Als Vlaming de Ronde van Vlaanderen winnen, dat is zondag het doel van Wout van Aert. De druk is groot – Vlaamse wielerfans éísen haast een zege – maar hoe groot is de kans na alle tegenslag van afgelopen tijd?
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De pogingen van Wout van Aert om zich als Vlaming onsterfelijk te maken, om als stenenvreter par excellence de Ronde van Vlaanderen te winnen, beginnen mythische vormen aan te nemen. Met de Belg voorlopig vooral in de rol van de tragische held, een Sisyphus op wielen.
In het klassieke Griekse verhaal duwt Sisyphus, door de goden bestraft, steeds opnieuw een rots tegen een berg op. Elke keer verliest hij vlak onder de top grip op de enorme steen en ziet zijn zware arbeid met donderend geraas in nutteloosheid vervliegen. Zo ontglipte woensdag Van Aert de zege in Dwars door Vlaanderen, de generale repetitie voor de Ronde van Vlaanderen van aanstaande zondag.
In een kopgroep van vier man leek Van Aert alle tegenslag van de afgelopen tijd weg te kunnen vagen, zijn zelfvertrouwen in één klap te herstellen. De 30-jarige Belg had twee ploeggenoten bij zich, Matteo Jorgenson en Tiesj Benoot. Één renner in het groepje had niet het geel-zwarte tenue van Visma-Lease a Bike aan: Neilson Powless. Juist hij spurtte Van Aert in de slotmeters voorbij.
Het was een eens-per-decenniumontknoping, die deed denken aan de manier waarop Ian Stannard in 2015 Omloop Het Volk won. Toen was het een flater van de Quickstep-ploeg, nu van Visma-Lease a Bike. Een voor open goal gemiste treffer en eigen doelpunt ineen. Van Aert nam in het korte tv-interview vlak na de finish alle verantwoordelijkheid. ‘Ik was te egoïstisch. Na alle kritiek en pech van de afgelopen maanden dacht ik aan mezelf. Het is een enorme fout.’
Er zijn maar weinig renners zo sterk als Van Aert, die de afgelopen jaren in alle mogelijke wedstrijden het koersverloop bepaalt. Zijn finest hour duurde drie weken: de Tour de France van 2022, waarin hij alles leek te kunnen. In acht etappes eindigde hij op het podium, daarvan won hij er drie. Het indrukwekkendst was nog wel hoe hij in zijn groene puntentrui en met geletruidrager Jonas Vingegaard in zijn wiel Tadej Pogacar loste op de flanken van de Pyreneeënklim naar skioord Hautacam. En dat voor een renner die zich ook in de massasprints mengde.
Van Aert geldt terecht als een van de grote drie van dit moment, naast Pogacar en Mathieu van der Poel. Hij heeft het perfecte profiel voor de klassiekers: hij heeft de motor van een tijdrijder, de explosieve benen van een massaspurter, de behendigheid van de veldrijder en een klimvermogen dat perfect is toegesneden op de felle beklimmingen in de Vlaamse Ardennen. Maar hij heeft, anders dan tegenstrevers Pogacar en Van der Poel, niet de resultaten. Zijn enige zege in een van de vijf monumenten is die in Milaan-Sanremo van 2020.
Menigeen zou jaloers zijn op Van Aerts erelijst, 49 overwinningen lang. Tegelijkertijd is het om mismoedig van te worden hoe vaak Van Aert er dichtbij was in de eendagskoersen waar hij zichzelf als ware flandrien bewijzen kan. De Ronde van Vlaanderen reed hij vijfmaal. Zijn slechtste uitslag: veertiende in 2019. Zijn beste resultaat: tweede in 2020. En Parijs-Roubaix? Ook vijfmaal gereden, nooit buiten de top-25 geëindigd en tweemaal op het podium (tweede in 2022, derde in 2023).
Om een eind te maken aan zijn net-nietcampagne in de voorjaarsklassiekers richtte Van Aert anderhalf jaar geleden zijn wintervoorbereiding anders in. Het doel was helder: winnen in Vlaanderen of Roubaix en het liefst nog allebei. Maar precies een jaar geleden sloeg het noodlot toe, ook al in Dwars door Vlaanderen. Van Aert ging met een gangetje van 70 kilometer per uur onderuit in de gevaarlijke afdaling van de Kanarieberg. Kermend kroop hij naar de berm. In het ziekenhuis werd de lijst met breuken steeds langer: sleutelbeen, zeven ribben en zijn borstbeen. Weg voorjaar.
Eenmaal terug op de fiets ging hij begin september onderuit in de Ronde van Spanje. In regenachtige omstandigheden gleed hij in een afdaling tegen een rotswand. Ditmaal bleven breuken hem bespaard, maar een diepe wond op zijn knie betekende het eind van zijn seizoen. Er ging een streep door 2024, alle aandacht ging naar 2025.
Kosten noch moeite werden gespaard. Toen zijn ploeg eind februari met Rabobank een nieuwe sponsor presenteerde, werd Van Aert na afloop van de perspresentatie in Utrecht per helikopter teruggevlogen naar het ploeghotel in Deerlijk, waar hij zich voorbereidde op Omloop Het Nieuwsblad.
Van Aert had toen al voorzichtig aan het seizoen geproefd met wedstrijden in Spanje en Portugal in februari. En was er vervolgens bij toen met de Omloop en Kuurne-Brussel-Kuurne het Vlaamse voorjaar werd geopend. Dat was allemaal nog in de betrekkelijke luwte. Direct erna volgde een hoogtestage op Tenerife van drie weken. Daar moest het laatste beetje topvorm voor een succesvolle wielerlente ontkiemen.
Onder de Vlaamse wielervolgers bouwde ondertussen de druk der verwachtingen steeds verder op. Er was geen ontlading geweest van die spanning in 2024 en ook in de eerste maanden van 2025 bleef dat zo. In het wielergekke land hebben ontzettend veel fans hun hoop op Van Aert gevestigd om als Vlaming de ‘hoogmis’ van het voorjaar te winnen. Philippe Gilbert was in 2017 de laatste Belg die de Ronde op zijn naam schreef, maar de laatste Vlaming was Tom Boonen in 2012. Tot die editie hoefden Vlaamse fans nooit langer dan vier jaar te wachten op een winnaar van eigen bodem, nu duurt de droogte al twaalf jaar.
Het werkelijke begin van het wielerjaar voor Van Aert was de E3 Classic van vorige week. De verwachtingen waren hooggespannen. Kon hij opboksen tegen Van der Poel, die terwijl Van Aert op trainingskamp was, Milaan-Sanremo had gewonnen? Nee. Terwijl Van der Poel naar de overwinning soleerde en de rest van het peloton tot halve recreanten degradeerde, bleef Van Aert steken op de vijftiende plaats. Het was nog wennen geweest, zo vlak na zijn hoogtestage, vertelde de Belg na afloop.
Tal van Belgische wieleranalisten hadden hun conclusies klaar. Van Aert zou te vreesachtig zijn in het peloton, gevoed door zijn valpartijen van vorig jaar, meende oud-renner Marc Sergeant. Zijn ploeg heeft het niet voor elkaar, concludeerde voormalig coureur en oud-ploegleider Johan Bryuneel. Hij zou gewoonweg niet sterk genoeg zijn, meende bijna iedereen.
Dat gold ook voor sociale media. Maar waar de wielerfans in Nederland doorgaans van het nette soort zijn, beweegt de supportersschare in België zich net iets meer richting het in vitriool gedrenkte gedrag van voetbalfans. Als de prestaties tegenvallen, kunnen renners onaangename reacties verwachten.
Van Aert kan doorgaans goed met kritiek omgaan – óf de Belg bezit een groot incasseringsvermogen óf hij kan zijn frustraties goed verbergen. In elk geval toont hij gevoel voor humor. Afgelopen week nog reageerde hij gevat toen op fietstrainingsplatform Strava een volger meende dat hij te veel tijd aan zijn gezin besteedde en harder moest zijn voor zichzelf. En dat zijn gebrek aan killerinstinct terug te zien was aan de gemiddelde trapfrequentie, de cadans die hij tijdens een training had gehad. Van Aert nam de moeite om te reageren. ‘Mooi verband gevonden tussen mijn cadans op training en mijn gezinsleven’, schreef hij en deed er een cynisch duimpje omhoog bij.
Het is opvallend hoe persoonlijk het falen van Van Aert in de Belgische media soms wordt gemaakt. In de eerste minuten na het démasqué in Dwars door Vlaanderen prijkte bovenaan de wielerpagina van Sporza, de Vlaamse publieke omroep, een video over de ontgoocheling bij de familie van Van Aert. ‘Ongeloof bij gezin-Van Aert: vrouw Sarah kijkt met zoontje Jerome naar finish en wordt dan getroost’, luidde de kop.
Steun voor Van Aert is er ook. Zeker na de misser in Dwars door Vlaanderen waren er genoeg mensen die vonden dat compassie op zijn plaats was. Op Linkedin nam collega-renner Demi Vollering het voor hem op. ‘We veroordelen te snel, te gemakkelijk vooral. We zijn geneigd te vergeten wat hij allemaal heeft meegemaakt en we weten waarschijnlijk nog niet eens de helft omdat we niet in zijn hoofd kunnen kijken en begrijpen wat het mentaal met hem doet’, schreef ze. ‘Wout is ook maar een mens.’
Alle meningen, alle analyses van anderen zal Van Aert naast zich neer moeten leggen. Net als de onzekerheden die hij zelf koestert, over zijn vorm, zijn plek in het peloton en het niveau van zijn tegenstanders. Want hij zal ook hebben ingezien dat het hem nog aan zijn oude brille ontbreekt.
Maar toch, zondagmorgen zal Van Aert op de Markt van Brugge zijn schouders weer onder het rotsblok zetten. Hij zal op weg naar Oudenaarde duwen en blijven duwen in de overtuiging dat het eens zal lukken. Dat hij de top zal bereiken en van zijn zware last verlost zal zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant