Home

Filosofie moeilijk? Helemaal niet, zeggen deze Jonge Denkers: ‘In het dagelijks leven doet iedereen het’

Jonge Denkers Floor Groenen, Dominick Thiese en Omar Chamnaoui vinden het hoog tijd dat hun leeftijdgenoten leren hoe je kritische vragen kunt stellen. Heel belangrijk, in een tijd dat nep en echt nog maar moeilijk te onderscheiden is.

‘Wat we op TikTok zien, kunnen we niet zomaar aannemen als waarheid’, zegt Floor Groenen. Groenen (18) is filosofieleerling uit 6 vwo en ‘Jonge Denker der Nederlanden’. Zij vindt het hoog tijd dat jonge mensen hardop meer kritische en filosofische vragen gaan stellen. Met zeven ‘collega’s’ uit het hele land wil Groenen zich daarvoor inzetten tijdens de Maand van de Filosofie, in april. Want: ‘Wij zijn de volgende generatie denkers.’

In december 2024 werden zeven filosofieleerlingen van verschillende middelbare scholen uit heel Nederland verkozen tot ‘Jonge Denkers’. Een jaar lang krijgen Groenen, Max van den Berg (17), Omar Chamnaoui (18), Mees de Jong (18), Jonas Meinderts (19), Dominick Thiese (17) en Jonathan Thomaes (17) de ruimte om op te treden op filosofische festivals, onder andere tijdens de Maand van de Filosofie.

De Volkskrant sprak drie van hen over hun persoonlijke relatie met filosofie en hun taakopvatting als Jonge Denker. Allemaal buigen ze zich in die rol over de noodzaak van filosofie in deze tijd.

Omar Chamnaoui: ‘Pin filosofie niet vast op het ‘nut’’

‘Filosofie is een arena van ideeën’, zegt Omar Chamnaoui (18). ‘Die ideeën vechten constant met elkaar.’ Daarmee bedoelt hij dat filosofie niet gaat om vaste waarheden, maar dat ideeën elkaar blijven uitdagen door middel van debat, discussie en argumentatie.

Volgens de Jonge Denker moeten we filosofie niet vastpinnen op een specifieke taak. ‘Als we te veel denken in de richting van taken of nut, lopen we het gevaar dat we dingen verliezen die worden bestempeld als ‘niet nuttig’, vreest hij. ‘Filosofie dreigt dan te verdwijnen.’ Dat moeten we voorkomen, want de discipline voegt veel toe aan ons dagelijkse leven. Hij licht toe: ‘Filosofie leert ons logisch te redeneren en zelf na te denken.’

In de praktijk ziet Chamnaoui dat logisch redeneren terug in de ‘simpele dingen van het leven’, zoals bedenken wat je ’s avonds gaat eten. ‘Dat klinkt niet filosofisch, maar als ik nadenk over mijn keuzen – kosten, voedingsstoffen en de moeite die ik in het eten steek – dan wordt het wél filosofisch. Hoe weeg ik deze dingen tegen elkaar af?’ Volgens Chamnaoui maakt iedereen deze overwegingen en denkt daardoor, bewust of onbewust, filosofisch.

Hij heeft een speciale interesse in politieke filosofie, met de Frans-Amerikaanse psychiater, schrijver en filosoof Frantz Fanon (1925-1961) als favoriete denker. Fanon bekritiseerde het systeem rondom de dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog en beschreef de schadelijke psychologische effecten van kolonisatie op onderdrukten en onderdrukkers. ‘Dat vind ik relevant voor onze maatschappij. Kijk naar Geert Wilders, die angst probeert aan te wakkeren over ‘buitenlanders die onze cultuur kunnen overnemen’. Zo’n idee heeft wortels in de systemen die Fanon bekritiseerde.’

In de beperkte ruimte voor jonge mensen om deel te nemen aan het publieke en filosofische debat, voelt Chamnaoui de verantwoordelijkheid om filosofie toegankelijk te maken voor mensen die er niet mee vertrouwd zijn, zoals jongeren. ‘Dat doe ik het liefst door te spreken’, zegt hij, ‘dan heb ik het idee dat de boodschap het beste overkomt en kan ik onbegrip voorkomen.’

Dominick Thiese: ‘Laat het kwaad niet je leven besturen’

‘We moeten niet alles als vanzelfsprekend aannemen’, vindt Dominick Thiese (17). ‘Door middel van filosofie kunnen we eigenlijk alles bevragen. ‘Zou er niet meer bestaan dan het heelal?’, vraagt Thiese zich bijvoorbeeld af. ‘Dat zijn heel diepe en moeilijke kwesties, maar wel zaken waar we vanuit de filosofie naar kunnen kijken.’

Thiese is vooral geïnteresseerd in de ethische kant van de filosofie: ‘Ik ben altijd heel zelfbewust geweest, dus ik denk goed na over mijn handelingen. Dat wil niet zeggen dat ik ethisch gezien altijd een ‘goed’ persoon ben, maar ik denk wel na over de gevolgen van mijn acties.’

De Jonge Denker koppelt dit zelfbewustzijn aan Plato’s mythe over de wagenmenner, waarin de ziel bestaat uit drie onderdelen: de menner (de rede) en twee gevleugelde paarden, goed en kwaad, die staan voor wilskracht en begeerte. De twee paarden voeren vaak strijd en de menner moet ze in bedwang houden. Thiese: ‘Vanuit mijn eigen christelijke overtuiging probeer ik het kwade paard, de begeerte, niet mijn leven te laten besturen.’

Thiese ziet dat het jonge mensen moeilijk wordt gemaakt om mee te kunnen praten over filosofie. Het probleem ligt volgens hem bij middelbare scholen. ‘Vaak kun je filosofie alleen kiezen als je vwo doet. Dat maakt het ook lastig om je buiten de schoolmuren te verdiepen in filosofie, omdat het maar bij weinig mensen echt leeft.’ De oplossing is volgens hem simpel: filosofie aanbieden voor alle leerlingen.

Met dank aan het filosofieonderwijs is Thiese nu gefascineerd door de categorische imperatief van de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804), ook wel ‘maxime’ genoemd. ’De maxime houdt in dat je moet handelen zoals je wilt dat iedereen handelt. Maar dat vind ik zelf onethisch en nogal streng om in elke situatie te gebruiken, omdat de context vaak niet wordt meegewogen. Als je bijvoorbeeld moet liegen om een leven te redden, is dat volgens de maxime verkeerd.’

Thiese wil in zijn rol als Jonge Denker onder meer ingaan op de rol die religie speelt binnen de filosofie. Dat wil hij schrijvend doen, met essays bijvoorbeeld, want hij begeeft zich liever niet in de spotlights. Wat hij wil communiceren naar de buitenwereld, is dat filosoferen niet zo moeilijk is als het lijkt, ‘want mensen filosoferen al op zichzelf zonder dat ze het doorhebben. Iedereen leeft toch volgens een bepaalde overtuiging?’

Floor Groenen: ‘Filosofie is niet moeilijk of stoffig’

‘In een wereld waarin we informatie klakkeloos overnemen van internet, is filosofie van groot belang’, zegt Floor Groenen. ‘Het vermogen om kritische vragen te stellen is cruciaal in een maatschappij waar we echt en nep nog moeilijk van elkaar kunnen onderscheiden.’ Waar de grens tussen mens en AI steeds meer vervaagt, kan filosofie helpen. ‘Als je blijft doorvragen, bijvoorbeeld over wat een mens mens maakt, wordt die grens een stuk helderder.’

In het dagelijks leven komt Groenen filosofie overal tegen. ‘Het is niet zo dat ik bij alles wat ik doe nadenk over hoe ik filosofie kan toepassen. Maar als je met iemand in discussie gaat, dan stel je vaak automatisch kritische vragen en dat is op zich al filosofisch.’

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) schreef dat de mens veroordeeld is tot vrijheid, en in die uitspraak herkent Groenen dat onbewuste aspect van de filosofie. ‘Als mens kunnen we onszelf vormgeven, we kunnen kiezen om dingen wel of niet te doen. Tegelijkertijd schrijven we met die keuzen ook onbewust regels voor.’ Dat legt Groenen uit aan de hand van een alledaags voorbeeld: ‘Als ik een wit T-shirt draag, dan draag ik daar misschien ook wel mee uit dat ik vind dat anderen ook een wit T-shirt moeten dragen.’

Een andere filosoof die haar nauw aan het hart ligt, is Simone de Beauvoir (1908-1986), niet vanwege haar relatie met Sartre, maar vanwege haar denken over vrouwenrechten. ‘Het idee dat we door de maatschappij tot ‘vrouw’ worden gemaakt, was voor mij een nieuw inzicht.’ Volgens Groenen krijgen vrouwen van haar generatie vaak te maken met eisen over hoe zij zich dienen te gedragen, bijvoorbeeld op het gebied van uiterlijke verzorging. ‘Zonder make-up worden we als vrouw als slordig of minder aantrekkelijk gezien’, zegt ze.

Haar rol als Jonge Denker wil Groenen vervullen door filosofie toegankelijker te maken voor jonge mensen. ‘Ik wil praten over onderwerpen waar onze leeftijdsgroep dagelijks mee te maken krijgt, zoals fake news op sociale media.’ Ook wil ze de oudere generatie aanspreken met haar ‘jonge ideeën’, omdat het publieke debat volgens haar te vaak wordt gedomineerd door perspectieven en meningen van de oudere generaties.

Groenen steekt mensen die filosofie als ‘moeilijk’ en ‘stoffig’ ervaren, een hart onder de riem. ‘Ik begrijp de angst, maar als je rustig de tijd neemt, is het helemaal niet zo moeilijk. Dat iedereen onbewust filosofeert in het dagelijks leven, toont al aan dat iedereen het onder de knie kan krijgen.’

Maand van de Filosofie

Ieder jaar in april wordt de Maand van de Filosofie gehouden, met filosofische festivals, debatten en lezingen door heel Nederland en Vlaanderen. Sinds 2017 wordt jaarlijks een groep van zeven filosofieleerlingen uit het voortgezet onderwijs gekozen als De Jonge Denkers der Nederlanden, een initiatief van de Vereniging Filosofiedocenten Voortgezet Onderwijs (VFVO). Deze leerlingen nemen actief deel aan het filosofische en maatschappelijke debat door middel van optredens op filosofische festivals en online en offline publicaties.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next