De Volkskrant bespreekt een nieuw rapport van BumaStemra over ongelijkheid in de muziekindustrie met vier niet-mannelijke producers. Wat is hun visie op de toekomst? ‘Je hebt ook de mannen nodig om de ongelijkheid op te lossen.’
is popredacteur van de Volkskrant.
Vrouwelijke muziekmakers verdienen gemiddeld drie keer minder dan hun mannelijke collega’s. Van de muziekschrijvers en componisten die lid zijn van auteursrechtenorganisatie BumaStemra is slechts 16 procent vrouw. Die cijfers maakte de organisatie vorige maand bekend.
Uit onderzoek van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) in 2022 bleek al dat de belangrijkste functies bij podia en festivals meer dan twee keer zo vaak door mannen vervuld worden. In 2023 zocht de Amerikaanse muziek- en datajournalist Chris Dalla Riva uit dat driekwart van alle liedjes die ooit in de Billboard Hot 100 (de Amerikaanse hitlijst) hebben gestaan, door alleen mannen zijn geschreven.
Vrouwen zijn, kortom, ernstig ondervertegenwoordigd in de muziek. Bij producers (de mensen die de leiding hebben over de opname in de studio) is die ongelijkheid zelfs nog groter, lijken onderzoeken uit te wijzen.
De Volkskrant spreekt producers Eva van Manen (35), Aurelia Wurfbain (26) en Latoya Nsekama (23) over hun ervaringen in een Amsterdams café. Een dag later videobelt componist, producer en artiest Tessa Rose Jackson (32) vanuit Londen, waar ze de helft van de tijd woont. Wurfbain en Nsekama staan aan het begin van hun muzikale carrière. Van Manen en Jackson draaien een paar jaar langer mee en hebben al meer van de muziekindustrie gezien.
Nsekama omringt zichzelf expres met niet-mannelijke collega’s, vertelt ze aan tafel. ‘Ik voel me daarin beter op mijn gemak’, zegt zij. ‘Er heerst dan een andere werksfeer: we weten dat wij harder moeten werken om het te maken dan mannen. Die energie helpt mij heel erg.’
Nsekama is naast producer ook beginnend dj. De elektronische muziekwereld is behoorlijk mangericht, merkt ze. ‘Als ik voor een feest word geboekt ben ik vaak de enige vrouw op de poster, tenzij het een speciale editie met alleen vrouwen is.’
Toen Tessa Rose Jackson dertien jaar geleden haar eerste album uitbracht, (Songs From) The Sandbox was ze in dat proces altijd de ‘enige vrouw in de kamer’. Zij produceerde dat album, en alle albums die ze erna maakte, zelf. Dat geloofde niet altijd iedereen. ‘Het maakt niet uit wat ik heb gedaan: als mijn naam erbij staat, gaan mensen ervan uit dat ik alleen heb gezongen’, zegt Jackson. ‘Dat is pijnlijk, als je merkt dat de wereld zo naar je kijkt.’
‘Iedereen verdient het om te doen waar ze goed in zijn’, zegt Jackson. De verhoudingen in de muziekindustrie laten volgens haar zien dat die kansen er nu te weinig zijn voor vrouwen. ‘Ik vind het heel erg dat jonge vrouwen een technische rol in de muziek niet als een mogelijk carrièrepad beschouwen, dat ze het idee hebben dat ze het niet zouden kunnen.’
Van Manen wil zelf kunnen bepalen hoe haar muziek klinkt, en produceert daarom sinds 2018 haar eigen muziek. Op een muziekconferentie kreeg ze eens de vraag wie haar muziek nou écht geproduceerd had. ‘Wat een rare vraag, dacht ik’, zegt zij. ‘Het is blijkbaar zo’n vastgeroest beeld dat een producer een man is.’
Als optredend artiest loopt ze ook tegen vooroordelen aan. ‘Als technici bijvoorbeeld zijn vergeten mijn DI (overgangskastje van instrument naar geluidstafel, red.) aan te zetten, gaan ze er toch altijd van uit dat ik iets fout heb gedaan.’ Wurfbain reageert verontwaardigd: ‘Echt?’
Nsekama heeft niet het idee dat ze als dj minder serieus genomen wordt. ‘Mensen denken eerder: o, wat cool dat er een vrouw staat te draaien. Aan de ene kant is dat een compliment, aan de andere kant denk ik ook, waarom is dat cooler dan een man?’ Wurfbain: ‘Dat is ook wel enigszins onvermijdelijk, gezien de door mannen gedomineerde geschiedenis. We zijn nog bezig om het gelijk te maken.’
Al discussiërend in het café komen een aantal oorzaken van de ongelijkheid in hun werkveld bovendrijven. We zetten ze samen met Jackson, Van Manen, Wurfbain en Nsekama op een rij.
Oorzaak 1: Historische achterstand
Inmiddels kan iedereen met een laptop muziek produceren, maar in een tijdperk voor muzieksoftware als Ableton moest je daarvoor lang prutsen in een dure studio, een plek waar je niet zomaar toegang toe krijgt. Vrouwen hebben volgens Van Manen in de recente geschiedenis niet vaak de tijd en ruimte gekregen om het tot in die studio te schoppen, waardoor het beeld van een mannelijke producer is blijven bestaan.
Ook praktisch versterkt die achterstand zichzelf. Labels sturen artiesten regelmatig met een handjevol producers op schrijverskamp, waarbij het de bedoeling is dat zo veel mogelijk liedjes worden geschreven. Voor die schrijverskampen kiezen de labels idealiter producers die snel werken, zodat zo’n sessie zo vruchtbaar mogelijk verloopt. Dat zijn bijna altijd mannen.
Van Manen: ‘Die hebben meestal meer meters kunnen maken om te oefenen, maar het is ook een kwestie van zelfverzekerdheid.’
Oorzaak 2: Representatie
Volgens de drie producers in Amsterdam krijgen jonge vrouwen te weinig te zien dat je als vrouw ook producer kan worden. Dat begint al bij de flyers voor productieopleidingen, waar vaak alleen maar mannen op staan.
Wurfbain volgt op de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) de opleiding muziek en technologie. Van Manen: ‘Heb jij veel niet-mannelijke docenten op je opleiding?’ Wurfbain: ‘Wel een aantal, maar het duurde even voordat ik de eerste ontmoette. Ik heb een coole vrouw als docent voor coderen, die zie ik dan ook meteen als voorbeeld.’
Wurfbain: ‘Als je alleen maar les krijgt van mannen, ga je het onbewust normaal vinden om te luisteren naar wat mannen zeggen. Als een vrouw je dan een keer iets vertelt over wat er beter kan, is het niet vanzelfsprekend dat je dat aanneemt.’
Ook de leerlingen zijn niet evenredig verdeeld. Wurfbain begon het jaar met negentig leerlingen, waarvan er zeven vrouw waren en vijf, net als Wurfbain zelf, non-binair. Op diens eerdere opleiding aan de Herman Brood Academie waren de verhoudingen vergelijkbaar.
‘Ik denk niet dat die verdeling zo is omdat mannen dit vak leuker vinden’, zegt Wurfbain. ‘Er zijn vast heel veel vrouwen die dit ook willen, maar die toch een drempel ervaren. Muzikaliteit zit echt niet in dat extra Y-chromosoom.’
Representatie is niet alleen een probleem op de muziekopleidingen. Nsekama: ‘Toen ik wilde beginnen met muziek produceren, zocht ik op YouTube hoe je een bepaalde beat kunt maken. In die filmpjes zag ik alleen maar mannen. Dan denk je wel: o, misschien is dit niet iets voor mij. Toen ik later wel vrouwen tegenkwam die ook produceren, hielp dat met mijn zelfvertrouwen. Als zij het kan, kan ik het misschien ook.’
Oorzaak 3: Poortwachters
Over de muziekwereld wordt vaak gezegd dat het een mannenwereld is. Volgens Van Manen zit daar wat in: ‘Er zijn een aantal machtige poortwachters in de industrie die veel bepalen. Dat zijn heel vaak mannen, die vaak al een tijdje meedraaien.’
Dat old boy network heeft veel invloed in de industrie. Maar Van Manen ziet ook dat hier en daar iets ten goede verandert: ‘Bij de Herman Brood Academie heeft bijvoorbeeld een vrouw de artistieke leiding, die is bezig om een diverser team van docenten samen te stellen.’
Oorzaak 4: Technisch plafond
Technische beroepen hebben maatschappelijk gezien nu eenmaal vaak een mannelijke connotatie, denkt Van Manen, ‘of het nou gaat om loodgieters, elektriciens of mensen die in de studio achter de knoppen zitten’.
Zij richtte daarom vijf jaar geleden met collega-producer en artiest Josephine Zwaan het platform Rosetta op. Vanuit dat platform organiseren zij bijeenkomsten en cursussen voor vrouwelijke en zich niet aan genderrollen conformerende producers. Zo creëerden zij een plek waar niet-mannelijke producers rolmodellen kunnen vinden en waar ‘je niet de uitzondering bent’.
Oorzaak 5: Zelfvertrouwen
Uit het rapport van BumaStemra blijkt dat mannen die componeren of liedschrijven gemiddeld drie keer zoveel verdienen als hun vrouwelijke collega’s. Van Manen: ‘Als ik naar deze cijfers kijk, denk ik dat vrouwen sneller akkoord gaan met een lager bedrag voor een opdracht. Vrouwen zijn al blij om benaderd te worden.’
Van Manen ziet een hardnekkig gebrek aan eigenwaarde bij vrouwen in de muziek: ‘Sommige vrouwen die een producercursus volgen bij Rosetta blijken al heel veel te kunnen. Ze dachten van zichzelf dat ze het niet konden, en lieten hun bandleden de technische dingen doen. Dat zelfvertrouwen moet je zelf opbouwen.’
Uit datzelfde rapport blijkt dat de vrouwen uit het onderzoek vaker dan mannen een muziekopleiding hebben gedaan. Wurfbain: ‘Dat laat voor mij zien dat vrouwen sneller impostersyndroom (oplichterssyndroom, red.) hebben, maar ook echt harder hun best moeten doen. Ze hebben dat papiertje nodig om aan zichzelf en anderen te laten zien dat ze het kunnen.’
Oplossingen
Initiatieven van vrouwen in de muziekindustrie om elkaar te helpen zijn fijn, daar zijn de vier producers het over eens. Organisaties als Rosetta kunnen volgens hen goed werken als safespace en als plekken om zelfverzekerder te kunnen worden. Maar er kleeft ook een risico aan de vrouwelijke netwerken die zich zo vormen.
‘Er moeten niet alleen mannelijke en vrouwelijke netwerken zijn’, zegt Wurfbain. ‘Het moet door elkaar gaan lopen, zodat vrouwen ook vaker door mannen gevraagd worden voor klussen. Je hebt ook de mannen nodig om de ongelijkheid op te lossen.’
Instemmend geknik aan tafel. Van Manen: ‘Als vrouwelijke artiesten zich ontwikkelen, is het nodig dat mannen dat op een gegeven moment zien en denken: o wacht, we zitten hier met alleen maar jongens in deze ruimte, laten we dat een beetje diverser maken. Het is ook superleuk om andere stemmen in een studio te hebben, die andere inzichten en levenservaringen meebrengen.’
Nsekama: ‘Een goede eerste stap is om te laten zien dat wij er zijn, en dat wij het ook kunnen. Dat trekt dan misschien ook meer vrouwen en non-binaire mensen naar de muziekwereld.’
Jackson denkt vanuit Londen terug aan de documentaire Sisters with Transistors van Lisa Rovner, over vrouwelijke pioniers in de elektronische muziek. ‘Er waren altijd al vrouwen in de muziek die technische een baanbrekende dingen deden’, zegt Jackson. ‘Zelfs in de veel moeilijkere industrie van de jaren zestig. De verbetering gaat langzaam, maar we komen echt van ver.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant