Hoe hard wij als hulporganisaties ook van de daken schreeuwen dat hulpverleners nóóit een doelwit mogen zijn, we kunnen het niet alleen, stelt Harm Goossens. ‘We hebben de politiek en de internationale gemeenschap nu harder nodig dan ooit.’
Acht hulpverleners van het Rode Kruis in Gaza en nog eens zeven van andere organisaties waren al zeven dagen vermist. Ambulancemedewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan Mustafa Khafaja, Ezz El-Din Shaat, Saleh Muammar, Refaat Radwan, Muhammad Bahloul, Ashraf Abu Libda, Muhammad Al-Hila en Raed Al-Sharif werkten dag en nacht om levens te redden in Gaza. Hun families leefden in constante angst: zouden ze weer veilig thuiskomen? Zondag bleef het stil…
Volgens de Verenigde Naties werden ze één voor één gedood. Begraven in een massagraf. De ambulances volledig verpulverd. Het maakt me boos, verbijsterd, verdrietig. Maar wat vooral binnenkomt, is de stilte vanuit politiek Den Haag.
Over de auteur
Harm Goossens is directeur van het Nederlandse Rode Kruis.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Deze humanitaire helden waren in ambulances op weg om gewonde mensen te helpen. En het allerbelangrijkste: ze droegen kleding met het embleem van de Rode Halve Maan, reden in een ambulance met een duidelijk gemarkeerde Rode Halve Maan. Ze waren dus beschermd onder het humanitair oorlogsrecht. Dat embleem van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan staat voor ‘niet schieten’.
Of het nu staat op een ziekenhuis, jas of ambulance, het zorgt ervoor dat onze hulpverleners altijd en overal mensen zonder gevaar kunnen helpen. Het zijn de regels die tijdens een conflict gelden, het Rode Kruis-embleem staat al meer dan honderdvijftig jaar symbool voor bescherming van humanitaire hulpverleners. Toch lijkt er steeds minder respect voor deze regels.
Dit geweld laat opnieuw zien dat onze hulpverlening onmogelijk wordt gemaakt. Wat als wij ons werk niet meer veilig kunnen doen? Wat als strijdende partijen de bescherming van het embleem van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan niet meer respecteren? Dan zetten we het leven van onschuldige burgers én hulpverleners op het spel.
Het Rode Kruis kan dat niet oplossen. Daar hebben we de overheid voor nodig. Het is aan de overheid om strijdende partijen te wijzen op de regels die gelden tijdens een conflict. Het is aan de overheid om strijdende partijen erop aan te spreken als ze zich niet aan die regels houden. Het is niet aan het Rode Kruis om een schuldige aan te wijzen als een hulpverlener is gedood. Dat ligt buiten ons mandaat en is de taak van de internationale gemeenschap.
Gedegen onderzoek is vaak moeilijk, temeer omdat veel conflictgebieden moeilijk toegankelijk zijn, en vraagt om middelen als tijd en geld. Waar daders niet tot verantwoording worden geroepen, zoals dat niet gebeurde bij de 38 dodelijke gevallen in 2024, leidt dat tot straffeloosheid voor het doden van hulpverleners. Strijdende partijen komen ermee weg. Dat mag nóóit de bedoeling zijn.
Hoe hard wij als hulporganisaties ook van de daken schreeuwen dat hulpverleners nóóit een doelwit mogen zijn, we kunnen het niet alleen. We hebben de politiek en de internationale gemeenschap nu harder nodig dan ooit. Waarom komen onze politici niet op voor hen die opkomen voor de medemenselijkheid in tijden van gewapend conflict?
Eind vorig jaar stonden we als Rode Kruis nog voor de Tweede Kamer. Dat doen we als neutrale organisatie nooit, maar de maat was vol. 2024 was het dodelijkste jaar voor hulpverleners. Er waren politici om steun te betuigen. Er werd zelfs een motie aangenomen in de Tweede Kamer die de Nederlandse regering oproept om zich uit te spreken tegen geweld tegen hulpverleners en haar zorgen te uiten over schendingen van het humanitair oorlogsrecht.
Maar dat niet alleen, onze regering wordt opgeroepen internationaal een leidende rol te nemen in de bescherming van hulpverleners, het vervolgen van personen die geweld tegen hulpverleners plegen en staten daarvoor aansprakelijk te stellen. Dit is het moment om hier als Nederland invulling aan te geven.
Nee, onze politieke leiders lijken vooral met elkaar bezig te zijn. Waarom steken ze hun tijd niet in het pakken van die internationale voortrekkersrol? Juist vanuit Den Haag, de stad van Vrede en Recht. Mobiliseer de Europese Unie. Vraag waarom hulpverleners worden gedood. En wijs strijdende
partijen vaker en uitdrukkelijker op hun verplichting om onze mensen te beschermen, zowel voor als achter de schermen. Dat is een morele plicht, maar ook een verplichting onder het humanitair oorlogsrecht.
Regering, het Rode Kruis heeft jullie nodig. Alle hulpverleners hebben jullie nodig. De mensen die levensreddende hulp nodig hebben, hebben jullie nodig. De tijd van stille diplomatie is voorbij. Wat er is gebeurd, moet tot op de bodem worden uitgezocht. 2024 was al het dodelijkste jaar voor hulpverleners. We kunnen samen voorkomen dat 2025 dat record verbreekt. Wees niet langer angstvallig stil, maar schreeuw met ons van de daken dat dit nooit mag gebeuren. Dit geweld moet stoppen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant