is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
De acht dagen tussen Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen heten in België de Heilige Week. Wij kunnen die devote benadering van wielerkoersen overdreven vinden, de Vlaming noemt De Ronde vol vroomheid de Vlaamse Hoogmis. Voor niet-religieuze wielerfans heet hij gewoon Vlaanderens Mooiste.
In Vlaanderen weten ze hoe de nationale wielerkoers op gepaste wijze in de steigers moet worden gezet. Bij de Vlaamse omroep VRT was deze week elke avond Vive le Vélo, Leve de Ronde! te zien, met presentator Karl Vannieuwkerke en gasten die alleen maar over de Ronde mochten praten.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Leve de Ronde was een avondmis vol lofzang. Zoals Mark Coenen het verwoordde in dagblad De Morgen: ‘(…) de Ronde van Vlaanderen, een koers waarover men alleen met bibberende stem en in hoofdletters mag spreken want dat is een MONUMENT, want de koers is van ons en van niemand anders en integraal deel van onze canon dan wel DNA, dat voor de rest bestaat, zo wordt beweerd, uit bier, friet en kantklossen.’
Ons enige evenement dat het in heiligheid, beleving en totale euforie haalt bij De Ronde is de Elfstedentocht. Het is een vergelijking die overigens ernstig tekortschiet: een terugkerend jaarlijks verhaal tegenover een steeds vagere herinnering; een evenement dat alle Vlamingen verbindt tegenover een mythe die alleen nog voortleeft in vergeefse hoop.
Het Vlaamse verhaal wordt extra gevoed door de verwachting van een episch gevecht: dat tussen Pogacar en Van der Poel. Als het Wout van Aert zondag lukt om in de finale met die twee mee te fietsen zal Vlaanderen ontploffen in een nationaal orgasme – dat is uiteindelijk waar iedereen op hoopt en kaarsjes voor opsteekt in de Vlaamse kapellen: behoed onze Wout nou eindelijk eens voor het noodlot.
Pogacar en Van der Poel maakten twee weken geleden zelfs een spektakelstuk van een saaie koers als Milaan-Sanremo. Dus wat moet dat zondag worden – en niet te vergeten de zondag erop? Want mits het tweetal ongeschonden de Vlaamse kasseien overleeft komen ze elkaar een week later weer tegen in de mooiste koers van het seizoen. Pogacar wil de vijf monumenten winnen en daarvoor moet hij meedoen aan Parijs-Roubaix, eigenlijk een Vlaamse koers op Frans grondgebied.
Van der Poel en Pogacar zijn niet alleen uitzonderlijk begaafde coureurs, ze zijn bovendien onorthodox en veranderen de regels. Ze vallen aan op momenten waarop dat not done is en zoeken naar de grenzen van het mogelijke. Waar andere wielrenners gebukt gaan onder de terreur van data en dwang, wekken zij de indruk van zorgeloze speelvogels die achteloos strooien met hun talent.
Dat is een vertekening, Pogacars ploeg UAE loopt voorop in de verwetenschappelijking van de sport en ook Van der Poel leeft allang niet meer op friet en frikandellen, maar het imago werkt.
Van der Poel en Pogacar verklaren elkaar vriendschappelijk de oorlog en genieten zichtbaar van het gevecht. Dat is hun geheim. Ze houden van het onverwachte en dagen graag het lot uit, het noodlot desnoods. Risico’s zijn er niet om te vermijden. Daarom doet Pogacar tegen het advies van zijn ploegleiding in mee aan de gevaarlijkste koers van allemaal, Parijs-Roubaix.
Bij Leve de Ronde! durfde donderdagavond geen van de gasten Van Aert als kanshebber naar voren te schuiven. Laten we het noodlot niet nogmaals tarten, leek de gedachte, laten we in stilte bidden om genade.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns