Oranje won vrijdagavond in de Nations League tamelijk eenvoudig met 3-1 van Oostenrijk. Maar drie maanden voor het EK is het nog zoeken naar welk systeem het beste bij de ploeg past. Bondscoach Jonker overweegt nu te gaan rouleren.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Slecht spelen en toch winnen; er zijn ploegen die er genoegen mee nemen, maar de Nederlandse voetbalsters hebben een hogere ambitie. Zelf het spel maken, de bal snel heen en weer laten gaan en zoveel mogelijk op zoek naar het vijandelijke doel. Dát is het streven van Oranje en dus kan niemand drie maanden voor het EK nog tevreden zijn.
Oostenrijk werd vrijdagavond in Almelo relatief eenvoudig met 3-1 aan de kant gezet, dat was het probleem niet. In de Nations League blijft Oranje met Duitsland strijden om de eerste plek, die recht geeft op de finaleronde in het najaar. Maar deze wedstrijden gelden vooral als voorbereiding op het EK, dat deze zomer in Zwitserland wordt gehouden.
‘En als we Europees kampioen willen worden, dan moeten we beter spelen’, analyseerde bondscoach Andries Jonker, die weer eens geen geluk had met de loting. Met Europees kampioen Engeland en Frankrijk treft zijn ploeg landen, die sterker zijn dan Oostenrijk én wel de individuele kwaliteiten hebben om slordig spel bij de tegenstander af te straffen.
Oranje zocht in Almelo naar vorm en formatie, en slaagde daar maar gedeeltelijk in. Vooral in de eerste helft was er heel veel balverlies, waardoor er van fatsoenlijk opbouwen weinig terechtkwam. Volgens Jonker was slordigheid en concentratiegebrek ook het grootste probleem, waarbij hij een van van zijn klassiekers uit de kast haalde: de bal ging te vaak ‘naar de verkeerde kleur’.
Maar dat had óók te maken met zijn keuze voor een nieuw systeem. De bondscoach, die na het EK tot zijn spijt afscheid moet nemen, kwam tegen Oostenrijk met een nieuwe tactische variant. Vaak kiest Jonker voor het vertrouwde 4-3-3 en meestal voor 3-5-2, met wingbacks die langs de zijlijn zowel moeten verdedigen als aanvallen. Nu startte hij met 3-4-3, dus zonder die flankspelers.
En dat was te merken, want vooral op rechts ontbrak er een aanspeelpunt en liep de opbouw geregeld spaak. Verdediger Caitlin Dijkstra kwam daardoor in de problemen en verloor de ene na de andere bal. ‘Ik moet die ballen gewoon goed spelen’, zei ze na afloop zelfkritisch. ‘Maar met wat meer hulp, gaat het wel makkelijker.’
Die hulp kwam er ook, want na een half uurtje ging Jackie Groenen meer op rechts spelen, om het gapende gat daar op te vullen. Er was een blessurebehandeling en overleg aan de zijlijn voor nodig om dat voor elkaar te krijgen.
‘We hebben echt enorme stappen gemaakt in tactisch opzicht’, zei Jonker, die na zijn aantreden in 2023 het 3-5-2-systeem introduceerde. ‘We kunnen meerdere systemen en tegen verschillende formaties spelen, maar het is wel heel veel gevraagd om dit in het veld te herkennen. Dat verwacht ik ook niet van ze.’
Nog meer dan een clubcoach moet een bondscoach zich afvragen met hoeveel tactiek hij zijn spelers wil belasten. Jonker deed na afloop alsof hij eigenlijk niet zo veel had veranderd. Oranje bouwde eigenlijk altijd met drie verdedigers op, met drie aanvallers was iedereen ook vertrouwd. ‘Alleen het middenveld zag er iets anders uit. We wilden zo goed mogelijk druk zetten en dan neem je op de koop toe dat je op rechts geen aanspeelpunt hebt.’ Maar zijn ingreep in de eerste helft liet al zien dat het zo simpel blijkbaar niet was. En na rust viel hij weer helemaal terug op 3-5-2, het systeem waar Oranje helemaal aan gewend is.
De ploeg kon zich het zoeken permitteren, omdat Oostenrijk niet in staat was om de zwaktes af te straffen. Met Daphne van Domselaar in het doel kon Nederland zich bovendien een paar slippertjes veroorloven. Alleen kan ze dinsdag in de return in Altach niet meedoen. Bij de late tegengoal van Oostenrijk raakte ze geblesseerd.
Verder bleef iedereen heel, en heeft Oranje nu in aanvallend opzicht genoeg kwaliteit om tegen landen als Oostenrijk het verschil te maken. Vorig jaar was dat nog de vraag, toen waren er te veel dragende speelsters geblesseerd of in ieder geval niet fit. Tegen Italië, Noorwegen en Finland scoorden de voetbalsters toen in zes EK-kwalificatiewedstrijden slechts vier doelpunten.
Nu maakte Jackie Groenen van afstand al vroeg het openingsdoelpunt. Zij scoort zo zelden dat Oranje daar in de toekomst niet op hoeft te vertrouwen, maar de kopkracht van Damaris Egurrola begint inmiddels wel een wapen te worden. Zij maakte vlak na de rust de 2-0 uit een corner. En er was natuurlijk Lineth Beerensteyn, die niet scoorde, maar wel een penalty versierde. Sherida Spitse schoot die erin.
Geen paniek dus, drie maanden voor het EK, maar wel veel ruimte voor verbetering. ‘Als er een moment was om iets anders te proberen dan, was het vandaag’, zei topscorer Vivianne Miedema, die zelf niet echt lekker in de wedstrijd zat.
Enige flexibiliteit is sowieso goed, zei ze, al was het alleen maar omdat er straks op het EK drie verschillende tegenstanders verslagen moeten worden. Wales zal zich ingraven, Engeland en Frankrijk zijn aanvallend stukken sterker. ‘Maar ik denk ook dat we uiteindelijk naar meer vastigheid toe gaan werken’, zei de speelster van Manchester City.
In mei worden de twee laatste groepswedstrijden in de Nations League gespeeld. Maar voorlopig wil Jonker zich nog niet te veel vastleggen. Dinsdag zou het er weer behoorlijk anders uit kunnen zien, liet hij al doorschemeren. ‘Dit tweeluik staat op zich, een Farioli’tje is optie.’
Er viel even een stilte, wat bedoelde hij hiermee? Nee, Jonker is niet van plan het verdedigende spel van de succesvolle Ajax-coach te kopiëren, maar rouleren à la Farioli ziet hij wel zitten. ‘Een totaal onverwachte opstelling zou kunnen, omdat ik een aantal speelsters graag aan het werk wil zien. En dat kan ook, omdat we er in de poule goed voor staan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant