop wil trekken of vloeiend horeca-Spaans wil spreken, gebruikt daarvoor vaak Duolingo. De app blijft groeien: vorig jaar waren er ongeveer 30 procent meer maandelijkse gebruikers dan in 2023. De app brak daarmee voor het eerst door de grens van honderd miljoen gebruikers.
Vooral in Azië groeit Duolingo gestaag. In landen als Korea, Japan en China zijn veel mensen die Engels willen leren. Maar ook in Europa, waar Duolingo al een tijd populair is, is er een blijvende groei in gebruikers.
Het principe van Duolingo is simpel: mensen een manier bieden om op een speelse en toegankelijke manier een taal te leren. Gebruikers volgen via de app lessen van ongeveer vijf minuten. Elke les heeft vijftien opdrachten die de grammatica, woordenschat of luistervaardigheid verbeteren.
Voor fanatiekelingen is er een betaalde versie van Duolingo: zonder advertenties en met meer gepersonaliseerde oefeningen. Toch gebruikt meer dan 90 procent van de gebruikers de gratis versie. Dat is goed mogelijk, omdat ook de gratis versie alle lessen aanbiedt. En dat aanbod is ruim. Met Nederlands als basistaal kun je lessen volgen in acht talen, waaronder Engels, Duits en Chinees. Wie met lessen in het Engels uit de voeten kan, heeft ook keus uit minder grote talen als Noors, Hawaïaans en Klingon, de taal uit het Star Trek-universum.
De app maakt gebruik van technieken die je ook in andere spelletjes terugvindt om de aandacht van gebruikers erbij te houden. Zo heeft Duolingo experience points, missies, leagues en levels. Het leerproces wordt begeleid door een mascotte, de groene uil Duo, het gezicht van het merk Duolingo. Wie talen leren nog met een stoffige leraar Duits associeert, kijkt bij Duolingo zijn ogen uit.
Dat alles om de drempel zo laag mogelijk te houden. De app is zelfs zo toegankelijk dat sommige gebruikers een streak, een reeks voltooide lessen, van meerdere jaren hebben. Om een streak in stand te houden moet een leerling elke dag minstens één les afmaken. Henk Wiersema houdt dat al 1.727 dagen vol. ‘Ik was tijdens corona aan het revalideren van een hartaanval’, vertelt hij. ‘Dus ik had geen werk om me bezig te houden. Toen besloot ik om mijn Arabisch weer eens op te frissen.’
Wiersema (61) studeerde in een ver verleden klassiek Arabisch, te vergelijken met Latijn, in Groningen. ‘Maar na twee jaar werd de studie opgeheven. Toen ben ik culturele antropologie gaan studeren.’ Wiersema woonde en reisde een tijd door Egypte, maar ‘studeren had toen minder prioriteit. Helaas.’
Tijdens zijn revalidatie probeerde Wiersema nog wel een reguliere cursus Arabisch, maar het klikte niet. Duolingo leek een goede oplossing. ‘Ik zie het als leerzaam vermaak, je hebt echt het gevoel dat je een spelletje aan het spelen bent. Vooral het competitieve element van de streak is verslavend. Ik doe het voor mezelf, dus die wedstrijd is nergens voor nodig. Maar toch sla ik daar op aan.’ Na bijna vijf jaar is er voor Wiersema geen dag meer zonder Duolingo. ‘Ik word toch een dagje ouder en dan raak je gewend aan die structuur. Het is net als tandenpoetsen, raar als je dat een dag overslaat.’
Het Nederlands spreekt Van der Meel na 584 dagen ononderbroken Duolingo nog lang niet vloeiend. Maar dat is voor haar niet van belang. ‘Een lange streak betekent niet dat je een taal goed spreekt, maar vooral dat je toegewijd en consistent bent. Ik ken mensen die een heel lesprogramma van Duolingo hebben doorgewerkt en de taal nog steeds lang niet vloeiend spreken. Ik verwacht dat ook niet, maar als ik ergens aan begin, wil ik het ook afmaken.’
Een hoge streak behalen is voor Duolingofanaten dus een serieuze zaak. Wie Duolingo gebruikt, zal in een gesprek over talen altijd vermelden hoe hoog zijn streak is – tenzij die onlangs verloren is gegaan, natuurlijk. Voor de grootste fanatiekelingen is er zelfs onderscheid tussen mensen die écht elke dag spelen en degenen die af en toe een streak freeze gebruiken: een manier om één dag Duolingo over te slaan als je door omstandigheden verhinderd bent. Wiersema: ‘Een streak freeze? Eén keer, toen ik in het buitenland geen internet had. Maar dat telt toch niet?’
Janine Berns, hoofddocent van de afdeling moderne talen en culturen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, ziet ook het enthousiasme dat Duolingo teweegbrengt. ‘Het is vooral leuk dat de app je laat flirten met een taal. Stel, je wilt Japans leren omdat je anime leuk vindt, dan is het nog niet zo makkelijk om te beginnen. In plaats van dat je meteen dure boeken of lessen aanschaft, kun je eerst vrijblijvend proberen of het iets voor jou is.’
Maar voor wie eenmaal aan een streak is begonnen, is dat vrijblijvende er snel vanaf. Wat hebben die 1.727 dagen Wiersema opgeleverd? ‘Laat ik het zo zeggen: ik weet meer van Arabisch dan de gemiddelde Nederlander. Ik kan teksten een beetje begrijpen en af en toe vang ik een zin op.’ De basis heeft Wiersema dus onder de knie, maar om echt Arabisch te spreken, heeft hij nog een lange weg te gaan.
Ook Berns tempert de verwachtingen: ‘Kort gezegd: met alleen Duolingo ga je geen taal leren spreken. Als je een taal écht wilt of moet leren, zou ik het afraden, tenzij je het gebruikt als aanvulling op lessen of zelfstudie. De app is vooral goed voor beginners, door de oefeningen krijg je een woordenschat en basale grammatica mee.’
Volgens Berns beginnen de problemen wanneer een taal complexer wordt. ‘Wie bij Duolingo fouten maakt, krijgt niet uitgelegd waarom het antwoord fout was. Hoewel Duolingo je wel gepersonaliseerde oefeningen geeft, is er niemand die je even helpt wanneer je vastloopt.’ En wie een taal met gemak wil kunnen gebruiken, zal toch de grammatica moeten snappen. Je kunt een taal vergelijken met het bouwen van een huis, de grammatica leert je hoe je de verschillende bouwstenen moet stapelen. Als je dat niet kunt, zal er nooit een volledig huis staan.
Wie het echt op zijn heupen heeft, wil na verloop van tijd oefenen met spreken. Daar schiet Duolingo voor veel gebruikers pas echt tekort. Berns: ‘De meeste studenten komen zelfs na heel lang op Duolingo niet verder dan één of twee zinnen in een restaurant. De app leert je niet om snel te schakelen en een taal om te buigen.’ Contact met een leraar en medestudenten kan spannend zijn, maar Duolingo is daarentegen wel héél veilig. ‘Niemand ziet of hoort je wanneer je een fout maakt, want je zit toch alleen maar tegen je telefoon te praten. Uiteindelijk zul je ook moeten leren contact te leggen.’
Rebeca Ricoy, verantwoordelijk voor de Europese marketing van Duolingo, snapt die terughoudendheid wel. ‘Ze heeft geen ongelijk’, zegt ze. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat Duolingo voor vocabulaire en zinsbouw goed is, maar er daadwerkelijk een gesprek mee leren voeren is lastig.’ En als het op grammatica aankomt? ‘De realiteit is dat mensen weinig geïnteresseerd zijn in grammatica. Duolingo biedt het wel aan, maar het is niet altijd even makkelijk te vinden.’
Dat past binnen het concept, want Duolingo moet altijd als een spel voelen. Waar een leraar complexe grammatica niet uit de weg gaat, wil Duolingo nooit té moeilijk zijn. Ook de rare Nederlandse zinnen die Van der Meel online zette, zijn daar onderdeel van. Volgens Ricoy worden die expres toegevoegd, omdat mensen die onthouden. ‘Doordat mensen beter opletten als het raar is, leren ze wél de grammatica van een zin. Het is een onderdeel van leren leuk maken.’ Dat Duolingo daarmee ook de Nederlandse cultuur op de korrel neemt, is volgens Ricoy een gelukkig toeval.
Op termijn wil Duolingo zorgen dat de app leerlingen verder kan brengen dan alleen een beginnetje. Ricoy: ‘Dat is waar we nu volledig op focussen. Op termijn willen we meer lessen toevoegen voor de grote talen. Na het afronden van een cursus Spaans of Engels moet je die taal zo goed spreken dat je in het buitenland kunt wonen en werken.’ Daarbij heeft Duolingo onlangs een nieuwe toepassing voor betalende gebruikers toegevoegd: een gesprek met een door kunstmatige intelligentie gedreven personage. ‘Voor het eerst kunnen mensen oefenen met spreken, zonder dat ze de druk voelen van een leraar.’
Toch is de verwachting van zowel Ricoy als Berns niet dat taaldocenten de komende jaren op zoek moeten naar een nieuwe baan. Ricoy: ‘We proberen vooral mensen te bereiken die geen tijd of geld hebben om lessen te nemen. Maar we willen absoluut niet de concurrentiestrijd aangaan. Leraren zullen altijd een belangrijke rol houden.’
Wel nemen docenten volgens Berns steeds meer over van het fenomeen gamificatie, oftewel spelenderwijs leren, dat Duolingo succesvol toepast. ‘We zien al jaren dat talen op de middelbare school en universiteit aan populariteit verliezen. Om jonge leerlingen enthousiast te krijgen, wordt er steeds meer spelenderwijs gedaan. Duolingo kan daar ook een onderdeel van zijn. Natuurlijk kleven er beperkingen aan, maar als het bij jonge volwassenen een vlammetje kan aanwakkeren, dan is dat al winst.’
Juist die jonge mensen probeert Duolingo zelf ook te bereiken met Duo, de eerdergenoemde mascotte. Wiersema heeft het niet zo op de vogel. ‘Hij is wat oubollig. Hij doet me denken aan Gandalf, wijs en oud.’ Maar voor jongere gebruikers is het juist de uil die een cultstatus heeft verworven. De mascotte groet gebruikers wanneer ze de app openen en stuurt passief-agressieve e-mails als ze Duolingo een dag overslaan.
Volgens de website van Duolingo is de vogel ‘als je ouder, die je niet wilt teleurstellen. Hij is niet bang om je schaamte te laten voelen. Hij is sociaal, communicatief vaardig en vrij emotioneel. In een woord: hij is extra.’ Ook op sociale media komt Duo vaak terug als gezicht van het merk. Veel van Duolingo’s berichten op sociale media hebben niets met talen te maken, maar verslaan allerlei episodes uit het leven van de uil.
Van der Meel heeft zo haar eigen relatie met de vogel. ‘Duo herinnert je eraan dat je geen mislukking wil zijn.’ En een mislukking ben je volgens de uil al snel. Het internet staat vol met memes over de uil die gebruikers belaagt omdat ze een les hebben gemist. Een vrij gedurfde vorm van marketing, vindt ook Van der Meel: ‘Op de een of andere manier werkt het. Omdat het maar een personage is, kan de uil raar of venijnig zijn zonder dat we afhaken. Van een echt persoon zouden we dat niet pikken.’
Duolingo volgt dus zowel in de app als op sociale media een beproefd format dat de aandachtsboog niet te veel op de proef stelt, want het aanbod is altijd kort en grappig. ‘Met Duo proberen we vooral gen Z op de app te krijgen’, zegt Ricoy. ‘De jonge generatie staat open voor leren en is online erg actief. Omdat zij ons online weten te vinden, komt het via mond-tot-mondreclame ook bij andere generaties terecht.’
Ricoy verwacht dat Duolingo de komende jaren nog flink kan groeien. De laagdrempeligheid blijkt een beproefd succes, maar het blijft de vraag of Duolingo de lat ook hoog kan leggen. Van der Meel probeert de druk voor zichzelf niet op te voeren: ‘Ik heb geen deadline voor wanneer ik de taal wil spreken, maar uiteindelijk wil ik het wel kunnen. Misschien neem ik ooit lessen, wanneer ik Duolingo helemaal heb uitgespeeld. Dus zou ik het aanraden? Ja, maar zie de app dan wel als stuk gereedschap in een grotere kist.’
Wiersema deelt haar mening: ‘Een tijdje Duolingo gebruiken kan een goed begin zijn, maar doe het niet zo belachelijk lang als ik. Daarna moet je vooral snel oefenen met praten.’ Wiersema vindt dat ook hij de daad bij het woord moet voegen: ‘Later dit jaar of begin volgend jaar heb ik alle lessen Arabisch voltooid. Dan moet ik eens aan een fatsoenlijke cursus beginnen of naar de nonnen in Vught.
‘En daarna ga ik een tijd in Marokko wonen. Ik ben uitgenodigd bij de tante van mijn schoonmaakster, die mij af en toe helpt met Arabisch. Met een beetje geluk zit ik volgend jaar ergens langs de straat in Marokko, bestel ik mijn eigen eten en kan ik in het Arabisch ouwehoeren.’ Wiersema pauzeert even. ‘Absoluut. Dat gaat gebeuren. Inshallah.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant