Vijftien hulpverleners die zijn gedood door Israël, waren duidelijk als zodanig herkenbaar toen ze vorige maand onder vuur werden genomen in Gaza. Dat blijkt uit videobeelden die de Amerikaanse krant The New York Times heeft gepubliceerd.
De vijftien hulpverleners raakten op 23 maart vermist bij de stad Rafah en werden een week later dood gevonden in een massagraf. Het Israëlische leger verdedigde zich tegen beschuldigingen van de Verenigde Naties en hulporganisaties door te stellen dat voertuigen in het hulpkonvooi Israëlische militairen ‘verdacht naderden’, zonder ontstoken koplampen of zwaailichten. De militairen zouden daarom zijn gaan schieten.
De opgedoken videobeelden van de aanval weerleggen het Israëlische verhaal. Ze tonen aan dat de ambulances en een brandweerwagen met ontstoken koplampen en zwaailichten reden toen ze onder vuur werden genomen. Ook waren de wagens door hun opdruk en rood-witte kleuren herkenbaar als hulpvoertuigen. Twee hulpverleners zijn te zien in reflecterende kleding.
De video is gevonden op de telefoon van een van de gedode medische hulpverleners in het massagraf. The New York Times, die de beelden verifieerde en zaterdag publiceerde, zegt de video te hebben gekregen van een hoge diplomaat bij de Verenigde Naties.
De beelden zijn gemaakt vanaf de bijrijdersstoel van een voertuig in het hulpkonvooi. Te zien is dat het konvooi over een weg rijdt ten noorden van de stad Rafah, waar de hulpverleners op zoek zijn naar gewonde burgers. De voertuigen stoppen langs de kant van de weg bij de ontdekking van een voertuig dat van het asfalt is geraakt. Als de hulpverleners uitstappen, klinkt er hevig geweervuur.
Het beeld wordt zwart. Te horen is dat de ongewapende hulpverlener zich tot God richt. Dan stopt de video op de site van de krant. The New York Times stelt dat de deels gepubliceerde video nog vijf minuten doorgaat, waarin wanhopige hulpverleners zijn te horen en Hebreeuwse bevelen klinken van Israëlische militairen.
Ook is volgens de krant te horen dat de hulpverlener die de video heeft gemaakt God om vergiffenis vraagt en zegt te weten dat hij gaat sterven. Hulporganisatie Palestijnse Rode Halve Maan stelt dat het lichaam van deze man in het massagraf is aangetroffen met een kogel in het hoofd.
Van de vijftien gedode leden van het konvooi werkten er acht bij de Rode Halve Maan, zes bij de burgerbescherming en een bij VN-organisatie UNRWA.
Slechts één hulpverlener overleefde de aanval. Munther Abed van de Rode Halve Maan werd gevangengenomen door Israël en zei na zijn vrijlating dat het konvooi duidelijk zichtbaar was, met ontstoken koplampen en zwaailichten.
Ook ontkende hij de Israëlische aantijging dat er militanten betrokken waren bij het konvooi. ‘Dat is volkomen onwaar’, zei Abed tegen de BBC. ‘Wij behoren niet tot een militante groep. Onze belangrijkste taak is om ambulancediensten te bieden en levens te redden. Niet meer, niet minder.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant