Home

Robbert Dijkgraaf: ‘Dat de wetenschap in de VS onder vuur ligt, vormt een bedreiging voor onze veiligheid’

Oud-minister Robbert Dijkgraaf keert terug naar de academische wereld in tijden van zwaar weer: bezuinigingen in Nederland, de sloophamer van Trump in de VS. ‘Als zo’n belangrijk wetenschapsland als Amerika ineens het roer omgooit, dan hebben we daar allemaal last van.’

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.

Na tweeënhalf jaar ministerschap, plus enkele maanden rust, keerde Robbert Dijkgraaf deze week terug aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn aanstelling als hoog­leraar wetenschap en maatschappij in internationaal perspectief komt op een moment dat de academische ­wereld en de politiek meer dan ooit met elkaar op gespannen voet leven.

Waar Dijkgraaf als minister investeerde in die academische wereld, breekt zijn opvolger dat werk juist weer af. Het huidige kabinet bezuinigt ruim een miljard euro op hoger onderwijs en wetenschap, iets waarover Dijkgraaf bij herhaling in de media zijn zorgen heeft uitgesproken.

Ondertussen is in de Verenigde Staten een president aan de macht die de academische wereld overspoelt met een tsunami aan voor haar nadelige presidentiële besluiten. De snelheid en diversiteit van Donald Trumps aanvallen op de wetenschap zijn voor betrokkenen nauwelijks bij te houden. Alleen al deze week werden vier van de 27 instituutsdirecteuren van de Amerikaanse gezondheidsinstantie NIH ontslagen en zette Trump miljarden aan financiering stop voor de prestigieuze universiteit Harvard.

Dat alles komt bij de eerdere aanval op wat Trump ‘woke genderideologie’ noemt in het wetenschappelijk onderzoek, het stopzetten van de samenwerking met de wereldgezondheidsorganisatie WHO, het opzeggen van het klimaatakkoord van Parijs, en de talloze ontslagen bij alles van ruimtevaartorganisatie Nasa tot de CDC, het Amerikaanse RIVM.

De Volkskrant spreekt Dijkgraaf op zijn eerste werkdag op de UvA, aan de langwerpige vergadertafel in zijn nieuwe kantoor in het Maagdenhuis, gezeten tussen half uitgepakte verhuisdozen vol met spullen die eerder nog in zijn kantoor in Princeton prijkten.

U bent lid van de American Academy of Arts en Sciences en was voor uw ministerschap directeur van het vermaarde Institute for Advanced Study in Princeton, de voormalige thuishaven van iconische onderzoekers als Albert Einstein en J. Robert Oppenheimer. Hoe kijkt u naar wat er nu in de VS gebeurt?

‘Amerika is in de wetenschap een echte superpower. Het is daarom heel zorgelijk dat de wetenschap daar onder vuur ligt. We moeten dat erg serieus nemen. Het vormt een bedreiging voor onze veiligheid.

‘Als er ergens opnieuw een pandemie uitbreekt, bijvoorbeeld, zijn het wetenschappers die dat in de gaten houden en moeten indammen. Net zo zijn klimaat en milieuvervuiling wereldwijde problemen. Een groot deel van de wereld schuilt onder de wetenschappelijke paraplu. Als daar grote gaten in vallen, doordat zo’n belangrijk wetenschapsland als Amerika ineens het roer omgooit, dan hebben we daar allemaal last van. Ook in Nederland.’

De manier waarop de regering-Trump de wetenschappelijke wereld te lijf gaat, voelt bijna verlekkerd, alsof ze hun gram willen halen?

‘Ik denk dat je moet vaststellen dat een groot deel van de samenleving in de Verenigde Staten, en eerlijk gezegd ook in Nederland en Europa, zich niet thuis voelt bij de wetenschap. Uit Republikeinse hoek hoor je al jaren: dit zijn niet onze instellingen.

‘Veel mensen herkennen in wat nu gebeurt in de VS een soort parallel met het tijdperk van McCarthy in de VS. Albert Einstein, een van mijn voorbeelden, is altijd een ambassadeur van het vrije denken geweest, een soort moreel kompas. In zijn jaren aan het Institute for Advanced Study heeft hij gestreden tegen precies dezelfde soort gedachten die nu weer vanuit de overheid klinken. Het idee dat universiteiten en academici een bedreiging vormen. Tijdens het mccarthyisme ging dat onder het mom van het communisme, nu gaat het om wetenschappers die een politieke voorkeur hebben die afwijkt van die van de huidige generatie populistische politici.

‘En dat terwijl kennis voor iedereen belangrijk is, ongeacht je politieke voorkeur. Wanneer je ziek bent, en je wilt een medicijn, gebruik je de wetenschap. Hetzelfde geldt voor elke keer dat je technologie gebruikt. Ook is wetenschap van nut bij het zoeken naar een antwoord op de vraag: bij welk economisch beleid heeft een burger nu echt baat? Er is geen onderwerp op de politieke agenda waarbij wetenschappelijk onderzoek geen rol speelt. Toch zegt een groot gedeelte van de samenleving: ja, maar die wetenschap is er niet voor mij.’

Wat is het dan aan de wetenschap dat zo’n gevoel oproept, ook hier in Nederland?

‘Dat heeft deels te maken met hoe maatschappelijk relevant wetenschap is geworden. Als je getaltheorie doet, word je heus wel met rust gelaten. Maar op andere terreinen komt de wetenschap soms met een boodschap die wat minder welkom is. Over wat we kunnen eten, bijvoorbeeld, over hoe we moeten bewegen, hoe we ons moeten opstellen. Dan geldt de derde wet van Newton: actie is reactie. De maatschappij duwt dan terug. En dat is best te begrijpen.’

Ontpopt de universiteit zich in de ogen van bepaalde politici dan te veel als tegenmacht?

‘Ja, misschien wel. En deels is die kritiek ook terecht. Zeker wanneer mensen zeggen dat ze aan de universiteit een diversiteit van meningen en invalshoeken missen. Natuurlijk gaat de wetenschap uiteindelijk over feiten en is het geen vergaarbak van meningen. Maar je kunt de zoektocht naar de waarheid wel voeren vanuit verschillende perspectieven.

‘Wetenschap is geen grote consensusmachine, het moet prikkelen. Op de universiteit word je in de war gebracht door de waarheid achter de waarheid, door feiten die jouw prachtige theorie kunnen verstoren.’

Daar zit wel een grens aan, toch? De UvA zal niet ineens een leerstoel ‘platte aarde’ openen omdat dat zo lekker prikkelend is?

‘Nee. Je moet natuurlijk wel bij de feiten blijven. Toch denk ik dat iedere wetenschappelijke instelling, zelfs iedere onderzoeker, zich de vraag moet stellen: ben ik wel kritisch genoeg op mezelf?’

Bedoelt u dat de wetenschap te weinig uit de spreekwoordelijke ivoren toren komt?

‘Over die ivoren toren zeg ik altijd: het is goed dat die er is. Vanuit een toren kun je verder kijken en dingen eerder zien aankomen. Bovendien wil je dat er een aantal wetenschappers is dat zich volledig op een onderwerp kan concentreren.

‘Tegelijk heb je een marktplein nodig, waar je in gesprek bent met de samenleving. Daarbij kun je gerust wisselen van rol. Dan zit je een tijdje in de toren, dan sta je weer een tijdje op het marktplein. En misschien weet je beide zelfs te combineren.

‘Ik vind de wetenschap veel minder gesloten dan veertig jaar geleden, zeker in Nederland. Maar we moeten continu in de spiegel blijven kijken.’

Lijkt de wetenschap dan toch een beetje op de politiek? De partij waarvoor u in de regering zat, D66, krijgt ook vaak te horen: jullie zijn te intellectueel, te elitair. Is dat terechte kritiek?

‘Ik trek me dat enorm aan. D66 is de onderwijspartij bij uitstek en onderwijs is juist een van de weinige krachten in de samenleving die er níét toe leidt dat degenen die meer hebben, nog meer krijgen.

‘Elders in de maatschappij zie je overal: geld trekt geld aan, status trekt status aan. We zien de verschillen in de maatschappij daardoor steeds groter worden. Maar het talent waarmee je wordt geboren, heeft niets te maken met wat je ouders doen, of in welk land je bent geboren. Het onderwijs en uiteindelijk ook de wetenschap heeft de taak dat talent te laten groeien. Grenzen overbruggen kan in een klaslokaal veel gemakkelijker dan elders in de samenleving.

‘Dat gaat in de praktijk niet altijd goed. De Amerikaanse topuniversiteiten zijn daarvan een extreem voorbeeld. Je komt op zo’n instelling alleen na een jarenlang voortraject, en het helpt enorm als je ouders er hebben gestudeerd, of als ze je veel geld kunnen meegeven. Op die manier is het hoger onderwijs in de Verenigde Staten een machine geworden die de elite versterkt. Dat ondergraaft het draagvlak en daarvan krijgen ze nu, denk ik, de rekening gepresenteerd.

‘Als minister voelde ik daarom altijd: het is heel belangrijk dat we álle vormen van onderwijs gelijk waarderen en gelijk steunen. Ik vond het altijd heel lastig uit te leggen dat iemand die een mbo-opleiding doet relatief weinig geld ontvangt van de overheid, terwijl iemand als ik, die gaat studeren en daarna gaat promoveren, een veel groter budget heeft gekregen. Over dat soort dingen moeten we echt gesprekken blijven voeren.’

U combineert uw nieuwe functie sinds vorige week met de functie van president-elect van de International Science Council (ISC), een invloedrijke koepelorganisatie die zegt de ‘global voice for science’ te willen zijn. Hoe kunt u vanuit die rol invloed uitoefenen op de kwesties waar we het hier over hebben?

Er bestaat geen wereldregering die we kunnen benaderen, maar met de ISC zijn we wel het eerste aanspreekpunt voor de Verenigde Naties en alle daaraan verbonden organisaties, die gaan over het milieu, klimaat, enzovoorts.

‘We zien dat landen zich elke dag meer naar binnen keren, dat er onderlinge spanningen ontstaan, dat ze geloven in een soort zero-sum game: als ik win, moet jij verliezen. Dat is alleen niet hoe de wetenschap werkt. Die is win-win. Je leert van elkaar, maakt elkaar sterker. Het geheel is meer dan de som der delen. Het is niet korte termijn, maar lange termijn. Het is niet emotioneel, maar rationeel.

‘Politieke en economische contacten volgen mede daarom vaak pas ná de wetenschappelijke contacten. Ik vind het mooi om te zien dat landen die het politiek niet met elkaar kunnen vinden, in de wetenschappelijke wereld gewoon al samenwerken.’

Gloort er dan toch hoop aan de horizon?

‘Er is iets heel paradoxaals aan deze tijd. Ik ben nog nooit zo optimistisch geweest over de stand van de wetenschap als nu. Als we even uitzoomen, leven we in een soort renaissance. In het verleden waren we bezig met ontdekken wat de bouwsteentjes zijn van materie, van het leven, van informatie. En nu zijn we bezig met de volgende stap. We zijn dingen aan het bouwen: kunstmatige materialen, kunstmatig leven, kunstmatige intelligentie. Dat levert een stortvloed aan nieuwe technologieën op die de samenleving echt kunnen helpen.

‘Ook over de rest van de wereld ben ik optimistisch. Bij de conferentie van de International Science Council zaten de Amerikanen en de Europeanen er een beetje sip bij, vanwege alle bezuinigingen en politieke tegenwind, maar ik sprak ook mensen van de Pacific Academy, afkomstig van de eilanden in de Stille Oceaan, plekken als Tahiti en Papoea-Nieuw-Guinea. Die waren enthousiast, want die gingen nu echt meedoen.

‘Er zijn nog nooit zoveel mensen betrokken geweest bij de wetenschap als op dit moment en we hebben nog nooit zoveel kennis gehad als nu. We beschikken daardoor over een enorme positieve kracht die ingezet kan worden om echte problemen op te lossen.

‘Dat is het scheve. Aan de ene kant hebben we op ons marktpleintje de mooiste dingen uit de menselijke geschiedenis in de aanbieding, maar aan de andere kant zijn er nu veel mensen die niet eens meer willen komen winkelen. Daarover gaat mijn leerstoel ook.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next