De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: waar komt toch al dat stof in mijn huis vandaan?
schrijft voor de Volkskrant over wetenschappelijke onderwerpen.
Interessante statistiek: een volwassen mens consumeert per dag ongeveer 30 milligram huisstof. Dat stof komt onder meer via hand-mondcontact in het spijsverteringskanaal. Op het eerste gezicht lijkt het een verwaarloosbaar kleine hoeveelheid, maar omgerekend krijg je via je spijsvertering per jaar 11 gram huisstof binnen – vrij nauwkeurig twee volle eetlepels. Kinderen tot een jaar of 10 krijgen naar schatting zelfs het dubbele binnen. Dat betekent, alles bij elkaar opgeteld, dat een gemiddeld mens in de loop van z’n leven vrijwel een kilo stof opeet.
Waarom komt er altijd stof op de vloer, zelfs als je de ramen dichthoudt? Zoals de inzender van deze vraag al constateert, komt het stof niet door het open raam. De eigenlijke vraag lijkt dan ook: waar komt al dat stof in huis vandaan, en in het verlengde daarvan: waaruit bestaat huisstof?
Om te beginnen met die tweede vraag: het is een betrekkelijk wijdverspreid misverstand dat huisstof vooral bestaat uit huidschilfers en haren van bewoners en huisdieren. In werkelijkheid is het een vrij brede verzameling materialen waarvan huid en haar maar een klein deel zijn.
Een in wetenschappelijke literatuur geregeld aangehaalde Amerikaanse studie uit 1997 geeft een opsomming van alle mogelijke bestanddelen van stof in huis: bodemdeeltjes die binnenkomen via schoeisel, kleding of door de lucht, natuurlijke en kunstmatige vezels afkomstig van kleding en vloerbedekking, huidschilfers en haren, schimmels, pollen, as, roet, dierenharen, bouwmateriaal en fijnstof afkomstig van koken en verwarmen.
Vanuit die opsomming is het eenvoudig om de oorsprong van het stof te herleiden. Het grootste deel van het materiaal lijkt gewoon van binnenshuis te komen. Alleen bodemdeeltjes, pollen en roet komen van buiten en slechts een klein deel van dat materiaal komt door het openstaande raam. Het overgrote deel van het bodemmateriaal wordt binnengebracht via de voeten van bewoners en de pootjes van huisdieren.
Naar schatting tussen 5 en 10 procent van de Nederlanders is allergisch voor huisstofmijt, of eigenlijk voor de uitwerpselen van huisstofmijt. Afgezien daarvan zijn er de laatste jaren steeds meer studies die wijzen op gezondheidsrisico’s door de samenstelling van huisstof.
Een rapport uit 2008 van het RIVM noemt als mogelijke gevaren onder meer de aanwezigheid van onder meer zware metalen (lood, arseen en cadmium), weekmakers, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (paks), bestrijdingsmiddelen en gebromeerde vlamvertragers. Een onderzoek van het Amerikaanse Environmental Protection Agency vond in 2024 een gemiddelde waarde van 124 microgram lood per gram huisstof. Dat lood stapelt zich in de loop van een mensenleven op in het lichaam en kan onder meer leiden tot schade aan het zenuwstelsel.
Da afgelopen jaren verschijnen ook studies die wijzen op de aanwezigheid van microplastics in huisstof. Belangrijkste bronnen lijken kunststofvezels uit kleding, vloerbedekking en meubels. Inderdaad: allemaal binnenshuis. Het beste antwoord op de vraag lijkt dan ook: doe vooral niet die ramen dicht.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant