Home

Is een handelstekort ook maar een geloofsartikel?

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een Nederlandse drankhandelaar koopt een fust Heineken in Nederland voor 130 euro. Die exporteert hij naar de VS, waar het bier 180 euro opbrengt. Dat is 50 euro winst. Die 180 euro gebruikt hij om in de VS tweehonderd tweeliterflessen Coca Cola te kopen. Die verkoopt hij in Nederland voor 230 euro. Opnieuw heeft hij 50 euro winst gemaakt. In totaal heeft deze ondernemer dit land 100 euro rijker gemaakt.

Op de handelsbalans wordt de verkoop van het fust Heineken echter als een exportpost van 130 euro vastgelegd, terwijl de inkoop van tweehonderd flessen Cola wordt geregistreerd als een importpost van 230 euro. Dat betekent dat Nederland boekhoudkundig 100 euro slechter af is, terwijl de Nederlandse handelaar daadwerkelijk 100 euro heeft verdiend.

De 19de eeuwse Franse econoom Frédéric Bastiat schreef in zijn artikel ‘de handelsbalans is een geloofsartikel’ dat landen zich niet moeten blindstaren op handelsoverschotten en -tekorten, zoals de Amerikaanse president Donald Trump nu doet. Zondag zei de president nog dat ‘handelstekorten slecht zijn voor het land en dat hij geen concessies zal doen voor die uit weg zijn geruimd’. Nu hebben de VS al vijftig jaar een handelstekort. En nog altijd is het een heel rijk land.

Bastiat vond dat handelstekorten er amper toe deden. Maar het werd wel steeds gebruikt als rechtvaardiging voor protectionistische maatregelen, zoals het tariferen van import. ‘Het vooroordeel is dat het gunstig is voor een land om meer in het buitenland te verkopen dan te kopen. En omgekeerd. Dit is een axioma waarop politici onnodige wetten maken en decreten uitvaardigen’, aldus Bastiat.

Hij stelde dat een hogere import dan export niet lijdt tot een negatief saldo dat ook daadwerkelijk hoeft te worden afgerekend. Bastiat gaf zelf het voorbeeld van de export van 100 francs aan zwarte truffels uit Périgord naar Groot-Brittannië. Het schip met de truffels zonk in Het Kanaal. Niettemin was een exportpost van 100 francs geregistreerd. ‘Dankzij de schipbreuk steeg het handelsoverschot.’

Bastiat raadde een regering die het handelstekort wilde verminderen het volgende aan. Verbied bij wet transacties waarbij handelaren in eigen land tegen een lage prijs producten kopen en die voor een veel hogere prijs in een ander land weer verkopen, om vervolgens met de opbrengst weer producten te kopen die in eigen land hard nodig zijn.

Anderzijds zou de regering handelaren met subsidies, gefinancierd door belastingbetalers, moeten stimuleren producten zo duur mogelijk te kopen op de binnenlandse markt om die goedkoop weer in het buitenland te verkopen. ‘Met andere woorden: het exporteren van wat nuttig is voor ons om te importeren wat nutteloos is. Zo zouden wij Edammer kazen van Parijs naar Amsterdam moeten exporteren om daar de nieuwste mode voor terug te kopen.’

Zijn boodschap was dat de overheid bedrijven de vrijheid moet geven om zelf te handelen voor eigen risico, en zich daar niet mee moest bemoeien. In Engeland zouden ze dat beter begrijpen. ‘Daarom hebben zij de kant van de laissez-faire gekozen en zich gecommitteerd aan vrijhandel.’

Tweehonderd jaar later willen politici dat niet meer begrijpen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next