De importheffingen van de Verenigde Staten op goederen uit Azië hebben een forse impact op de productiekosten van iconische Amerikaanse producten, zoals de iPhone. Waar de kosten eerst zo’n 550 dollar waren, stijgen deze voor Amerikaanse consumenten door de importheffingen naar minimaal 846 dollar.
is datajournalist van de Volkskrant. Ze analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
De productie van een iPhone 16 Pro wordt daarmee 54 procent duurder, zo blijkt uit berekeningen van The Wall Street Journal op basis van data van reparatiewebsite iFixit. Deze verhoging geldt niet voor consumenten in andere landen, aangezien de iPhone in bijvoorbeeld Nederland meestal vanuit China naar Europa komt.
Volgens Trump is het de bedoeling op deze manier hoogwaardige tech naar de VS te halen. In de realiteit blijkt dat echter niet zo eenvoudig. Als het al haalbaar is, wordt het naar verwachting een kostbare en tijdrovende operatie aangezien allerlei onderdelen uit landen moeten komen waarvoor heffingen worden ingevoerd. Zuid-Korea levert de display en het 5G-modem, de chips voor de camera’s aan de achterkant van het toestel komen van het Japanse bedrijf Sony en het Taiwanese TSMC is verantwoordelijk voor de processor.
Of Apple de prijs voor Amerikaanse consumenten gaat verhogen, is nog onbekend. Maar als ze niet alle kosten doorberekenen, zal dat de winstmarge van het bedrijf verkleinen. The New York Times becijferde dat met deze handelsbeperkingen de nieuwe prijs in Amerika van 1.000 dollar naar 1.300 dollar zou kunnen gaan. De iPhone is al jaren een zeer winstgevend product van Apple. Wereldwijd was de smartphone in het eerste kwartaal dit jaar goed voor een winst van ruim 69 miljard dollar. Wall Street-analisten hoopten op een uitzondering voor het techbedrijf wat betreft de heffingen, zoals in 2018, maar na de persconferentie van Trump lijkt die kans nihil.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant