Na een aanloopfase begint het wietexperiment maandag. De coffeeshops van tien deelnemende gemeenten mogen alleen nog legale wiet kopen van telers die de overheid heeft aangewezen. Hasj mag wel uit het illegale circuit komen, omdat de voorraad nog niet groot genoeg is.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De officiële start van het experiment betekent voor de deelnemende coffeeshops het einde van decennialang Nederlandse gedoogbeleid. Al die tijd konden gebruikers legaal joints kopen bij coffeeshops, maar de levering vond plaats via de achterdeur: de teelt van wiet en hasj was illegaal.
Tien gemeenten doen nu mee aan het experiment waarbij wiet ook legaal wordt geleverd: Almere, Arnhem, Breda, Groningen, Heerlen, Voorne aan Zee, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zaanstad.
Het gedoogbeleid was de Nederlandse overheid al jaren een doorn in het oog. Die wil met het wietexperiment ontdekken of het mogelijk is de gehele keten te legaliseren. De overheid beperkt zich nu tot de levering aan Nederlandse coffeeshops. Volgens Margriet van Laar, onderzoeker bij het Trimbosinstituut, ziet de overheid het oprollen van de volledige illegale teelt ‘als een onmogelijke opgave’. Een deel van de Nederlandse wiet gaat namelijk naar het buitenland en die vraag blijft groot, zo is de gedachte.
De plannen voor het wietexperiment dateren uit 2017. Toen werd in het regeerakkoord van kabinet-Rutte III afgesproken dat er een experiment moest komen. Pas in 2023 begonnen de gemeenten (Breda en Tilburg) met de aanloopfase van het experiment. Zij verkochten naast illegale wiet en hasj ook de legale varianten. Op 17 juni 2024 volgden de andere acht gemeenten.
Genoeg draagvlak
‘Er is altijd genoeg draagvlak geweest voor het experiment’, zegt Van Laar, projectleider van de evaluatie van het cannabisexperiment. Vertragingen bij het uitkiezen van telers en het op gang brengen van de productie leidden alleen tot een lange aanloopfase. ‘Dat leidde soms tot frictie, maar over het nut en doel van het experiment zijn de betrokken partijen het altijd eens gebleven.’
Ook heeft het Rijk er bij het uitkiezen van de telers op toegezien dat de kwaliteit op orde is en dat er genoeg soorten wiet en hasj worden geteeld. ‘Dat is belangrijk als je wilt dat gebruikers ook daadwerkelijk bij de shops hun waar blijven kopen en niet overstappen naar de illegale straatverkoop.’
Dat toezien op de kwaliteit betekent volgens de onderzoeker voornamelijk dat de overheid probeert te vermijden dat er naast de werkzame stoffen thc en cbd schadelijke bestrijdingsmiddelen of zware metalen in de wiet en hasj zitten. Van Laar: ‘Of gebruikers ook blij zijn met de kwaliteit van de wiet en hasj, weten we nog niet. Dat gaan we in het najaar onderzoeken.’
Vorige maand beschreven coffeeshops in een brandbrief aan de tien gemeenten dat ze bang zijn dat het experiment mislukt, omdat er nog niet genoeg kwalitatief goede wiet zou zijn geproduceerd. Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) liet aan de Tweede Kamer weten dat hij denkt de ‘kwantiteit, kwaliteit en diversiteit’ van de legale teelt net op tijd op orde te krijgen.
‘Met hasj is dat niet gelukt’, aldus Van Laar. ‘De hasj die in Nederland wordt verkocht, komt voor het grootste deel uit de Rif in Marokko. Voor de legale telers is het lastig om die kwaliteit te evenaren. Dat is niet onmogelijk, want er zijn wel telers die al goede hasj produceren, maar daar kunnen nog niet alle coffeeshops mee worden bevoorraad.’
De handhaving op illegale hasj begint daarom pas op 10 juni. ‘Zo willen de partijen voorkomen dat mensen alsnog de straat op gaan om hun hasj te kopen en zo de zakken van criminelen spekken.’ Vanaf maandag wordt er wel gecontroleerd op de verkoop van legale wiet. Het experiment duurt tot 2028.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant